Koornmarkt 75 www.achterdegevelsvandelft.nl

Al voor de stadsbrand een dubbel woonhuis
NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.

Koornmarkt 75 wordt tegenwoordig in appartementen bewoond door de bewoners van een gemeenschappelijke bewonersvereniging. In de vorige eeuw was het lange tijd het ontmoetingscentrum ‘Ons Gebouw’ van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in Delft. De oorspronkelijke ouderdom van het pand is vooralsnog niet precies vast te stellen. Vermoedelijk kreeg het huis omstreeks 1845 haar huidig aangezicht na een grondige verbouwing in opdracht van de toenmalige eigenaar, de chirurgijn Marinus Gutteling. Voor die tijd was in elk geval de voorgevel smaller en was er rechts een poortje dat toegang gaf tot een pakhuis. Aan de achterzijde had het huis verbinding samen met Koornmarkt 79 een gemeenschappelijke poort naar de Oude Delft. Voor zover bekend heeft het huis in het verleden nooit een huisnaam gehad.

Dubbel huis op plek oude brouwerij
Dankzij oude koopbrieven die eigenaar Wouter Braat in de jaren twintig aan het gemeentearchief heeft geschonken, is er over de vroege geschiedenis van dit pand en zijn voorgangers relatief veel bekend. Die informatie gaat zelfs ten dele terug tot 1430, meer dan een eeuw voor de grote stadsbrand van Delft. Dat is voor gewone stadshuizen in Delft vrij uniek. De oudste koopbrieven van dit pand zijn overigens inmiddels verdwenen. Er zijn alleen nog aantekeningen van bewaard. Uit die oude koopbrieven blijkt dat op deze plek voor 1528 twee huizen stonden. Het zuidelijkste van die twee was een brouwerij van ene Jacob van Bleyswijck. Die brouwerij werd in 1528 opgekocht door graan- en haringkoopman Dirk Hendricksz Duyst. Hij maakte er één pand van, waarin sindsdien geen bier meer gebrouwen werd.

Pas nieuw bij de brand
Het huis zou dus bij de grote stadsbrand van 1536 net nieuw geweest zijn, al is ook mogelijk dat het samengevoegde huis bij de herbouw na de brand is ontstaan. Hoe groot de schade van de brand aan een gloednieuw stenen huis op deze plek is geweest, is niet geheel duidelijk. In elk geval stond het in 1540 geheel overeind, toen de buurman van het huidige Koornmarkt 77 zijn huis wilde herbouwen en een contract sloot met Duyst. Hij beloofde daarbij het dak van zijn nieuwe huis niet hoger te maken dan dat van Duyst en de lichtinval in Duyst’ keuken aan de achterzijde niet te beletten. Wel mocht hij een schoorsteen bouwen tegen de muur van Duyst.Verder zou hij zorgen voor loden goten voor de waterafvoer. Het erf van het huis van Duyst liep destijds aan de achterkant nog door tot de Oude Delft, zoals bij de meeste Koornmarkt-panden in die tijd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Koornmarkt 75 zoals nu is.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Het huis was net nieuw toen in 1536 de stad afbrandde.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De Koornmarkt rond 1900 (Coll. Prooper).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Foto omstreeks 1940
Links Koornmarkt 75 (Coll. Prooper).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw vensterKlik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Het echtpaar Maerten van Hoogenhouck en Catharina van der Dussen, in 1576 getrouwd, bewoonde vanaf 1578 dit pand. (Kunstenaar onbekend, particuliere coll.)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Cornelis van der Goes en Christine Vockestaert, eigenaren in de 18e eeuw, geportretteerd door Harmen Serin. (Particuliere coll.)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Dit is een kwitantie uit 1723 van ‘Gravenhuur’, die hiermee werd afgekocht.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
1877 Te koop. Dubbel herenhuis. Keuken met uitmuntend wel- en regenwater.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Prof. Henket wordt in 1877 de nieuwe eigenaar.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De nieuwe eigenaren in 1900, Wouter Braat
en zijn vrouw Adriana Hoogendoorn.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Een oude reclameplaat voor de Koninklijke Stoomfabriek van werken in zink en andere metalen. De fabriek in de Engelse straat is afgebeeld.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Plaatje van het werk in de Braatfabriek.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Koornmarkt 75 in de jaren ’60 vorige eeuw.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Kaart Figuratief (1675). Koornmarkt 75 zal vlak bij de brug hebben gestaan. In 1832 met een poort, die bij een poort naar de Oude Delft uit komt. Nu bestaat de poort niet meer.

Ruzie met de buren
Met de volgende buurman van Koornmarkt 77, burgemeester Michiel Jansz Camerling, had Duyst een minder prettige relatie. In 1559 kreeg hij met Camerling een stevige ruzie over diens ‘timmeragie’ tegen zijn muur. Duyst had het niet zo op stadsbestuurders die hij al eens wegens corruptie had aangeklaagd.  En hij was evenmin gecharmeerd van de grote brouwers die volgens hem met hun bierwalmen en het geklop bij het maken van hun biertonnen het woongenot op de beste grachten van de stad behoorlijk verpestten. (Lees meer over de kruistocht van Duyst tegen de bierbrouwers)
In het conflict met zijn buurman-burgemeester werd hij door de bevoegde schepenen aanvankelijk in het gelijk gesteld. De buurman kreeg de opdracht het bouwsel af te breken. Deze legde zich daar echter niet bij neer en ging verhaal halen bij het Hof van Holland. Na vier jaar eindigde het conflict met de uitspraak dat de muur van Duyst geen gemeenschappelijke muur was, maar dat de buurman er een eigen muur naast mocht plaatsen. Ook moest hij voor eigen goten zorgen. Wel mocht hij een privaat plaatsen tegen de oostgevel van de grote keuken van Duyst.

Regent-kooplieden
Vanaf 1578 werd het huis driekwart eeuw lang bewoond door de kooplieden- en regentenfamilie Hoogenhouck. Vader Maerten Jansz Hoogenhouck was, net als zijn voorganger, graankoopman en in 1598 burgemeester. Daarnaast was hij regent van het Gasthuis.
Nadat zijn weduwe Catharina van der Dussen overleden was, nam in 1618 hun zoon Jacob het huis over, inclusief alle schilderijen en meubels. Dat betrof ledikanten, kisten, kasten, banken, buffetten en tafels en ook in de voorkamer 'zijden muren boven het beschot' (duur wandtapijt, dus), bij elkaar ter waarde van ¦ 1.100. (Het hele huis werd getaxeerd op ¦ 7.500) De zolders van het huis waren op dat momant verhuurd, evenals het pakhuis, waarvan toen reeds sprake was. Dat laatste was verhuurd aan de Compagnie op Guinea (West-Indische Compagnie). Jacop was bij deze Compagnie later ook bewindhebber. En nog weer vele jaren later werd hij schepen en weesmeester van de stad en een aantal jaren thesaurier. Na de dood van zijn weduwe in 1650 werd het perceel in drieën gesplitst. Op het achtererf aan de Oude Delft werden twee nieuwe huizen gebouwd. De woning aan de Koornmarkt behield daarbij wel een poort naar de Oude Delft, die het gemeenschappelijk had met het huis Hamburg (nu Koornmarkt 79).

Arts
Koornmarkt 75 werd na de opdeling van het erf eigendom van de arts Antony Vockestaert. Hij had zijn medische kennis opgedaan in Padua, waar één van de modernste medische opleidingen van die tijd was gevestigd. Hij was tevens stadsbestuurder. In 1672 moest hij die bestuurlijk carrière echter beëindigen toen hij als aanhanger van Johan de Witt door de nieuwe Prins Willem III van de kussens werd gewipt. Achter het huis stond een grote waterput, waarvan ook achterbuurvrouw Maria van Groenewegen (van nu Oude Delft 56) gebruik mocht maken.
Op het perceel van dit huis rustte in 1723 nog altijd een 'Gravenhuur' van vier stuivers per jaar, een middeleeuwse erfpacht voor de graaf uit de begintijd van de bebouwing van Delft. De betaling was daarvan drie jaar achterstallig. In 1723 werd die schuld voldaan en tegelijk voor 22 jaar ineens vooruit betaald, waarmee de heffing voor altijd werd afgekocht, blijkens een kwitantie, die hiernaast is afgebeeld.

Dichtgemetselde ramen
Toen in 1727 de buren van Koornmarkt 77 gingen verbouwen, werden alsnog twee ramen in de zijgevel van nr 75 dichtgemetseld. Het betrof een kozijn in de achterbovenkamer, die in eerdere akten ‘keuken’ werd genoemd, en één in een ruimte die in 1727 als bottelarij dienst deed.

Geen inkijk van de buren
Het grootste deel van de achttiende eeuw werd het huis bewoond door de familie Van der Goes, en in hoofdzaak door mr. Cornelis van der Goes en zijn vrouw Christine Vockestaert. Van der Goes was commies van de Stapel- en Generaliteitsmagazijnen (Armamentarium, waar nu nog het Legermuseum is), Ontvanger van de Gemene Middelen, burgemeester van Delft, en verder lid van de Raad van State en bestuurder van de Admiraliteit van de Maze.
In Amsterdam had hij met een zwager een pakhuis op de Brouwersgracht. Voor het vermaak in de zomer was er een ‘speeltuin’ (buitenhuis met tuin) aan de Rotterdamseweg, genaamd de Pots Boogaart. Halverwege de eeuw bewoonde hij het huis aan de Koornmarkt met vier kinderen en vijf personeelsleden. Ook had hij een grote verzameling boeken. Later erfde zijn dochter Maria het huis. Zij eiste in 1776 van haar achterbuurman dat hij de scheidingsmuur van hun tuinen hoger zou optrekken. zodat hij niet langer bij haar naar binnen zou kunnen kijken.


