Choorstraat 9
De Diamanten Ring, logeeradres van de moordenaar van Willem van Oranje  
   
De huidige bakkerswinkel De Diamanten Ring doet er alles aan om haar geschiedenis in ere te houden. Het verhaal staat zelfs in borden op de zijgevel. Toch is het aanzicht van het pand nog niet zo erg oud. Het dateert grotendeels van een grootscheepse verbouwing uit 1899 onder leiding van architect P.C.J. Kersbergen. Een brand twintig jaar eerder had in 1878 al tot grote schade geleid in het oude pand, waar al sinds 1660 een bakkerij gevestigd was met de naam Diamanten Ring. Mogelijk heeft het pand die naam te danken aan de goudsmid Jan Heynricxzoon die in 1543 ongeveer op deze plaats in de Choorstraat woonde. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De Diamanten Ring op de hoek Choorstraat Papenstraat.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Er is een nostalgisch interieur. Bij de snijtafel een herinnering aan de moord in het Prinsenhof. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Portret van Balthasar Gerards (Gérard in het Frans), die hier logeerde.

 
Moordenaarshonk
In 1575 verklaarde Adriaen Harmensz, de trommelslager van Delft, dat hij getuige was geweest van de koop van een ton beschuit ten huize van Dirck Boelen ‘in De Diamant’ in de Choorstraat door Jacob Jans Seylemacker. De verkoper van de beschuit was ene Cornelis Joostz uit het Land van Cuyck. De Diamant was toen geen bakkerij, maar een herberg, eigendom van Dirck Boelen. Begin mei 1584 kwam ene Balthasar Gerards daar logeren om zich toegang te kunnen verschaffen tot het Prinsenhof onder de schuilnaam François Guyon, een protestantse edelman die uit Frankrijk was gevlucht. Hij kreeg toen de Prins echter niet zelf te spreken, maar werd met een opdracht naar Frankrijk gestuurd. Toen hij twee maanden later weer terugkwam voor een nieuwe logeerpartij lukte het hem op 10 juli 1584 wel om de Prins op de beroemde trap overhoop te schieten. (Voor meer details, zie Balthasar Gerards - Wikipedia)
In 1592, na het overlijden van de waard van deze herberg trouwde zijn weduwe Magdalena Dircx met de overbuurman uit het huis Wolsak.
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Op de Kaart Figuratief is op de hoek Choorstraat Papenstraat een klein pand te zien. In 1832 en ook nu heeft het een veel grotere omvang.
 
Lakenhandel
Omstreeks 1600 was het vijf stookplaatsen tellende huis het onderkomen van lakenkoopman Louwijs de Scheppere. De lakenhandelaar was waarschijnlijk van Vlaamse afkomst en lid van de nieuwe calvinistische kerk. In het lidmatenboekje van de dominee uit 1602 stond hij samen met zijn vrouw Cornelia genoteerd als bewoner ‘in den Rinck’. In 1610 hertrouwde hij met een weduwe uit Den Haag, Anna van Coningsloo. Dat geluk duurde maar kort, want na anderhalf jaar lag hij ook zelf in zijn kist. Zijn zoon Pouwels de Scheppere zette de lakennering in de Choorstraat voort tot zijn overlijden in 1622.
   
Geportretteerde kruidenier
Tussen 1632 en 1655 woonden hier Isaac Arentsz ’s Gravesande en zijn vrouw Annetje Steenhuysen. Van dit echtpaar zijn in het Prinsenhof twee portretten van een tot nu toe onbekende kunstenaar. Bijzonder, want zoveel Delftenaren zijn er op die manier niet voor ons bewaard gebleven. Het geld voor deze portretten verdiende Isaäc als kruidenier, wat in die tijd vrij letterlijk genomen moet worden. Hij handelde in specerijen en kruiden. Annetje of Antje kwam uit het Noord-Hollandse De Rijp. Zij waren in Alkmaar getrouwd. Ziek te bedde liggende liet hij vlak voor zijn dood in 1655 een testament opmaken door notaris Frans Bogert, die beweerde zeer goed met hem bekend te zijn. Annetje overleed in 1663, bijna 60 jaar oud.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw vensterKlik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De 17e eeuwse bewoners, het echtpaar Isaäc Arentsz ’s Gravesande en Annetje Steenhoven. Collectie Prinsenhof, schilder onbekend.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een 19e eeuwse plaat van de moord op Willem van Oranje.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Eigentijdse gravure van de moord (1584)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De historie is ook op straat zichtbaar.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Omstreeks 1600 kwam hier een lakenkoopman (tekening Isaäc van Swanenburg).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Al in 1660 kwam hier de eerste bakker.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Veilingadvertentie in de Delftsche Courant in 1899, waarin de failliete bakkerij te koop wordt aangeboden.

 
Koekenbakker met leerling
De eerste maal dat er sprake is van een bakkerij in de Diamanten Ring is omstreeks 1660 toen koekenbakker Gijsbert van der Pont er het roer overnam. In 1663 kreeg hij Abraham Robart in huis om gedurende drie jaar in het handwerk van koekenbakker te leren. Zijn oom, de Haagse apotheker Gerardt Robart, stelde daarvoor met Van der Pont een leercontract op. Voor opleiding, drank en bewassing moest de familie Van der Pont de eerste twee jaar honderd gulden per jaar vergoeden en het laatste jaar tachtig gulden. Als Abraham het vak niet bleek te kunnen leren dan moesten ze nog ƒ 37,50 extra bijbetalen.
Koekenbakker Van der Pont boerde niet slecht. Aan het eind van zijn leven schatte de fiscus zijn bezit op ƒ 4.000, wat voor een middenstander in die tijd een behoorlijk bedrag was.
De weduwe van Van der Pont verkocht in 1707 de Diamanten Ring als bakkerij aan Evert Couwenhove. Deze bakker kwam al snel daarna te overlijden. Zijn weduwe verkocht de zaak echter pas in 1725 (met een forse schuldverklaring) aan bakker Karel de Later, die mogelijk toen al vele jaren huurder van de bakkerij was.
 
‘Rotterdam’
Halverwege de achttiende eeuw is de naam de Diamanten Ring even weggeweest, toen ene Johannes Hetekoo het pand in 1739 in ‘Rotterdam’ herdoopte en er een tabakswinkel van maakte. In 1781 had Casper de Vries er alweer een broodbakkerij en omstreeks 1795 kreeg het bedrijf vermoedelijk ook zijn oude naam weer terug.
In 1800 was de bakkerij een huurpand dat voor ƒ 80 per jaar verhuurd was aan bakker Conrad Brack. Dat was in de jaren dat onroerend goed voor absolute bodemprijzen verkocht of verhuurd werd bij gebrek aan bewoners. In 1794 was de koopprijs van de bakkerij ƒ 675, in 1725 nog voor ƒ 2.850. In 1803 verkochten de regenten van het Weeshuis het winkelpand namens de weeskinderen van de eigenaar-verhuurder Brüchel aan bakker Gerrit van Veen.
 
Stipriaantjes
In 1817 nam de 33-jarige broodbakkersknecht Jacob Langerveld de zaak over. Het broodbakkervak had Langerveld waarschijnlijk geleerd bij een bakker op de hoek van de Doelenstraat, waar hij eerder woonde. Een succesvol product van zijn bakkerij waren volgens overlevering de ‘Stipriaantjes’, een geneeskrachtig koekje dat genoemd was naar het populaire Delftse huisartsengeslacht Luiçius van Stipriaan (Zie OD 128), die naar verluidt het recept voor de koekjes zouden hebben geleverd.
 
Honderdjarig hulpje
In 1865 kocht de in Gelderland geboren Karel Magendans de bakkerij op schuldbekentenis van de erfgenamen van Jacob Langerveld voor ƒ 8.500 en trouwde datzelfde jaar met Anna Mijnlief. Hij was de eerste van drie generaties Magendans, allen met de naam Karel, die een eeuw lang op deze plaats brood hebben gebakken. Hij was hervormd, in tegenstelling tot zijn voorganger, de katholieke Langerveld. Karel Magendans was bovendien zeer actief in de kerk. In 1874 leverde dat hem de order op om armenbroden voor de diaconie te mogen bakken.
Magendans kwam uit een bakkersfamilie. Zijn vader woonde ook al in Delft, en werkt op hoge leeftijd mee in de zaak. Dat blijkt uit een bericht in het Dagblad voor Zuid-Holland en ’s S-Gravenhage. Deze krant meldt dat de heer ‘M’, meester broodbakker in de Choorstraat in Delft op 4 november 1867 het zeldzame voorrecht mocht genieten zijn honderdste levensjaar in te treden: “Ofschoon zoo hoog bejaard, mag hij zich nog in eene goede gezondheid verheugen en biedt nog dagelijks in de bakkerij zijns zoons de behulpzame hand.”
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Bericht over honderdjarige bakker in het Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage, 6 november 1867. Aanbesteding door architect Van Kersbergen. Aanbieding van amandelgebakjes in oorlogstijd, Delftsche Courant september 1940.
 
Bakkerij uit de as herrezen
De bakkerij had al in 1896 plannen tot een grootscheepse verbouwing. Vanwege het naderend faillissement moest dat op het laatste moment afgeblazen worden. Na de doorstart van zoon Karel Magendans in 1899 wordt alsnog verbouwd. Voor de aanbesteding werden advertenties geplaatst in het Rotterdams Nieuwsblad 11 maart 1896 en 11 juli 1899.
De problemen in 1899 werden uiteindelijk met hulp van familie opgelost. Karel bleek de aflossing van zijn hypotheek niet meer te kunnen betalen. Vandaar het faillissement. De broodbakkerij en het naastliggend pakhuis in de Papestraat kwamen in veiling.
Toen schoot mevrouw Waltman uit de Phoenixstraat, de schoonmoeder van Karel (1867-1933), de familie te hulp. Zij kocht de bakkerij. Ze liet het bedrijf door architect Kersbergen volledig vernieuwen. Zie de advertentie uit 1899, in de kolom hiernaast. Timmerman Jacobus Filbri uit de Nieuwstraat tekende een contract om de bakkerszaak te verbouwen. Hij accepteerde het bestek voor een aanneemsom van ƒ 3.893. De familie Magendans kon nu de bakkerij voortzetten.
 
Bekroond brood
In 1968 nam Johannes Bruggeman, voordien bakker in Den Briel, de zaak van de laatste Karel Magendans over. In 1985 volgde A.P. Bruggeman hem op. De zaak werd sindsdien door een vakjury meerdere malen bekroond voor zijn ambachtelijk brood en banket.
 
Kees van der Wiel
(met dank aan Dick Visser, de familie Bruggeman en mevrouw Magendans)
 
nadere informatie over Choorstraat 9
laatste wijziging 29-02-2012