Koornmarkt 66 www.achterdegevelsvandelft.nl
De Hollandsche Tuin in de schaduw van ‘Het Truweel’ NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.
Het huis vanouds genaamd "De Hollandsche Tuin" heeft tegenwoordig grotendeels een negentiende-eeuws uiterlijk met een gepleisterde gevel waarachter allerhande verbouwingssporen verborgen kunnen zitten en een strakke daklijst die tot halverwege de schuine zolderkap is opgetrokken. Op de Kaart Figuratief uit 1675 zien we het huis naast de grote brouwerij Het Truweel afgebeeld met een trapgeveltje, zoals de meeste huizen langs de gracht. De ingang zat toen in het midden van het pand. Daar stapte men destijds direct de werkplaats binnen, in dit geval bijvoorbeeld het atelier van de schilder Cornelis Jacobsz Delff die hier in het begin van de zeventiende eeuw woonde en werkte.

Het huis en omgeving op de Kaart Figuratief van 1675.

De plattegrond van het huis op de oudste kadasterkaart van 1825 (met binnenplaatsje).

De tegenwoordige plattegrond van het pand.

Schildersatelier in het voorhuis
Cornelis Jacobsz. Delff was geboren in 1571 te Gouda, als oudste zoon van schilder Jacobus Willemsz. Delff . Toen Cornelis elf was verhuisde het gezin naar Delft, in die tijd een aantrekkelijke stad voor schilders; vooral door de vestiging van de VOC, een belangrijke werkgever in de 17e eeuw, woonden er in Delft welgestelde burgers die kunst konden en wilden kopen. Ook Cornelis werd schilder. Hij had het ‘vak’ in het atelier van zijn vader geleerd en bij Cornelis van Haarlem. Hij schilderde Bijbelse voorstellingen, vruchtenstillevens en keukenstukken. Daarbij werd hij geroemd “wegens zijn bijzondere wijze van het koper te schilderen”.


Cornelis Delff stond bekend om zijn weergave van koperwerk in stillevens. Schilderij 'Allegorie van vier elementen', Minneapolis Institute of Arts.

Cornelis Delff, keukenstuk, in 2005 geveild bij Sotheby.

Hij trouwde in 1604 met Hester Adriendr van Outheusden en kocht in 1611 dit huis inclusief al het meubilair, voor 3100 gulden. Hij zou er in 1643 ook overlijden en heeft het dus 32 jaar bewoond.
Omdat het alleen aan de leden van het Sint-Lucasgilde was toegestaan in Delft kunst te verkopen, werd hij in 1613 lid van het Gilde. Ook van prins Frederik Hendrik kreeg hij een opdracht om voor zijn buitenverblijf in Rijswijk op het bovenstuk van een deur een vruchtenstilleven te schilderen. Daarmee verdiende hij 250 gulden.
In het Rijksmuseum in Amsterdam hangt een familieportret van vader Jacob Delff en zijn gezin, door de vader des huizes zelf geschilderd. We zien Jacob Delff zelf werkend aan het portret van zijn reeds overleden vrouw Maria Joachimsdr. Nagel. Zijn drie zonen Cornelis, Rochus en Willem kijken toe. Ook de beide broers van Cornelis gingen in het vak. Zijn broer Willem was in zijn tijd een beroemd graveur en plaatsnijder die aan de overkant van de gracht in "Het Vliegend Hert" (Koornmarkt 77) een prentenatelier had waar alle ‘grootten’ van hun tijd als portret te koop waren. Voordien woonde hij op Markt 27.


Portret van Cornelis Dellf door Tako Jelgersma (1702-1795) op basis van nevenstaand familieportret.

Zelfportret van vader Jacob Delff met zijn drie zonen: Cornelis, Rochus en Willem, circa 1590. Op de ezel zijn overleden echtgenote Maria Nagel.

Hopkoper
Het huis is zeer waarschijnlijk gebouwd na de grote stadsbrand in 1536 waarbij een groot deel van Delft in de as werd gelegd. De oudste bewoner/eigenaar die we hebben kunnen traceren van Mathijs Hackesz, die hopcoper, die in 1543 voor dit huis de tiende penning betaalde. Hij moet er lang gewoond hebben, want toen in 1578 de honderdste penning op huizen geïnd werd, was hij kennelijk betrekkelijk recent overleden, aangezien zijn verder niet met name genoemde erfgenamen de aanslag moesten betalen.


Koornmarkt 66 anno heden.


De Hollandse Tuyn op de Kaart Figuratief uit 1675 in rood geprojecteerd op een foto van het pand omstreeks 1900.

