Achterom 79 (en voormalig nr. 81) www.achterdegevelsvandelft.nl
Woongerief in de Poort van Parsant

NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.

Achterom 79 is sinds 1983 een geheel gerenoveerde woning in een poort tussen de huizen Achterom 69 en 83, die de naam ‘Poort van Pieter Parsant’ draagt. Pieter Parsant was de meester metselaar die in 1640 de leegstaande brouwerij “De Ham” aldaar opkocht. De poort verleende ooit toegang tot de plateelbakkerijen “De Romeyn” (1600-1774) en “De Ham” (1639-1726). Sinds 1884 diende de poort ook als een achteruitgang naar het Achterom voor een viertal woningen aan onderkant van de Asvest, die inmiddels al vijftig jaar gesloopt zijn.
Het huidige Achterom 79 kwam in de plaats van de voormalige boven- en beneden woninkjes Achterom 79 en 81, die in 1873 waren getimmerd op de plaats van een paardenstal achter het pand Achterom 85. Het waren minuscule eenkamerwoningen zonder enig comfort. Ze verkeerden in 1924 in zodanig slechte staat dat ze voor verdere bewoning werden afgekeurd en daarna ruim een halve eeuw dienst deden als werkplaats en pakhuis.

Het pand rood gemarkeerd op een kadasterkaart van circa 1935. Opmeting van de poort door het Kadaster in 1948, met daarin ingetekend het perceel waarop het huis staat. De breedte van de poort voor de voordeur is 1,05 meter. De poort kwam toen aan de achterzijde nog uit op de huizen onderaan de Asvest, die in 1960 gesloopt zijn. Het pand van bovenaf gezien in 2018.

Creatief timmerwerk
Bouwer van de negentiende-eeuwse woonappartementen was de metselaar Jacob Lock. Hij kocht de voormalige paardenstal in 1869 voor 150 gulden van Gerard Verheul, die de stal kort daarvoor van zijn schoonvader, vletschipper Willem de Roo, had geërfd.
Bouwer Lock en zijn echtgenote Catharina de Vries woonden van 1871 tot 1872 tijdelijk in een woonruimte boven de stal. Ondertussen bouwde hij de stal om tot twee kleine woningen. Toen die klaar waren, verkocht hij ze aan broodbakker Bernardus van Kleef, van geboorte een Zaankanter.
De bakker verkocht niet alleen brood, maar ontwikkelde zich in Delft ook als makelaar en huisjesmelker. De twee woninkjes in de Poort van Pieter Parsant verhuurde hij voor kortere of langere tijd aan meerdere gezinnen. Na zijn overlijden verkocht zijn weduwe de woningen in 1898 aan de lorrenboer Johannes van Wissen, die de huisjes verhuurde tot de gemeenteraad in 1924 de woningen onbewoonbaar verklaarde, en nog korte tijd daarna.


Advertentie in de Delftsche Courant van 05-12-1879 van de huisjesmelker-Bernardus van Kleef die nieuwe huurders zoekt. Hij was eigenaar van 1873-1899.

Overlijdensadvertentie huisbaas Bernardus van Kleef. In de advertentie met de door Van Kleef zelf gebruikte voornamen Bernardus Hendricus. Volgens de burgerlijke stand is het formeel alleen Bernardus. Hendricus was de voornaam van zijn vader. Delftsche Courant, 8 juni 1898.

Woningonderzoek
Op 27 mei 1907 werden de woningen bezocht door de Gemeentelijke Gezondheidscommissie die destijds een grootscheeps onderzoek deed naar de woonomstandigheden in kleine huurwoningen. Beide woningen bestonden toen uit slechts één ruimte, waarin geleefd en geslapen werd, met een grondoppervlak van 3,80 x 3,50 meter en slechts aan een kant een raam dat uitkeek op de blinde muur van de smalle poort. De woningen hadden een aansluiting op de waterleiding, maar geen lozing. Vanuit de bovenwoning moest het afvalwater in emmers via de trap naar beneden worden gebracht. Daar kon het in een goot in de poort worden gestort om langs die weg in de gracht te belanden. In de woon-slaapkamer van de bovenwoning stond een privaat met een tonnetje. De Gemeentelijke Reinigingsdienst kwam tonnen met fecaliën periodiek verwisselen voor een lege ton.
De zolder werd gebruikt om de was te drogen. Vanwege aangetroffen wandgedierte adviseerde de gezondheidscommissie de bovenwoning te zuiveren.
De bewoners van de benedenwoning moesten naar buiten voor hun behoefte. Hun privaat stond in de poort op drie meter afstand van de voordeur. Huiseigenaar, de lorrenboer Jan van Wissen, woonde destijds een paar huizen verder op Achterom 87.
Zie hier een pdf van het enquêteformulier van de bovenwoning uit het onderzoek van 1907.

Eerste bewoners
De omvang en het comfort van de woningen zal ongetwijfeld de voornaamste reden zijn geweest dat veel huurders snel op zoek gingen naar iets anders. De eerste bewoners waren de schilder Jacob Siepman en zijn vrouw Catharina Wilhelmina Meijster. Zij betrokken het huisje in 1873 met hun zoontje Gijsbert die één jaar was. Al een jaar later, in 1874, verhuisden ze naar het grotere Achterom 91. Het echtpaar had geen geluk bij het stichten van een groter gezin. De genoemde Gijsbert werd 83 jaar, maar zijn vier broertjes en zusjes overleden allen op zeer jonge leeftijd.
De gepensioneerde militair Jan van Kolk betrok in 1875 het huisje met twee zoons van 11 en 7 jaar. Zij vertrokken al weer na twee maanden.
Zeeftenmaker en sjouwer Frederik Wiese hield het met zijn vrouw Johanna van Genderen en zijn schoonmoeder ook maar een jaar uit. En zo streken tientallen bewoners voor korte tijd neer op doortocht naar de volgende behuizing. Huisbaas Bernardus van Kleef moet het druk gehad hebben met het tijdig innen van de huurpenningen. Gezien zijn vele advertenties voor nieuwe huurders had de Delftsche Courant een goede klant aan hem.

As- en vuilnisvaarder
Vanaf 6 maart 1880 woonde Arie van der Pol met zijn vrouw Lena van der Meer bijna op de kop af een jaar in de bovenwoning. Hun zes maanden oude dochtertje Jacomijna overleed er al na twee weken. Arie kwam naar Delft op zoek naar werk. Dat vond hij als as- en vuilnisvaarder bij de Gemeente Reiniging van Delft. Hij trad in dienst op 19 december 1881 en behield de functie 33 jaar lang tot aan zijn pensionering op 1 mei 1914. Van der Pol werd geboren in Schalkwijk en kwam via omzwervingen in Rozenburg en Maasland in Delft terecht. In Roozenburg ontmoette hij de vrouw waarmee hij trouwde en in Maasland werden twee van hun kinderen geboren. In Delft bracht zijn vrouw nog tien andere kinderen ter wereld.

Ongehuwde moeder
In 1894 kwam Johanna Maria van Dijk als ongehuwde moeder met een baby vanuit Leiden naar Delft en vond onderdak in de poort. In de benedenwoning werden uit de schoot van Johanna nog vier kinderen geboren. Bij de burgerlijke stand was de vader daarvan niet bekend. Maar na de geboorte van hun vijfde kind in 1904 diende zich in de persoon van de Schiedammer Josephus Bekenes een vader aan die met Johanna trouwde en ook haar eerdere kinderen erkende. [Zie de geboorteakte uit 1897.] Het gezin behoorde tot een kleine groep huurders die in de loop der jaren het huis langer hebben bewoond. Het huurde de boven- en benedenwoning als één geheel in de jaren 1894 tot 1900. Na tien jaar in de poort verhuisden zij naar het Oosteinde 63. Daar werd in 1905 hun zesde kind geboren en overleed in 1906 de man des huizes.
Van 1909 tot 1915 keerde Johanna als weduwe met vijf kinderen terug naar de benedenwoning Achterom 79. Lorreboer Jan van Wissen gunde haar opnieuw een dak boven haar hoofd voor 80 cent huur per week. Als alleenstaande moeder werd het voor Johanna vanaf 1906 steeds moeilijker om de eindjes aan elkaar te knopen. Met allerlei baantjes verdiende zij 40 cent per week. Daarom deed zij een beroep op het Burgerlijk Armbestuur. Na gedegen onderzoek kreeg zij van 1907 tot 1914 wekelijks ondersteuning. Het Armbestuur, de Kerk en particulieren steunden haar gezamenlijk met zo’n vijf gulden per week. Ook kreeg zij nog wat brood en rijst in natura toebedeeld.
Johanna liet zich bij het armbestuur niet van haar beste zijde zien. In het rapport dat van haar werd bijgehouden tekende een ambtenaar op: “de vrouw is een toonbeeld van onhebbelijkheid en vuilheid, zij kan dan ook nergens als werkster terecht”. Toch lukte het haar om iets bij te verdienen met het wassen van drinkglazen in een café. Bij de sigaren- en tabaksfabriek van A. Hillen verdiende zij een gering bedrag met het knippen en plakken van tabaksblad. De drie dochters werkten vanaf hun dertiende jaar als dagdienstbode en brachten sindsdien wekelijks ook enige dubbeltjes binnen. De oudste zoon werd in 1907 door Pro Juventute ‘uitbesteed’ bij een gezin in Brabantse Loon op Zand. Behalve kost en inwoning en een strenge opvoeding kreeg hij daar ook een opleiding tot timmerman.


Achterom 79 in de poort. Foto van de auteur.


De Poort van Pieter Parsant gezien van de Hambrug aan het Achterom. Foto van de auteur.


Advertentie voor de verkoop van de paardenstal waaruit het huis is ontstaan in 1868 en omliggende panden in en rondom de poort. Delftsche Courant 25 aug 1868. Koper werd toen vletschipper Willem de Roo.

Verkoopadvertentie van het boven- en benedenhuis
na de dood van Van Kleef. De woningen waren
voorzien van een bedstede, stookplaats en kast.
Delftsche Courant 7 mei 1899.


Een blik in de poort anno 2018. Foto van de auteur.


Gezicht op de Asvest, De Ham en de achterzijde van het Achterom in 1952. Poort van Pieter Parsant loopt daar tussen door. Achterom 79 valt hier links net buiten beeld.

.

Weduwe Van der Kruk en zoon
Weduwe Pieternella van der Kruk-van Straaten bewoonde de bovenwoning van haar 68e jaar in 1902 tot aan haar overlijden 1912. De Gezondheidscommissie die haar in 1907 bezocht constateerde vochtige muren, maar verbond daar geen verdere consequenties aan.
Na het overlijden van haar man Gerrit van der Kruk leidde Pieternella in haar geboorteplaats Monster een kommervol bestaan. Op 21 mei 1894 vertrok zij met haar drie jongste kinderen door armoede gedreven naar Delft. Daar vond zij onderdak in de Verlengde Pieterstraat bij haar zoon Piet die al eerder naar Delft was getrokken. Een jaar later ging zij met haar kinderen zelfstandig wonen.
Nadat haar jongste zoon Leendert de deur uit ging, bleef Pieternella alleen achter. In haar onderhoud voorzag zij met het breien van kousen. Naarmate zij ouder werd, liepen echter haar inkomsten daaruit evenredig terug tot slechts 20 cent per week. Vandaar dat ook zij een beroep deed op het Burgerlijk Armbestuur. En ook nu volgde weer een diepgaand onderzoek alvorens tot ondersteuning over te gaan. Er werd vooral gekeken naar de financiële draagkracht van haar kinderen in de hoop dat daar wat te halen viel. Het armbestuur kwam er al snel achter dat dit een heilloze weg was. Ze troffen onder de kinderen van Pieternella slechts grote gezinnen aan, waaronder twee met twaalf kinderen. De ouders daarvan vroegen zich elke dag weer af of er wel voldoende eten op tafel zou komen.
De laatste hoop van Pieternella was gericht op haar oudste zoon Gerrit Cornelis, die als sergeant bij het KNIL in Nederlandsch Indië diende. Hij zou met het schip “Burgemeester den Tex” van Batavia naar Nederland terug keren. Maar die hoop werd de grond in geboord toen ze van militaire autoriteiten bericht kreeg dat hij bij het inschepen niet was komen opdagen. Op het laatste moment had Gerrit besloten bij zijn inlandse vrouw Sarinah te blijven bij wie hij twee kinderen had.
Toen zijn moeder door kreeg dat de zilvervloot van zoonlief haar nooit zou bereiken vroeg en kreeg zij ondersteuning. Het armbestuur, de kerk en enkele particulieren stonden er gezamenlijk garant voor dat Pieternella op ongeveer f. 3,35 per week mocht rekenen. Net niet voldoende om te overleven. De gulle gevers gingen er vanuit dat ze een paar dagen per week wel wat van haar kinderen te eten zou krijgen. Hiervoor kon ze in elk geval terecht bij haar zoon Nicolaas die als schipper met zijn gezin in een huisje aan de Aschvest 12 woonde, dat via de Poort van Parsant een achteruitgang had naar het Achterom.
Zie het inlichtingendossier 762 betreffende weduwe Van der Kruk in het Register van het Burgerlijk Armbestuur.
Familieplaatje uit 1912 op het plaatsje achter de woning van Nico van der Kruk, Asvest 12, die een achteruitgang had in de Poort van Pieter Parsant. Op de foto links Nico’s moeder Pieternella, die in de poort woonde in de bovenwoning Achterom 81. Rechts haar schoondochter Josina van den Ende. Achter Pieternella staan haar kleindochters en hun vriendjes.

KNIL-militair Gerrit Cornelis van der Kruk met zijn zoon Gerrit Cornelis jr, diens vrouw Engeltina Lauterslager en hun baby Antje Geertruida. Zittend op de grond de dochter van Gerrit sr., Pieternella Wilhelmina, met de roepnaam Mientje. Gerrit is op deze foto uit 1905 inmiddels weduwnaar. Tot verdriet van zijn moeder kwam hij niet meer terug naar Nederland, maar bleef bij zijn Inlandse vrouw Sarinah en hun twee kinderen.


Pieter van der Kruk, geboren te Monster op 18-11-1864. Hij woonde van 1905 tot 1909 met zijn gezin in de benedenwoning Achterom 79, onder zijn moeder.


Overlijdensadvertentie van Pieternella A. van Straaten met als correspondentie adres zoon Nicolaas op Asvest 12.

 

Pieternella’s zoon Piet van der Kruk, die lantaarnopsteker was, bewoonde van 1905 tot 1909 de benedenwoning. Zijn gezin bestond uit zeven personen. In hun woon/slaapkamer was een bedstee en stond een ledikant. Twee van hun vijf kinderen werden geboren in de veel te kleine benedenwoning. Van der Kruk betaalde hier 90 cent huur per week.

Onbewoonbaar verklaard
Bij raadsbesluit van 2 september 1924 werden de woningen Achterom 79 en 81 onbewoonbaar verklaard. Het achterstallige onderhoud was zo groot dat herstel niet meer mogelijk was.
Weduwe Maria van Wissen-Schouw die na het overlijden van haar man in 1921 de huiseigenaar was, ontbrak het aan de middelen om het huis op te knappen en besloot het te laten veilen. Het pand ging in bod op 250 gulden en werd afgemijnd op 300 gulden.

Sigarenmakerij
Koper van de onbewoonbare woningen werd de sigarenfabrikant George Kunz. Hij bleef tot 1956 eigenaar en ging in het pand sigaren maken. Eerst alleen, later samen met de zelfstandige sigarenmakers de broers Arie en Willem van Meenen. George Kunz was kerkelijk, politiek en maatschappelijk zeer actief. In 1931 en 1935 werd hij in de gemeenteraad gekozen voor de Staatskundig Gereformeerde Partij. Hij vertegenwoordigde zijn partij daar samen met de landelijk bekende predikant Pieter Zandt, die ook voor de SGP in de Tweede Kamer zat. Verder was Kunz in zijn vrije tijd diaken van de Ned. Hervormde Kerk, penningmeester van de Christelijke Vormschool, penningmeester van het Delfts Mannenkoor en secretaris van de Delftsche Christelijke Besturenbond. George Kunz woonde ook op het Achterom (nr 127, eerder op nr 119).

Aardappelpakhuis en schilderswerkplaats
Toen Kunz in 1956 met de sigarenproductie stopte, verkocht hij het pand aan de timmerman-aannemer Jan Sonneveld. Deze verhuurde de ruimte op de begane grond aan groenteboer Piet van der Kruk van Achterom 67 (zie aldaar), die het gebruikte voor de opslag van zijn wintervoorraad aardappelen. Schilder Chris Staak kocht later het hele pand van Sonneveld en richtte het van 1973 tot 1975 in als schilderswerkplaats.

Na 57 jaar in ere hersteld
Na bijna zestig jaar onbewoonbaar te zijn geweest, kreeg het huisje in 1983 weer een woonbestemming. Eigenares Anjo Oppelaar, freelance schrijver van gelegenheidsteksten, kocht het pand om er zelf te gaan wonen. Met hulp van haar vader heeft zij het grondig verbouwd en kreeg daarna weer een woonvergunning. Van de twee woningen werd één huis gemaakt.
De meest opvallende bouwkundige ingreep daarnaast was het vernieuwen van de trappen, het bouwen van een dakkapel aan de achterzijde en het plaatsen van een douche met toiletruimte op de tweede verdieping. Ook moest er een inpandige riolering worden aangebracht. Huisnummer 81 kwam te vervallen en het verbouwde pand kreeg als adres Achterom 79.


De oude en nieuwe voorgevel op de bouwtekening van 1983.


De oude en nieuwe indeling bij de verbouwing van 1983.

In 2017 werd het huis door een makelaar bejubeld als een leuke gestoffeerde 2-kamerwoning met een ruime eetkeuken, ‘gelegen op een heerlijk plekje in een hofje aan een rustige gracht in het historisch centrum’. Te huur voor een kale huur van 750 euro per maand. (Tevens aangeprezen in het Engels, want je weet nooit.)


Veilingadvertentie van de woningen van weduwe Van Wissen. Achterom 79/81, die verhuurd waren voor resp. fl.1,- en 1,10, waren inmiddels onbewoonbaar verklaard.
(Klik op dafbeelding voor volledige advertentie)
Delftsche Courant, 10 nov 1924.


Verkiezing van huisbaas G.C. Kunz tot lid van de gemeenteraad voor de SGP in 1931. Delftsche Courant, 25 juni 1931.


Poort van Pieter Parsant omstreeks 1950. Aan het einde van de poort kijkt men nog op achterzijde van de woningen op de Asvest (volksmond: Lagevest, omdat er ook een Hogevest was).


Anjo Oppelaar, de vrouw die in 1983 de woning samen met haar vader (aannemer/timmerman) renoveerde en er weer ging wonen.


De poort in 2006, een hofje? Foto van de auteur

Piet van der Kruk  
>> Zie hier voor meer informatie over bronnen, eigenaren en bewoners van Achterom 79 (en 81)
Geplaatst: 27 maart 2019  
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft