Koornmarkt 64 www.achterdegevelsvandelft.nl.

Eeuwenlang een brouwerij, Het Truweel (met de Kroon)
NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting

Dit huis, van oorsprong brouwerij Het Truweel, later Truweel met de Kroon, is een van de meest tot de verbeelding sprekende grachtenpanden van Delft. De gevel draagt twee jaartallen en dat heeft over de ouderdom van het pand wel eens verwarring gezaaid. Bovenaan de gevel, onder de daklijst, prijkt het jaartal 1621. Boven het deurportaal valt boven een weggehakt familiewapen tussen twee leeuwen met moeite 1545 te ontcijferen. Het laatste jaartal zegt meer over de ouderdom van het pand dan het eerste. In 1621 is het bovenste deel van de gevel vernieuwd, zoals aan het metselwerk boven de vensters op de eerste verdieping te zien is. Mogelijk gebeurde dat vanwege het verleggen van de vloeren erachter. De monumentale zolderkap achter de gevel (met maar liefst vier gestapelde jukken) dateert in elk geval vrijwel zeker van 1545.

Op de stoep zijn nog de oorspronkelijk toegangen tot de voormalige bierkelder te zien. De gevel moet in 1621 een mooie top hebben gehad met nog twee ramen en een takelluik op de zolder, zoals de Kaart Figuratief laat zien. Hij zal toen zijn geschilderd om het verschil tussen de oude en de nieuwe stenen aan het oog te onttrekken. Nog in de 20e eeuw waren daar verfsporen van herkenbaar.

De topgevel is bij een verbouwing in de 18e eeuw vervangen door de huidige daklijst, die toen als veel moderner gold. Bij die modernisering is tevens het huidige bordesje voor de voordeur aangebracht. Ook vanbinnen is het huis in die tijd ingrijpend verbouwd. Daarbij is onder meer in de linker voorkamer een versierd stucplafond aangebracht, met omstucte balken en tussenliggende velden tegen de kinderbinten. Verder bevindt zich in het pand nog een 18e-eeuwse toiletruimte met een halfcirkelvormige plattegrond en betegelde achterwand.
In 1848 sloot de brouwerij definitief haar deuren. Daarmee behoorde hij tot de laatste der Mohikanen die dit ooit zo gewilde Delftse vocht prodiceerden.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Koornmarkt 64 trok veel aandacht van vroegere fotografen. (Ansichtkaarten collectie Prooper)

Graaf- en spitwerk
Bij een interne verbouwing in 2001 is nader bouwhistorisch en archeologisch onderzoek naar het pand gedaan. Daarbij bleek dat er onder het huis nog funderingsresten waren te vinden die onder meer op grond van de steenformaten gedateerd konden worden uit circa 1400. Ook kwamen drie waterputten tevoorschijn. Twee van die drie putten dateerden uit de vijftiende eeuw, en een derde uit de zestiende of  begin zeventiende eeuw.
Eén van die twee oudste putten was vermoedelijk na het graven van de derde in onbruik geraakt. De ander, in het zuidelijk deel van het huis, is in de loop van de achttiende eeuw voorzien van een nieuwe opbouw. Achter in het noordelijk deel van het huis zat een oude kelder, die in de negentiende eeuw is volgestort, kort nadat het pand zijn functie als brouwerij verloren had.
Het opvallendste resultaat van het graafwerk was echter dat het pand oorspronkelijk door een muur van voor naar achteren gescheiden bleek te zijn in twee delen, een noordelijk en een zuidelijk deel. Dat duidt erop dat in 1545 twee percelen zijn samengevoegd. De tussenmuur is er ook de oorzaak van dat de voordeur niet in het midden van de gevel zit. Overigens blijkt dat al in 1363 bij de tijnsheffing (grafelijke erfpacht) het hele huidige erf in één hand was, namelijk die van ene Jan Sluter. Wellicht is na hem bij het bouwen van de eerste stenen huizen het perceel weer gesplitst. De oude tussenmuur is in de 19e eeuw grotendeels weggebroken en op de begane grond vervangen door een binnenmuur evenwijdig aan de voorgevel.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Voordeur met daarboven het weggehakte
wapenschild met de leeuwtjes.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Brouwerij ‘t Truweel op de Kaart Figuratief van 1675,
met voor de deur de kraan en achter de pakhuizen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De bezittingen van brouwerij Het Truweel met de
Kroon bij de opmeting van het kadaster in 1832
.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De zolder van Koornmarkt 64
(foto Monumentenzorg Delft)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Familiewapen van de brouwers
Vlaardingerwou