Hollandsche Tuin
Toen Thomas Trimmel het pand in 1687 kocht, heette het ‘De Hollandsche Tuin’. Die naam had het in 1600 ook al toen ene Jan Braber het huurde. En in 1574 woonde er al een Grietgen Thomas van Haarlem in de Hollandsche Tuin die toen lidmaat werd van de nieuwe Gereformeerde Kerk.
De Hollandsche Tuin was al in de middeleeuwen een begrip. Tijdens het beleg op Hagestein omringde Willem VI (graaf van Holland en Zeeland) deze plaats met een hoge haag van wilgentakken, om van achter deze verschansing het beleg te voeren. Na de overwinning gaf hij een zegel uit waarop de ommuurde tuin van gevlochten wilgentakken met een klimmende Hollandse Leeuw was afgebeeld. Deze afbeelding kreeg de naam De Hollandsche Tuin. Ook werden er gouden- en zilverenmunten geslagen met de Hollandsche Tuin erop. Deze werden ‘tuinkens’ genoemd. Later droeg in de 17e en 18e eeuw de kleinste munt, de duit, dit beeldmerk. Het was het zinnenbeeld van vrijheid en een embleem van victorie.
Ook in de tachtigjarige oorlog werd deze metafoor gebruikt. Een anonieme politieke propagandaprent met de tekst: ‘Houdt op in mijn Thuijn te wroeten Spaensche Beeren’ toont een omheinde tuin met daar binnen de Hollandse leeuw die de tuin tegen de verwoestende Spaanse zwijnen verdedigt. Wapens van de bevrijde steden onder andere van Delft staan rond de omheining afgebeeld, het wapen van de prins van Oranje op het toegangshek.
Veel huizen droegen vroeger deze naam. In Delft was er ook een snuifmolen die zo heette, in Delfgauw en Portugaal een herberg en in IJsselmonde een veerhuis/koffiehuis.

‘Houdt op in mijn Thuijn te wroeten Spaenshe Beeren’. Propagandaprent (ets) van
Willem Buytewech, illustratie bij een pamflet over de onbetrouwbaarheid van Spanje,
1615, Rijksmuseum Amsterdam

Philips Galle. prent van de Hollandse maagd in
de Hollandse Tuin, circa 1600. Prentenkabinet Museum Boijmans Van Beuningen.


Beeldmerk van de Hollandse koperen duit uit 1702. (duit =1/8 stuiver)
Op de achttiende-eeuwse duiten zat een leeuw in de tuin, in de zeventiende-eeuwse de maagd.

Marktschipper
Genoemde Thomas Trimmel was ‘marktschipper op Rotterdam’. Voor de uitoefening van dat beroep was hij afhankelijk van een vergunning van de overheid, die met reglementen en vaste tarieven zijn nering beperkte, maar hem daarmee tevens vrijwaarde van concurrentie op zijn traject.
Zijn veerschip lag bij de Schiedamse Poort en vervoerde zowel personen als goederen. Na het lossen en laden van de aangevoerde goederen uit het Westland en het inschepen van de passagiers, voer het schip via de Delftsche Schie en vanaf Overschie via de Rotterdamse Schie naar het Delftsche Veer in Rotterdam. Het veerhuis ‘De Hollandsche Tuin’ lag iets verder aan de Maas!
In 1749 woonde een andere marktschipper op Rotterdam, Willem Roelofs, als huurder in het huis, samen met timmerknecht Claas Braber.

Japanse en Chinese snuisterijen
Eerder, in 1721, overleed in dit huis koopman Willem Pool, vermoedelijk een (rentenierend) handelaar in koloniale waren. Hij had het huis in 1708 gekocht. Hij kwam toen net als koopman uit Batavia, waar hij in 1701 met Elselina Schrevelius was getrouwd. Zijn zoon Johannes voer bij de VOC en zijn huis stond vol met Japanse en Chinese snuisterijen. Na zijn dood werd het hele huis met al zijn inboedel in detail beschreven.
Lees hier meer over hoe hij het pand bewoonde....

Annexatie door de buurman
Het pand werd in 1751 gekocht door Mr.Willem Vlaardingerwout, de eigenaar van het buurhuis Brouwerij Het Truweel. Willem had de brouwerij van zijn vader geërfd, zelf had hij veel bestuurlijke functies zoals: kapitein van het Witte Vendel van de Schutterij en burgemeester van Delft. Hij verhuurde de woning. Waarschijnlijk had hij vooral belangstelling voor het achtererf om bij zijn bedrijf te betrekken. Na zijn dood bleef het pand nog tot 1848 bij Het Truweel behoren (zie Koornmarkt 64). Begin 19e eeuw woonde hier meer dan dertig jaar lang brouwer en mouter Johan van Rielle, de bedrijfsleider van de belendende brouwerij, getrouwd met Catharina van Schuilenburgh, de dochter van een van de vennoten van de brouwerij.

Van trapgevel naar daklijst
Toen de brouwerij werd opgeheven, kwam het pand in handen van de handelaar/ timmerman Lucas Bartholomeus Denie (alias De Nie), die de panden eerst opknapte (Hij vroeg in 1849 toestemming tot: “het leggen van metselstenen en puin op de waterkant voor deze huizen”) en ze daarna afzonderlijk verkocht. Mogelijk is Denie degene geweest die de trapgevel in een lijstgevel heeft veranderd. Het kan ook dat de latere eigenaar Johannes den Hengst die verandering voor zijn rekening heeft genomen. In 1865 vroeg deze toestemming vroeg “tot het leggen van stenen en puin aan de waterkant voor dit huis gedurende acht dagen”, en in 1876 kreeg aannemer D. Huurman opnieuw vergunning "tot het verrichten van (niet nader omschreven) werkzaamheden voor dit huis”, in opdracht van Den Hengst.

Kleermakersatelier
Na de verbouwing van 1849 kocht meester kleermaker en lakenverkoper, Levinus Rombouts, met vrouw en zoon afkomstig uit Oost-Vlaanderen, het huis enkele maanden later van Denie. Hij startte er een kleermakersbedrijf. Volgens een advertentie in de NRC uit die tijd maakte hij “uniformen, zowel voor het leger als voor de Marine en Koloniën” en legde “zich bijzonder toe Solide lakens te leveren”. Rombouts overleed vijf jaar later. Zijn zoon Jacobus zette het bedrijf voort. Deze overleed echter reeds in 1864.

Familie Den Hengst
Moeder Rombouts verkocht het pand en het kleermakersbedrijf vervolgens voor f 4.150 aan de eerder genoemde Johannes den Hengst (1829-1913). Deze woonde voordien op de Markt en was getrouwd met Adriana van West. Zij hadden net voor de verhuizing naar de Koornmarkt, drie van hun zes kinderen moeten begraven. In 1872 overleed Adriana in het kraambed na de geboorte van haar jongste zoon Daniel (mijn opa). Zij liet Johannes toen met de zorg voor zes kinderen achter. Binnen zes maanden hertrouwde hij met Hendrika Gardina Keijman.


Johannes den Hengst, kleermaker (1829-1913)

Adriana van West, overleed in 1872 in het kraambed na de geboorte van haar zoon Daniel.

Kennelijk ging het aan het einde van de eeuw wat minder met de zaak, want toen werd het benedenhuis te huur gezet. Na het overlijden van Johannes in 1913 nam zoon Simon (1866-1948), die al bij zijn vader in het bedrijf werkte, de zaak over. Hij verwierf het huis niet rechtstreeks van de erven. De familie wilde het huis op een veiling verkopen. Aannemer Hanemeyer kocht het toen voor f 6.000. Simon kon het daarna duurder terugkopen voor f 6.793. Daarbij moest hij een ‘geldlening met hypotheek’ afsluiten bij de bank. Zijn stiefmoeder was in 1909 overleden en zijn broers en zussen waren het huis al uit.

Organist
In 1917 kwam zijn broer Daniel (1872-1936) met zijn gezin bij hem inwonen in het bovenhuis. Daniel was beambte (geldophaler bij de Stichting Centraal Woningbeheer) en vader van elf kinderen. Zijn jongste dochter Co (Jacoba Alida) werd op 7 juli 1917 op de Koornmarkt geboren. Haar oudste zus Jaan (Adriana) had de zware taak op de kleintjes te letten.


Gezin van Daniel den Hengst met twaalf kinderen in 1920 met Jaan en Co in het midden.
Daniel was tevens organist en koordirigent in de Gereformeerde kerk. Na een conflict stapte hij over naar de Lutherse kerk. Waarschijnlijk heeft hij orgel leren spelen bij zijn buurman de klokkenist, organist en muziekonderwijzer Pieter Kersbergen (zie Koornmarkt 64).
Zoon Daan, huis- en decoratieschilder, (op de foto 2e van links) bleef tot 1937 thuis wonen. Boven woonden in de jaren dertig de dames Sijthoff, die kamers verhuurden.

Kinderwagens achterom
In 1938 werd het pand weer samengevoegd met Het Truweel. De panden deden dienst als uitvalbasis voor de thuiszorg, eerst van de christelijke wijkverpleging Rehoboth en later van de Stichting Maatzorg. De binnenplaats tussen voor en achterhuis verdween en een doorgang op de eerste verdieping verbond de twee huizen ook intern. In 1952 werd dit pand 66 opnieuw grondig verbouwd “tot inrichting voor kleuterzorg”, het consultatiebureau! De ingang en wachtkamer waren aan de achterkant. Om hier te komen moest men, met de kinderwagen, door de poort van Het Truweel. Daarvoor had sinds 1937 heilgymnaste en masseuse Lien Derksen er een ruimte voor haar behandelingen.


Advertentie van heilgymnaste Lien Derksen. Delftsche Courant 29 maart 1943.

Het oude bord van het Consultatiebureau voor Zuigelingen. Nu museumobject.

Medisch-Farmaceutisch museum De Griffioen
In 1989 richtte de oud-directeur van het Reinier de Graaf Gasthuis, Bob Griffioen, samen met zijn zuster Margreet, voormalig apothekersassistente, de stichting ‘De Griffioen’ op, met als doel: het medisch cultureel erfgoed voor de toekomst te bewaren, (…) en waar mogelijk te exposeren. De expositieruimte werd gevonden op de Koornmarkt 66. ‘Medisch-Farmaceutisch museum De Griffioen’ was daarmee een feit.
Griffioen heeft tientallen microscopen verzameld, waaronder één van Anthonie van Leeuwenhoek. Het museum toont ook oude pispotten en ‘vlijmen’ die ooit gebruikt werden bij het aderlaten en apparatuur om gaatjes in schedels te boren om daarmee de duivel uit te kunnen bannen. In het museum vindt men ook een vitrine met vondsten van de opgravingen op het terrein van het Oude Gasthuis, dat vroeger elders op de gracht stond.
Aan de voorzijde aan de straat is een complete antieke apotheek nagebouwd. Onder een opgezette salamander vindt men hier onder meer apparatuur om pillen te vergulden en te verzilveren, zoals vroeger wel gebeurde om het leed van de rijken te verzachten.
Ook zijn er veel verpleegkundige gebruiksvoorwerpen en rekwisieten, zoals weegschalen, uit het voormalige consultatiebureau.
Het museum is alleen op afspraak te bezichtigen. Tot 2015 verzorgde Griffioen zelf de rondleidingen, inmiddels hebben andere vrijwilligers dat werk overgenomen. Bekijk hem in het museum op het filmpje: https://youtu.be/4owTjlO44l4


Bob Griffioen geeft uitleg over oude fles voor infuusvloeistoffen uit zijn museum


B. H. van Thiers, Kruitmagazijn te Delft, 1763, gewassen pentekening. Gemeentearchief Delft. Schippers ‘op Rotterdam’ voeren via de Schie naar Rotterdam.
Ansichtkaart van de Koornmarkt begin 1900 met in het midden De Hollandse Tuyn. De gracht lag toen nog vol (beurt-)schepen. Dat het naastliggende Truweel het huis van Jan Steen zou zijn geweest was een bakerpraatje voor de toeristen.


De Hollandse Tuyn anno 1890.
Gemeentearchief Delft


Advertentie van Rombouts en Zonen in de NRC van 30 april 1849, kleermakers van militaire uniformen.


Delftsche Courant 6 mei 1864. Nieuwe Zaak.


Delftsche Courant 4 april 1873. Den Hengst zoekt bekwame kleermakersknechts.


'De Kleermaker' een schoolplaat van Wolters Groningen circa 1900.


Het bovenhuis werd te huur gezet. Delftsche Courant 12 juli 1895.

Simon den Hengst achter het raam bij een studentenoptocht, begin 1900.


Organist Daniel den Hengst achter zijn instrument.


Dankbetuiging in de Delftsche Courant van
29 mei 1917 voor de goede medische zorg
voor een ziek zoontje.


Ode aan J. van Dam voor 50 jaar trouwe dienst
bij kleermakerij Den Hengst.
Dagblad Het Vaderland, 7 maart 1927.


Zuster van wijkverpleging Rehoboth maakt aanstalten op haar brommer te stappen. Jaren vijftig.


Oprichters Bob en Margreet Griffioen in de oude apotheek, het domein van Margreet.
Een kistje met een reisapotheek, een object uit het museum.

Corrie den Hengst  
nadere informatie over Koornmarkt 66  
Geplaatst: 27 november 2016  
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft