Bagijnhof 21
De oud-katholieke kerk  
   

Het Delftse Bagijnhof is in de 13e eeuw ontstaan. In dit ommuurde hof woonde een groep vrouwen (begijnen) die zonder in een klooster te treden in armoede een kuis en vroom leven wilden leiden. In de 14e eeuw omvatte het voortdurend uitgebreide hof een aantal huizen, een kapel en enige dienstgebouwen. Bij de stadsbrand van 1536 werd het Bagijnhof grotendeels in de as gelegd. De herbouw van de kapel begon rond 1550 maar werd vermoedelijk nooit voltooid.

Kort na de reformatie werd de kapel van het Bagijnhof, of wat er nog van over was, gesloopt. Het er omheen liggende hof zelf kon blijven bestaan omdat begijnen geen echte kloosterlingen waren. Daardoor bleef op het Bagijnhof een rooms katholieke gemeenschap in stand die hier in de loop van de 17e eeuw twee kleine schuilkerken stichtten. Door interne spanningen binnen de katholieken geestelijkheid ontstond in 1723 de Oud Katholieke Kerk als kerkgenootschap.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

 

 

 

 

 

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

 
In 1743 werd, uiteraard als schuilkerk, een geheel nieuw kerkgebouw gesticht. Aan het exterieur mocht geen aandacht worden besteed. Het interieur kreeg echter een zeer weelderige versiering in barokke, hier en daar naar het rococo neigende vormen. Het is vrijwel geheel uitgevoerd in stucwerk met door pilasters gelede wanden, een rondom lopende, sterk gecomiste (met pilasters mee uitspringende) kroonlijst en een gedrukt tongewelf.
Men komt binnen onder het orgel waarvan het front nog uit 1722 dateert en dat uit een van beide vroegere schuilkerken aan het Bagijnhof afkomstig is. Recht ertegenover bevind zich de absis met het altaar, met daar boven het grote in 1747 door Jacob de Wit geschilderde altaarstuk (de opdracht in de tempel) werd aangebracht. De beelden in de nissen aan weerszijden van het altaar en van de ingang werden in 1744 door de Haagse beeldhouwer Franciscus Maes vervaardigd. De originele preekstoel en het tabernakel op het altaar werden in de loop der tijd door andere antieke exemplaren vervangen.
Het gebouw werd in 1930 en rond 1960 gerestaureerd. Het was mogelijk om de oude kleuren weer in ere te herstellen omdat deze onbeschadigd onder de vele lagen witkalk tevoorschijn kwamen. De voorgevel van de kosterswoning aan het Bagijnhof, waarin de toegang tot de kerk is opgenomen, kwam in 1881 tot stand in eenvoudige neogotische vormen
 
Tekst ontleend aan folder Monumentendag