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Bierbrouwer uit ver verleden
(Historisch Openluchtmuseum Eindhoven)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
In 1848 te koop als bierbrouwerij. (NRC)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Deze restauratieplannen gingen niet door.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Een wijkverpleegster op een brommer. In de
jaren ’50 zat Rehoboth op het adres Koornmarkt 64.
(Foto collectie Prooper).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Robbert Vlaardingerwout was lid van het Oranjevendel bij de schutterij.(door Rochus
Delff, collectie Erfgoed Delft Prinsenhof)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Zo zag de Koornmarkt er vroeger uit.
(collectie Prooper)
Het huis werd onterecht als het woonhuis van
Jan Steen gezien (collectie Prooper)

Grafelijke Bovarie?
Ir. J.J. Raue heeft in zijn boek over de ontwikkeling van Delft in de middeleeuwen deze plaats aangewezen als de plek waar achter de bebouwing de grafelijke Bovarie (stallencomplex, cq boerderij) zou hebben gestaan. Het inmiddels overbouwde steegje tussen Koornmarkt 62 en 64 zou de toegang naar deze Bovarie zijn geweest. Dat gebouwencomplex moet inderdaad ergens op deze hoogte tussen de Koornmarkt en de Brabantse Turfmarkt hebben gelegen. De stallen stonden in 1316 onder toezicht van ene Albrecht. De restanten (muurresten) die Raue nog meende waar te nemen in een tuinmuur aan de noordzijde van het achtererf van Het Truweel, lijken niet erg overtuigend.

Burgemeester-brouwer zonder onderscheid
In 1600 brouwde hier Arent Jacobsz (1557-1642) zijn bier, met twee brouwketels en vier eesten. Hij had zich 26 mei 1584 als brouwer laten inschrijven. Voordien was zijn vader Jacob Arentsz in 1578 de brouwer. Arent gebruikte later de achternaam Van der Graeff . In 1621 liet hij zijn gevel opknappen. Inmiddels was hij behalve brouwer, ook burgemeester. Kort tevoren lieten hij en zijn vrouw, Sara Bosschaert, zich deftig portretteren door de hofschilder Van Mierevelt.
Arent Jacobsz van der Graeff was een belangrijk man in het stadsbestuur. Tot ergernis van de scherpslijpers in de godsdiensttwisten rond het Twaalfjarig Bestand had hij echter ‘weinig onderscheijd’ in de religie en was hij geen lidmaat van de nieuwe calvinistische kerk. Desalniettemin wist hij zich te handhaven.
Omstreeks 1632 deed hij het Truweel over aan zijn zoon Aelbrecht en verhuisde zelf op zijn oude dag naar brouwerij De Pauw aan de overzijde van de gracht (ter hoogte van het huidige Koornmarkt 21).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Portretten van Arent van der Graeff en Sara Bosschaert, geschilderd in 1619 door Michiel van Mierevelt. (Collectie Museum Prinsenhof). Portret van mr. Willem Vlaardingerwout uit 1733 met fraaie pruik geschilderd door Harmanus Serin. In particulier bezit.

Dichtliefhebbers
Halverwege de 17e eeuw nam Pieter Lievensz de Bocq het roer over in de brouwerij. Hij ging zijn bedrijf ’t Truweel met de Croon noemen. In 1659 had hij onder meer problemen met een biersteker in Alphen, die niet wilde betalen. Het bedrijf liep toen al vrij diep naar achteren door, zoals op de Kaart Figuratief van omstreeks 1675 is te zien.
Vanaf circa 1692 werd de brouwerij eigendom van de familie Vlaardingerwout, te beginnen met Robbert Vlaardingerwout (1670-1740). Robbert was luitenant bij het Oranjevendel van de schutterij en vriend van de dichter en medeschutter Hubert Poot. In 1716 maakt deze voor zijn luitenant een glorieus vers ter ere van diens zilveren bruiloft met zijn geliefde Adriana van Edenburg. In 1723 schreef hij een rijmwoord op de promotie van zoon Willem aan de Leidse Universiteit.
Waarschijnlijk is Robbert ook de man van de eerder genoemde verbouwingen, want de kieren in balken boven de eerste verdieping bleken bij een recent vondst dichtgestopt met reepjes krant uit onder meer 1725.
Mr. Willem Vlaardingerwout (1702-1782) zou omstreeks 1730 de brouwerij van zijn vader overnemen. Willem trad ook in de voetsporen van zijn vader, als kapitein van het Witte Vendel van de Schutterij. Verder werd hij Schout van Hof van Delft en kwam hij in het stadsbestuur, eerst als weesmeester en schepen, en tenslotte als burgemeester. Bovendien werd hij gekozen in de commissie van toezicht op de Rekenkamer van Holland. Vanwege deze carrière droeg hij dan ook fraaie pruiken en hield hij er in en bij zijn huis aan de Koornmarkt een aardige woonstijl op na met een inwonende meid, knecht en naaister en een chaisse met twee luxe paarden. Daarnaast had hij uiteraard twee paarden voor de rosmolen van zijn brouwerij.

Consortium
Na de dood van Vlaardingerwout kwam het Truweel in 1785 te koop met de twee belendende panden, de Hollandse Tuin (nu Koornmarkt 66) en het Vergulde Klaverblad (nu Koornmarkt 62), die beide inmiddels deel waren van de brouwerij.
Het bedrijf werd gekocht door een consortium van kapitaalkrachtige Delftenaren en andere geldschieters, onder wie burgemeester Abraham van Schuylenburg, de natuurkundige prof. Jan Hendrik van Swinden te Amsterdam (de man die ons en Napoleon aan de moderne meter hielp), en zijn broer Philip van Swinden, advocaat te Den Haag. De firma ging werken onder de naam Firma Van Hoeke en Van Swinden & Co en kwam onder leiding van Pieter Simeon van Swinden, die ook het woonhuis bij de brouwerij betrok. Onder dit gesternte hield de brouwerij het opnieuw bijna een halve eeuw vol. Ondanks alle Napoleontische oorlogen werd het Delftse bier nog altijd gretig gedronken, al was het over het algemeen niet meer zo ver van huis als vroeger.

‘Donder en blixem’
In 1817 deed commissaris Van Schuylenburg in de aandeelhoudersvergadering zijn beklag over het gedrag van de onderdirecteur/boekhouder Abraham Graswinckel die de klanten te  ‘zuur’ zou behandelen en de knecht van de commissaris met ‘donder en blixem’ had bedreigd.
In 1830 zou deze Graswinckel, samen met de Delftse tabak- en koffiehandelaar Drayer en de graanhandelaar Perk de brouwerij overnemen. Ze hielden hem nog gaande tot 1848. Daarna ging de kaars definitief uit. De huizen werden apart verkocht. Directeur Graswinckel, die in zijn leven 18 kinderen te voeden had, kocht zelf uit de failliete boedel de Hollandsche Tuin voor 14.200 gulden. Het Truweel en een groot deel van de achterliggende bedrijfsgebouwen gingen naar timmerman L.B. Denie, die het daarna in partjes doorverkocht. Daarbij werd D. Schaap de nieuwe eigenaar van het Truweel.

Achitectenbureau en thuiszorg
In de tweede helft van de 19e eeuw werd het huis bewoond door de klokkenist en muziekmeester Pieter Kersbergen en vanaf begin 20e eeuw door zijn zoon, de architect Cornelis Kersbergen. Deze heeft tientallen woningen in Delft op zijn naam staan.
Van 1938 tot 1991 deed het pand dienst als uitvalsbasis voor de thuiszorg, eerst van de christelijke wijkverpleging ‘Rehoboth’, en later van de Stichting Maatzorg. Die gebruikte ook de bovenverdieping van het naastgelegen pand Koornmarkt 66, dat via een doorgang op de verdieping toegankelijk was. Daarbij werd destijds het interieur drastisch verbouwd, waarbij vele oude elementen zijn verdwenen.

Restauratie
In 1955 volgde een nieuwe verbouwing, waarbij ook de voorgevel werd gerestaureerd. Daaraan ging een forse discussie vooraf. In 1948 had een architect twee plannen gemaakt voor het “restaureren” van de voorgevel, die beide door de welstandcommissie en de Rijksdienst Monumentenzorg als te wilde fantasieën naar de prullenbak werden verwezen. (zie afbeeldingen.) De lijstgevel bleef wat hij sinds de 18e eeuw was, en de vensters kregen weer een onderverdeling in zes ruitjes zoals bij die tijd paste. (En niet de kruiskozijnen met kleine ruitjes die er daarvoor ooit zullen hebben gezeten.)

In 2001 is het huis van binnen opnieuw ingrijpend verbouwd, waarbij er een kantoor en appartementen in zijn aangebracht. Op de verdieping werden die appartementen ruim opgezet, met weinig binnenwanden, om het daglicht maximaal in het huis te kunnen toelaten. Daarmee verdween de ondersteuning voor de balken die een forse overspanning hebben. Om doorbuiging te voorkomen werden muurstijlen aangebracht met houten korbelen (schuine steunbalken) en sleutelstukken, een zestiende-eeuwse constructie die van oorsprong op deze plek nooit eerder heeft gezeten.

Kees van der Wiel,
met dank aan Wim Weve, bouwhistoricus.

nadere informatie over Koornmarkt 64
laatste wijziging 04-12-2010
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft