Koornmarkt 8 www.achterdegevelsvandelft.nl

Voorheen “De (Porceleyne) Clauw”

NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.
Op de hoek van de noordzijde van de Gasthuissteeg  en de Koornmarkt stond eeuwenlang de brouwerij, later plateelbakkerij "De Clauw". Na de stadsbrand van 1536 was het Arent Ghysbrechtszoon de brouwer, die hier in 1543 en 1553 de 10e penning betaalde. Aan zijn brouwerij was een rosmolen verbonden, vermoedelijk in de steeg. In 1594 trouwde vanuit brouwerij "De Clauw" Geerdtgen Heindrick van Arckelensdr uit het land van Gulick met een moutmaker in de "Drie Lelijen" aan de Koornmarkt. De brouwer was hier toen Dirck Jansz van Ruyven, die in 1600 aangaf dat zijn brouwerij 2 brouwketels, 2 eesten en 7 haardsteden (vuurplaatsen) telde. De naam Van Ruyven betekende in die tijd tevens dat hij ambachtsheer van het betreffende stukje grasland buiten Delft was. Een jaar eerder had hij van het stadsbestuur toestemming gekregen voor het maken van een uitsteek uit zijn zijmuur in de Gasthuissteeg voor een wenteltrap. Hij was hier overigens al aan begonnen voordat hij de vergunning kreeg. Het uitsteeksel kostte overigens wel jaarlijks een ‘recognitiegeld’ van 10 stuivers, die hij  aan de stad moest betalen voor het gebruik van openbare ruimte. Hij was getrouwd met Elisabeth Fredericksdr van Adrichem. Zijn zoon Frederik zou hem als brouwer opvolgen.
Van Ruyven overleed  op 8 september 1603 en zijn vrouw op 20 mei 1631. Zij liggen in de Nieuwe Kerk in Delft begraven, naast grafmonument voor Willem van Oranje.

Schilderswerkplaats
Tussen 1642 en ca. 1650 woonde en werkte hier de schilder Gerrit Houckgeest, bekend om zijn vele geschilderde kerkinterieurs van de Oude en Nieuwe Kerk. In dat genre ontwikkelde hij een hele nieuwe kijk op het zogenoemde ‘perspectief-schilderen’. Kennelijk had hij van de brouwerij zijn atelier gemaakt, want, voorzover bekend combineerde Houckgeest het schilderen niet met het brouwen van bier, zoals zijn collega Jan Steen.

Na hem werd het voorhuis en de werkplaats erachter enige tijd gesplitst. In het voorhuis woonde toen de koopman Nicolaes Schoonhoven, in het achterste deel moutmaker Jan Pieters [Langenbergh]. In 1661 werd het achterste deel ingericht tot plateelbakkerij met twee ovens, onder leiding van meesterknecht Cornelis van der Houve. De naam van het bedrijf werd toen opgepoetst tot "Porceleyne Clauw". Het bedrijf was toen eigendom van de gezusters Cornelia, Maria en Elisabeth van Schoonhoven.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Links: Een litho van het Gasthuis omstreeks 1840.
Midden: Een fragment uit de Kaart Figuratief van ca. 1675, met op de hoek van de Gasthuissteeg plateelbakkerij De Clauw naast de Gasthuiskerk.
Rechts: De situatie bij de eerste kadasteropmeting van 1825. De plateelbakkerij was toen nog in bedrijf.

Welbeneeringde plateelbakkerij
Bij de verkoop in 1702 prees eigenaresse Elisabeth van Schoonhoven in een advertentie in de Amsterdamse Courant haar zaak aan als `een welbeneeringde en als noggaende porceleijnbakkerij genaemt de Claeuw, voorzien met schone en groote ruymtens'.
Vooral ‘porceleijnbakker’ Van Lockhorst, die van 1713 tot aan zijn overlijden in 1740 de plateelbakkerij beheerde, deed goede zaken met De Clauw. Uit de beschrijving van zijn nalatenschap blijkt dat het huis er destijds zeer welvarend uitzag. Zo had het een eetzaal met goudleer behangsel en twee zeildoeken behangsels in het salet en de slaapkamer. In drie vertrekken, de slaapkamer, de eetzaal en het salet, prijkten geschilderde ‘schoorsteenstukken’ en in het salet hing tevens een vaste spiegel. En ook in de gang hingen nog twee schilderingen die kennelijk vast op de muur zaten. In het voorhuis was, zoals bij de meeste plateelbakkerijen, een toonbank met een voetenbankje, waar de waren stonden uitgestald en  zaken konden worden gedaan. Achter de ramen zaten overal horretjes. In de bakkerij lagen uiteraard overal materialen en gereedschappen en talloze ongebakken en gebakken ‘porceleijnen’ op planken en in losse hokken. Verder bezat de porceleijnbakker nog buiten de stad nog een tuinhuis met een tuin met twintig geschilderde grote bloempotten en een spuitende fontein. Uit de rekeningen en contracten blijkt dat het bedrijf in die jaren veel zaken deed met Frankrijk, vooral met handelaren in Parijs en Rouen. 

In 1750 werd het huis bewoond door meesterknecht Dirck van Dijck. In 1763 wordt Lambertus Sanderus de plateelbakker, die veertig jaar later op zijn oude dag een compagnieschap aanging met een vijftiental , dat geld in de onderneming stak. In 1840 werden huis en plateelbakkerij verkocht aan de firma J. van Putten & Co, die het bedrijf trok bij haar plateelbakkerij "De Drie Klokken" aan de overzijde van de gracht, waar nu het kantongerecht is gevestigd. In 1853 werd het gebouw van de inmiddels opgeheven plateelbakkerij verkocht aan het Oude en Nieuwe Gasthuis. Naast de Clauw stond de Gasthuiskerk, waar in 1575 Leonardus Gijsberti de eerste predikant werd, in wat voordien de kapel van het middeleeuwse gasthuis was geweest. De predikant had een belangrijke taak bij de zielszorg van de verpleegden, waarvan de meesten in die tijd vermoedden dat zij er nooit meer heelhuids uit zouden komen. Een aantal predikanten heeft het in de 17e eeuw overigens ook met de dood moeten bekopen toen de pest uitbrak en slachtoffers in het gasthuis werden opgenomen.
In de 17e eeuw en in het begin van de 18e eeuw diende de kerk tevens als onderkomen voor de Engelse en Schotse calvinisten. Deze groep Engelse lakenhandelaren van de Court of Merchant Aventures kreeg in 1621 onderdak in Delft. In latere jaren waren het vooral Schotse huursoldaten in dienst van de Republiek, die de Engelstalige diensten in de kerk bijwoonden.

HBS-gebouw
In 1858 hield de Gasthuiskerk als godshuis op te bestaan. Enkele jaren later werd de oude plateelbakkerij met de leegstaande kerk afgebroken, om plaats te maken voor een schoolgebouw van de nieuwe Hogere Burger School die in 1864 werd opgericht. In 1930 moest ook dit gebouw verdwijnen en verrees daar ter plaatse het nog bestaande zusterhuis van het Oude Gasthuis, dat inmiddels ook alweer aan verval onderhevig is en op de nominatie staat om te worden gesloopt.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Elisabeth van Adrichem in 1621, toen 74 jaar oud en weduwe van brouwer Dirck van Ruyven. In 1605, twee jaar na de dood van haar man, stichtte zij het Klauwshofje bij de Oostpoort.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Kerkinterieur door Gerrit Houckgeest.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Een beschilderd aardenwerken stoofje van
plateelbakkerij De Clauw, nu in de collectie
van het Haags Gemeentemuseum.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Op de plaats van de oude brouwerij/plateel-bakkerij en de vroegere Gasthuiskerk verrees de HBS, die later naar de Mijnbouwstraat verhuisde. Ook die bestaat niet meer.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Prentbriefkaart van het Oude en Niewe Gasthuis in
de jaren dertig, toen het zusterhuis nieuw was.
Nu het enige haveloze restant van het oude ziekenhuis.

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Tweemaal te koop. In 1805 nog als florissante plateelbakkerij. In 1854 voor afbraak. (R’damsche Courant en NRC)
Kees van der Wiel
nadere informatie over Koornmarkt 8
Geplaatst 2008, herzien 4-12-2010
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft