Kolk 24-26
Daar waar de molen stond  
   

Het huis Kolk 24-26 staat met twee andere panden op de  kop van de Kolk aan de oostkant, met een zijgevel in de Molenstraat. Tot aan de 19e eeuw werd dit stukje Kolk ook wel aangeduid met de beschrijving  ‘Op den Dam’.

Het korte brede water is dieper dan de andere Delftse grachten en werd daarom Kolk genoemd. In de 15e eeuw werd het wel als Culc geschreven. De diepte ontstond doordat hier schepen werden gedraaid zodat ze in de goede richting over de dam bij de Molenstraat konden worden getrokken. Er was hier dus inderdaad een dam. De Kolk werd in de 14e eeuw gegraven om water uit de Oude Delft te kunnen afvoeren via het water langs de Geerweg of de gracht van de Voorstraat. Een molen zorgde voor de waterafvoer. Dit bouwwerk moet gestaan hebben op het hoge deel van de Kolk, waar nu nummer 24 met zijn buurhuizen staat. In archieven van de Oude Kerk komt de molen voor als ‘Hessels molen”.

(Ook Kolk noord- en zuidzijde hadden vroeger soms andere namen. Aan de noordkant vertrokken schepen naar Amsterdam en heette daarom ook wel ’t Amsterdammer Veer. De zuidkant werd ook Houtmarkt genoemd, omdat daar houthandel plaats vond).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De zijgevel staat in de Molenstraat
(Collectie Gemeente Archief)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De Molenstraat in 1902. Helemaal links een stukje
hoekpand Kolk 26, met een kleine deur naast een
hoog raam. (Collectie Lagendijk)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Met zijn drieën op de kaart van Johan Blaeu, 1652

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De brand van 1536 trof ook de Molenstraat en de
hoek bij de Kolk. Detail.
(Schilderij collectie museum Prinsenhof.)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Ongekende rust op de Kolk.
(Foto Openbare Werken, 1932.)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Zicht op de Kolk noordzijde. Achter de huizen het
torentje van de Lutherse Kerk. Foto 1958,
Tiemen van der Reijken. (Collectie Gemeente Archief)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De Kolk in 2002. In de verte de drie huizen op de kop
van de gracht. Geen auto’s, vanwege een koninklijke bijzetting in de Nieuwe Kerk.
(Collectie Gemeente Archief)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De Kolk in 1902, nog met schepen. (Ansicht
collectie Lagendijk, uitg. Th. van Leipsig)

 

Appelkoopman, bogertsman
De  eerste naam van een bewoner, tevens eigenaar, die we kennen van Kolk 24-26 staat in het tiende penningregister van 1543. Rond 1540 woonde hier Jan Vincent Jansz, appelkoopman of bogertsman, een bezitter van boomgaarden. De drie huizen aan de oostkant waren alle zijn eigendom evenals het huidige Molenstraat 2-2a. Op de kadastrale kaart uit 1832 zijn het de nummers B 575, 576, 577 en 578. Zelf woonde hij op de hoek (Kolk 24-26). Het huidige Molenstraat 2-2a was zijn achterhuis en een gemeenschappelijk gang voor alle huizen voerde naar de Kantoorgracht. Het achterhuis en de andere huizen werden verhuurd. Ze moeten er al ongeveer uitgezien hebben als op de Kaart Figuratief uit de zeventiende eeuw.

Het huis blijft tot ca 1600 in deze familie en dan komt het in bezit van Arent Floren, ook appelkoopman, die er niet zelf woont. Hij verhuurt het voorhuis aan Floris Cornelisz, vleijshouder en het achterhuis aan de chirurgijn Abraham Allertsz.
 

Damhouder
Na Arent Floren wordt de eigenaar Jacob Cornelisz, damhouder --- hier komt het woord dam weer te voorschijn --- die het huis weer zelf bewoont. De damhouder is een officiële functionaris, die toezicht houdt op alle activiteit bij de dam. Zijn weduwe verkoopt het huis rond 1620 aan de schoenmaker Jacob Cornelisz Cool. Deze bewoonde het huis niet zelf. Vervolgens komt het in bezit en gebruik van de schoenmaker Pieter Ruttens van Winckel. Deze had meerdere huizen maar staat met dit adres als woonadres vermeld in het haardstedenregister. Had het huis in 1600 bij Floris Cornelisz nog twee haardsteden, in 1638 wordt er voor Pieter Rutten maar één vermeld.

 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De situatie in 1832. In 2004 is de hoek hetzelfde, bij de
buren zijn kleine veranderingen.
Op de Kaart Figuratief met
een trapgevel.

 

‘Belegging’
Vanaf nu weten we wel de eigenaren maar slechts zelden de bewoners. Vele eigenaars kochten het pand om te verhuren, als “belegging”. Na Pieter Rutten komen Corstiaen van der Meulen, schoenmaker, dan diens weduwe Grietje Claesdr.
In 1718 koopt Dirck van der Vaert het pand, waarbij we voor het eerst een prijs weten en een beschrijving van het huis. Hij betaalt f 600 waarvan f 300 kontant. De omschrijving in de koopakte luidt:

“Huis ende erve aan de oostsijde van de Voorstraat op den noortwesthoek van de molestraat belend ten noorden Jacob Cornelisz Kleyn ten suyden de molestraat”.
 

Flinke winst
De erfgenamen van Dirk maken een flinke winst in 1727 als het aan Jan Schilperoort verkocht wordt voor f 550 samen met een schuldbrief van f 600. Onbekend is of het huis misschien flink verbouwd of opgeknapt werd in die tussentijd.

Jan Schilperoort verkoopt in 1731 het voorste gedeelte op de hoek aan Jan van Leeuwen voor f 630 en het achterhuis aan Cornelis van Emmeren voor f 330. Bij het achterhuis wordt in de koopakte vermeld “schrinkelende noord op met een gemene gang tot aan delfte”.
 

Schipper
De Kolk werd zoals gezegd, ook ´Amsterdamsche Veer´ genoemd omdat de boten uit Amsterdam er aanlegden en het is dan ook niet verwonderlijk dat in 1804 een schipper eigenaar wordt en er gaat wonen: Anthonie Stegeman met echtgenote Johanna Bergveld, drie kinderen en in de loop der jaren een aantal kamerbewoners. Hij woont er geruime tijd en het is aannemelijk dat tussen 1803 en de verkoop in 1845 het huis zijn gestucte gevel en rechte goot krijgt, in die tijd zeer in de mode.

Na hem komt in 1845 Hendrik de Ronde als eigenaar en dan verandert het gebruik: bij de veiling na zijn overlijden in 1851 staat in de advertentie “een huis en erve zeer geschikt tot uitoefening van een winkelnering”. In de veiling wordt wel geboden maar niet afgeslagen en voor f 1525 gaat het huis naar timmerman (aannemer) Petrus van der Horst.
 

Koffiehuis
In 1872 wordt het weer geveild en  weten we meer over de winkelnering en de indeling van het huis. Er is beneden een koffiehuis gevestigd en er is een aparte bovenwoning gekomen.
De advertentie voor de veiling:
“Een zeer hecht en sterk goed onderhouden  huis waarin slijterij en tapperij van sterke dranken en bieren een reeks van jaren met best gevolg is en nog wordt uitgeoefend, staande aan de oostkant van de Kolk op de noordwesthoek van de Molenstraat wijk 6 no 290 te Delft
Welk huis bevat: voorhuis met 2 ingangen, koffykamer en keldertje, slaapvertrek, keuken met regen en welwaterpomp, kelder. Voorts bovenhuis met vrije opgang, te weten; fraaie voorkamer met stookplaats, en daarnevens kabinetje, beiden met uitzicht op de Kolk, voorts een nette kamer met stookplaats hebbende uitzicht op de Molenstraat en nevens die kamer een slaapvertrek; wijders keukentje met waterpomp, zolder , dienstbodenkamertje, bergplaats voor turf en hout, zolderkamer met bedstede, en in het algemeen vele kasten en gemakken.
De jalouziën, gazornamenten, toonbank, stoelen, tafels en meer kunnen door den koper worden overgenomen.”

In het ruime bovenhuis woonde omstreeks 1880 baron W.R. van Hoevell
 

Tapper, slijter, kastelein
De begane grond blijft cafe, wat ook te zien is aan de beroepen van de eigenaren. Was Bertus van Osselen, die in 1872 kocht nog koetsier en “belegger”, na hem kwamen Martinus van Kol, winkelier en waarschijnlijk ook slijter; Antonius Schepens, tapper en slijter; de weduwe van Cornelis Langeweg, kastelein; de weduwe van Franciscus Lahnstein, cafehouder en in 1966 een grossier in dranken.

Rond 2003 valt het doek voor het horecagebeuren. De laatste uitbater sluit het cafe dat in de buurt voor veel overlast begon te zorgen en het pand wordt gekocht door een aannemer. Deze had ook op de andere hoek al een huis gekocht en verbouwd maar kon door de overlast van het café deze woningen niet goed verkopen. Hij maakte van het café een woninkje en bracht de rust terug.
 

Els Emeis

 
nadere informatie over Kolk 24-26