1792 Rotterdamse Courant. Advertentie voor de veiling van een welgereguleerd huis.

Gewilde waterput
In 1792 viel het huis in handen van metselaar/aannemer Alexander de Vroom. Het was één van de grootste huizen van de gracht. Het telde vijf 'spatieuse' behangen benedenkamers, twee kelders, twee binnenplaatsen en zes bovenkamers. Ook de waterput achter het huis was nog steeds in gebruik. De achterbuurman, kostschoolhouder Bernardus van Aalst, kreeg van De Vroom toestemming om daaruit water voor zijn pupillen te pompen. De nieuwe eigenaar ging echter een deel van het huis als pakhuis inrichten voor zijn bouwbedrijf.

Verbouwing
In 1844 werd het pand gekocht door stadschirurgijn en vroedmeester Marinus Sebastiaan Gutteling, die getrouwd was met Wilhelmina Klein van Willigen, de dochter van een rijke boterkoopman. Hij liet het huis grondig verbouwen. Het poortje tussen Koornmarkt 75 en 77 verdween daarbij achter de nieuwe gevel. Aan de andere kant van het huis had Gutteling boven een spreekkamer en een dienstbode- of ‘domestieken’-kamer met ramen in de zuidelijke zijgevel. De buren van Koornmarkt 73 mochten bij hun verbouwing in 1856 de lichtinval van die ramen niet beletten. Blijkens de verkoopadvertentie uit 1877 had het huis beneden een kamer met beschilderd behang en een ingebouwde spiegel boven een marmeren schoorsteenmantel. Onder het huis lagen twee, vermoedelijk zeer oude, kelders en nog een afzonderlijke wijnkelder.

Waterprofessor
Tussen 1877en 1900 vinden we hier prof. Nicolaas Henket, een geliefd docent Weg- en Waterbouwkunde aan de Polytechnische School. Hij was niet alleen een expert op het gebied van waterwerken en spoorbruggen, maar tevens adviseur inzake drinkwatervoorziening. Ook bij zijn eigen huis was de tijd van de welwaterput in de achtertuin voorbij. Henkets portret is in houtskool ook te vinden in de mergelgrotten van de Sint Pietersberg in Maastricht, als dank voor zijn inspanningen bij het temmen van het riviertje de Jeker.

Fabrikant
In 1900 verkocht Henket het huis aan Wouter Braat, die samen met zijn broer Willem directeur was van de Braat (metaal-) fabrieken, onder meer bekend van de vele hekken, woning- en tuinornamenten en (later) stalen ramen. Zij bouwden de Braat-fabriek aan de Engelse straat bij de Hooikade. Ze waren zoons van de oprichter F.W.Braat. (Zie ook OD 130 en 134). Wouter was getrouwd met Adriana Elisabeth Hoogendoorn en woonde met haar op dit adres. Hij schonk de oude koopbrieven van het huis aan het Delftse archief.

Hanzebank
Vanaf 1922 wordt het pand langere tijd voor heel andere doeleinden dan `wonen´ gebruikt. In dat jaar komt er allereerst een filiaal van de Hanzebank, een kredietbank voor de RK middenstand, die met steun van het bisdom Haarlem in het leven was geroepen. Dit initiatief was geen lang leven beschoren. De bank kwam aan het eind van de jaren twintig in financiële moeilijkheden en sloot zich toen aan bij de Nederlandsche Middenstandsbank.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
13 juli 1925, Het Vaderland. De bank overleeft de financiële crisis niet. 7 augustus 1927 in de NRC: Uitmuntend gebouwd perceel te koop. 28 oktober 1935, Het Vaderland. Toespraak tegen de NSB.
Kerk- en ontmoetingszaal
In 1928 werd het pand verkocht aan de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden. In de overwegend orthodox georiënteerde Hervormde Kerk in Delft voelden de meer vrijzinnige leden zich niet thuis. Daarom richten zij in 1912 binnen de Hervormde Kerk een eigen vereniging op, met als gangmaker dr. B. ter Haar, de rector van het stedelijk gymnasium. De vereniging kreeg voor haar bijeenkomsten behoefte aan een eigen onderkomen. Dat werd vanaf 1928 ‘Ons Gebouw’ aan de Koornmarkt. Ook andere dolende kerkgenootschappen konden daar op den duur de kerkruimte huren, zoals de kleine Doopsgezinde Gemeente en het Apostolisch Genootschap. In 1935 hield in dit gebouw oud-minister H.P. Marchant van de Vrijzinnig Democraten (een soort voorloper van D’66) een redevoering op uitnodiging van het ‘Studentencomité tegen het Fascisme’. Vanaf 1964 kon de Vrijzinnige gemeente voor haar kerkdiensten gebruikmaken van de kapel van het Meisjeshuis, en later van de Waalse Kerk in het Prinsenhof. Het gebouw aan de Koornmarkt werd toen verbouwd tot appartementen en op den duur verkocht aan een vereniging van de bewoners.
 
Kees van der Wiel
 
nadere informatie over Koornmarkt 75
laatste wijziging 09-04-2012
   
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft