Geerweg 1-4/Annastraat 2

Honderd jaar melkhandel  Klapwijk - Van der Kooij
NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.
   

In  maart 1818 koopt Abraham Klapwijk de boerderij annex melkhandel aan de Geerweg/Annastraat in Delft wijk 6 nr 378. Dit bedrijf stond net om de hoek aan de Geerweg en had een brede uitgang in de Annastraat. In 1863 komt het in handen van zijn schoonzoon Pieter van der Kooij, getrouwd met dochter Johanna Klapwijk.  Zijn kleindochter Jannetje de Jong (weduwe van kleinzoon Pieter Pieterszoon) laat de boerderij afbreken, evenals het inmiddels aangekochte buurhuis op de hoek en laat hier een nieuwe zuivelfabriek annex winkel met twee bovenwoningen bouwen. Maar helaas, de achterkleinzoon Johannes ziet het bedrijf eind 1917 failliet gaan.  Bijna honderd jaar melkhandel Klapwijk - Van der Kooij: opgaan, blinken en verzinken.

Voor de vroegere geschiedenis van deze plek: lees verder bij Geerweg 2, 3 en 4.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Geerweg 1-4 en Annastraat 2

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Kort na 1904. Drukte bij de nieuwe melkhandel
van P. van der Kooij.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Alleen op de Kadasterkaart 1832 is te zien hoe de oude stadsboerderij was gesitueerd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Het afleveren van melk door de melkboer op de Boterbrug.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Rechts liggen twee spoelingschouwen tegenover de boerderij van een andere Klapwijk in Overschie. (Collectie Museum Oud Overschie)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Boven de voordeur staat het bouwjaar van de ´nieuwe´ zuivelwinkel.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Boven de etalageramen aan Annastraat en Geerweg zijn keramische afbeeldingen van het werk in een zuivelbedrijf te zien. Buiten in de wei worden de koeien gemolken. Binnen wordt boter en kaas gemaakt. Een paard houdt de karnmolen in beweging.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
In de jaren ´60 fotografeerde de gemeente de Geerweg. Het koetshuis en een stukje van het oude Sint Joris staan er nog op (Coll. Erfgoed Delft, Archief beeld en geluid).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Ten noorden van Delft bij de Karstanje Watering liet Klapwijk een boerderij bouwen. (Delft Gemeente Atlas 1870)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Arthur Tutein Noltenius maakte een aquarel, waar de Geerweg op staat. Bij de gele streep het hoekpand, rood bij het koetshuis, blauw bij het Sint Joris Gasthuis. Detail. (Coll. Erfgoed Delft, Archief beeld en geluid).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Stadsboeren waren niet ongewoon. Hier een in Haarlem.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
In de Annastraat en aan de Geerweg was het vroegere Sint Joris Gasthuis alom aanwezig. Foto 1930. Volk op straat: er werd een verbouwing aanbesteed. (Foto Erfgoed Delft)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Vanuit de lucht gezien een groot pand (foto gem. Delft).

 
Boerenfamilie
Abraham, geboren in 1780 in Kethel, is opgegroeid  op de boerderij Veelust aan de Schieweg, die vanaf 1788 door zijn vader Hendrik Klapwijk gepacht werd.  In 1811, wanneer zijn vader en moeder inmiddels zijn overleden, ontvangt hij een aandeel van de erfenis (ten minste ƒ 400) van zijn grootvader Paulus van der Spek (1723-1809), bekend om zijn nagelaten levensverhaal.  Bij zijn trouwen in 1814 met Maria Keet, afkomstig uit Vlaardingen, woont Abraham (beroep: arbeider) ergens in Vrijenban, en verhuist later naar Rijswijk. Daar worden twee dochters geboren, Johanna en Catherina. Inmiddels is hij van beroep bouwman oftewel boer geworden.
 
Melkwinkel en koestal
In maart 1818 koopt Abraham de boerderij met schuren en stallen aan de Geerweg (toentertijd nog Nobelstraat) van Christina Gotze en zet de melkhandel van Dirk en Dirkje van der Ende voort.
De boerderij bestond uit een huis, een koestal en vijf schuren. Op de begane grond was een voorhuis, met toonbank dus daar zal de melkwinkel geweest zijn. Achter de winkel was een voorkamer, een woonkamer  en een binnenvertrek te vinden en ergens kon je afdalen naar de kelder. Op de tweede etage was er een  bovenwoonkamer en daarboven de  zolder en een vliering. De buurkavels, zowel in de Annastraat als aan de Geerweg, zijn eigendom van het St Joris Gasthuis en het Tuchthuis. Zijn twee zonen Hendrik en Abraham worden in Delft geboren. Bij de aangifte van Hendrik in 1818 gaat de buurman van het hoekpand, Jan Willem Usener, turfdrager, mee.
 
Spoeling
Abraham maakte voor het (bij)voeren van zijn vee gebruik van spoeling van de jeneverstokerijen uit Schiedam. Met een spoelingschouw werd dit dampende afvalproduct van de branderijen naar Delft getransporteerd en met een spoelingpomp via een spoelingsgoot naar de koeienstal gebracht. Spoeling werd o.a. gekocht bij de branders A. van Berkel & Zoon. Maar hij was niet alleen aangewezen op spoeling als veevoer, hij kon ’s zomers zijn vee laten weiden in weiland o.a. gepacht van Christina Gotze.  Het is niet helaas niet bekend hoeveel weiland er in 1818 gepacht werd, maar het is niet waarschijnlijk dat Abraham vanaf het begin een groot bedrijf had.
 
Stevige uitbreiding
In Delft worden nog twee kinderen, twee zoons, geboren: Hendrik en Abraham.  Samen met  de inwonende boerenknechten en boerenmeiden woonde er een heel koppel aan de Geerweg.  En dat was wel nodig, want in de loop der jaren slaagde Abraham er in om zijn bedrijf uit te breiden. In 1826 koopt hij 6,8 bunder weiland in de Plaspoelpolder  (Rijswijk) uit de erfenis van Adriana Grisnigt en in 1834 uit de erfenis van Christina Charlotte Gotze 3,5 bunder weiland in de Voordijkshoornschen Polder (Hof van Delft).  In 1841 pacht hij ook nog eens ca 47 bunder in de Plaspoelpolder en ruim 8 bunder in de Voordijkshoornschen polder. Met  56 koeien, 3 vaarzen,  4 kalven, één stier, 17 varkens en 3 paarden was hij één van de grootste boeren in de omgeving geworden.
 
Boter
Op de boerderij werd zowel kaas als boter geproduceerd, zoals rond Delft gebruikelijk was. Het accent lijkt  vooral op boter te liggen. In de inventarislijst komt maar één kaaspers voor, terwijl het karnhuis volledig ingericht is voor boterbereiding. Verder koperen ketels om na het melken de melk te laten koelen  Een partij testen, waarin melk de gelegenheid krijgt om op te romen. Enige botervlootjes, een tobbe gevuld met een paar emmers water, waarin de boter gestort werd om gewassen te worden en van de resterende karnemelk te ontdoen. Boterkuipen waarin de boter verkocht werd.
 
Twaalf lijkdragers
In 1841 overlijdt Abraham oud 61 jaar na een ziekbed. De arts Johannes Maria van Stipriaan (zie OD 128) heeft hem behandeld en ook de stadschirurgijn Gutteling is er aan te pas gekomen. De medicijnen werden gehaald bij de apothekers Verboon en De Knijff.  Voor de begrafenis werden twaalf lijkdragers ingehuurd à raison van ƒ 1 per persoon en de agent van politie hield voor twee kwartjes een oogje in het zeil. De doodskist werd voor een bedrag van ƒ 26 geleverd door de timmerman Bastiaan Veth (meestertimmerman, aannemer, koopman en (mede)oprichter van de zuivelfabriek van B. Veth&Co).
 
Goed geboerd
Na zijn overlijden zet Maria Keet, zijn weduwe, samen met de twee nog minderjarige zonen Hendrik en Abraham en dochter Catharina het bedrijf voort.  Dochter Johanna was in april 1839 getrouwd met Pieter van der Kooij en zij woonde inmiddels  in Hof van Delft.  Zij boeren goed, want na het overlijden van Maria Keet in 1857 wordt besloten bij de verdeling van de erfenis geen gebruik te maken van de boedelbeschrijving uit 1841 “vermits de boedel aanmerkelijk is vooruitgegaan”.  En dat klopt. De waarde van de veestapel is ten opzichte van 1841 verdubbeld en ook zijn er heel wat obligaties aangeschaft. De totale waarde van de erfenis  was opgelopen tot bijna ƒ 77.000.  Bovendien had Hendrik in 1848 de boerderij Veelust (Vrijenban kadaster C112 etc) met bijna 22 bunder weiland gekocht.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De Kaart Figuratief met omgeving Annastraat en Geerweg.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster e
De Kadastrale opmeting van 1923.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster 
Een kaart van de situatie 1832, waarop de boerderij goed is te zien
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster 
De toestand van 2004 (met flats langs de Geerweg)
Twee gebroeders
In 1857 komt bij de verdeling van de erfenis de boerderij aan de Geerweg in handen van Abraham. Zijn broer Hendrik, die in 1856 getrouwd was met Jacoba van der Voort, blijft op de boerderij wonen. Abraham was al op 2 december 1846 getrouwd met Neeltje van den Berg en op diezelfde dag  trouwde ook zijn zus Catharina. Na het overlijden van moeder Maria blijven er dus twee gezinnen op de Geerweg achter. Feitelijk wordt het bedrijf door beide broers samen voortgezet.
Abraham en Neeltje krijgen een aantal kinderen, waarvan er maar vier in leven blijven. In 1859 overlijdt Neeltje in het kraambed en blijft Abraham alleen achter. In juni 1863 sterft ook Hendrik. Abraham en Hendriks vrouw Jacoba besluiten in 1863 het gemeenschappelijk bedrijf te splitsen. De boerderij was al eigendom van Abraham, maar nu verkrijgt hij ook de inboedel, het vee, de landbouwgereedschappen en een weiland.
 
Veestapel en boerenwagens
In 1863 telde de veestapel 62 koeien, 1 stier, 13 schapen, 9 lammeren, 3 paarden, 3 vette varkens, 6 kippen en een haan.  Er is ook een uitgebreide inventarislijst met o.a. een mestpraam, een spoelingschouw, spoelingpompen en spoelingsgoten, klaven en grampels, een boerenwagen, een kapspeelwagen op veren, een melkwagen, een straatmelkwagen op veren etc.  In de winkel staat een toonbank, vier stoelen etc. Ook komen we in de inventaris dertien achtsten boter tegen en ca duizend ponden Nederlandse hooi.  Boter werd verkocht in botervaten in twee maten1/8 en 1/16 respectievelijk 20 en 10 kg netto.
 
Boerderij in Rijswijk
Abraham besluit omstreeks die tijd met zijn schoonzus Jacoba Maan te trouwen. Zij was de weduwe van Simon van den Berg, overleden in 1857, de broer van Abrahams eerste vrouw. Het huwelijk wordt in 1864 gesloten in Delft. Ook verder heeft Abraham grote plannen. Hij wil meer armslag voor de boerderij en besluit op één van zijn weilanden in Rijswijk aan de Kastanjewetering door meestertimmerman Zuidgeest een nieuwe boerderij te laten bouwen. In 1864 komt deze boerderij klaar en hij trekt daar in met Jacoba Maan en zijn en haar kinderen. De boerderij aan de Geerweg verkoopt hij aan zijn zwager Pieter van der Kooij, die getrouwd is met Abrahams zus Johanna. Zoals zal blijken komt bij deze twee het accent te liggen op melk- en boterhandel. 
 
Melkhandel Van der Kooij
Pieter en Johanna verhuizen van de Hof van Delft naar de Geerweg en zetten de boerderij annex melkhandel voort. In 1884 overlijdt Pieter en wordt Johanna de eigenaar.  In 1894 verkoopt zij het huis, koestallingen, paardenschuur, twee varkensschuren aan de Geerweg en weilanden voor ƒ 44.000 aan haar zoon Pieter van der Kooij Pieterzoon. 
Er worden plannen gemaakt om het bedrijf te moderniseren.  Met het oog daarop koopt deze Pieter in april 1904 het hoekpand Geerweg/Annastraat (B196) van Adrianus van Leeuwen (boterhandelaar). Het is de bedoeling om dit pand af te breken evenals de oude boerderij aan de Geerweg. Op de hoek Geerweg/Annastraat moet dan een nieuw pand komen. Van een leien dakje gaat het allemaal niet. Pieter komt op 7 juni 1904 te overlijden. Zijn zoon Johannes zet het bedrijf voort. De erfgenamen verkopen een deel van de grond, verdeeld in vijf bouwkavels.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Het ontwerp van architect Kersbergen. Tekeningen van de gevels Annastraat en Geerweg, een dwarsdoorsnede en de begane grond (Coll. Bouw- en Woningtoezicht Delft).
 
Nieuw  pand
Maar de plannen gaan door. Op de hoek Annastraat/Geerweg komt een nieuw pand ontworpen door de architect C.J.L. Kersbergen. Het wordt een zuivelwinkel met twee bovenwoningen. Jannetje de Jong, de weduwe van Pieter, wordt eigenaar. Voor de bouw van het nieuwe pand had Pieter van der Kooij in april en mei 1904 hypotheken op zijn bezittingen moeten sluiten en wel voor ƒ 52000. De hypotheken werden afgesloten bij de NV “de Twee Verenigde Verzekering Maatschappijen”, de bankiers Scheurleer en Zoonen en de heren Jacobus de Roo, timmerman, en Daniel Huurman, meestermetselaar.  De Roo en Huurman hebben het pand waarschijnlijk gebouwd.
In 1904 was er naast de boter- en melkhandel nog wel vee, maar wel heel wat minder dan in 1863. Er zijn nog maar acht koeien, vier varkens en een paard.  De melkhandel is inmiddels belangrijker geworden, er zijn dan ook drie melkwagentjes en één melkwagen. Toch staat ook deze tak van het bedrijf onder druk. Er moet geconcurreerd worden met margarine. Bovendien krijgt de boterhandel een slechte naam, doordat margarine als ‘echte’ boter wordt aangeboden. De verkoop van de Nederlandse boter loopt daardoor terug.
 
Zuivelfabriek
Het bedrijf wordt voortgezet onder de naam firma P. van der Kooij. In 1905 wordt een hinderwetvergunning aangevraagd voor gebruik van een gasmotor bij de boterbereiding.  Later wordt er een N.V. van gemaakt, zuivelfabriek  “Ons Belang”. Ook voor deze zuivelinrichting wordt in 1916 een hinderwetvergunning aangevraagd en wel voor gebruik van een elektromotor. Maar helaas bij beschikking van 6 januari 1917 wordt bekend gemaakt dat de positieve beschikking op de aanvraag niet uitgevoerd wordt wegens faillissement en verkoop van de panden.
Directeur Johannes van der Kooij heeft de strijd opgegeven. Johannes en Paulus van der Kooij vertrekken uit het pand Geerweg 1. Paulus overlijdt in 1919, oud 27 jaar, melkhandelaar. Het pand, tot 1916 eigendom van Jannetje de Jong, de weduwe van Pieter van der Kooij, wordt verkocht aan het Gasthuis St Joris.
 
Rookartikelen
Na  vertrek van de Van der Kooijen wordt het pand Geerweg 1 bewoond door Johanna Geertruida van Domburg, weduwe van Johannes Cornelis Post. Zij is winkelierster en ze verhuurt kamers aan studenten en anderen. In 1921 trouwt zij met een hoofdcommies van het Centraal Bureau voor Statistiek en vertrekt naar Den Haag. Haar zoon Jacobus Post zet de sigarenwinkel voort. Het is niet duidelijk tot hoelang hij de winkel drijft. In elk geval staat hij in 1938 nog in het adresboekje als sigarenwinkelier. In 1949 woont Dirk Neeleman er als filiaalhouder en is volgens het adresboekje B.J.J. Rooskens eigenaar van de winkel in tabaksartikelen. Later staat Ben Rooskens zelf in de winkel en verkoopt rookwaren. Het pand wordt door het Sint Joris Gasthuis verkocht aan de gemeente en die verkoopt het ca 1987 weer aan de sigarenhandelaar. De tabakswinkel blijft tot begin van de negentiger jaren aan de Geerweg/Annastraat gevestigd.  Daarna komt het pand in andere handen en wordt grondig opgeknapt.
 

Bram Klapwijk

 
nadere informatie over Geerweg 1-4/Annastraat 2
laatste wijziging 01-03-2012
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
In 1934 is er een tabakswinkel in het hoekpand. 2012. We kijken richting Geerweg. Er is geen winkel meer.