Markt 27

Het Gekroont Neteldoeck, alias De (Oude) Gaper, geboortehuis van de schilder Van Mierevelt

 
   

Het huis Het Gekroont Neteldoeck staat aan de zuidzijde van de Markt, tegenover het voormalige grafelijke vroonhof, dat in 1436 door Philips de Goede aan de stad geschonken werd, en sindsdien als stadhuis in gebruik is. Rond dit Marctveld (zoals het vroeger werd genoemd) hadden veel handwerkslieden hun nering. In 1484 wordt het voor het eerst bestraat en krijgen de kavels hun definitieve afmeting. Het Gekroont Neteldoeck is dan nog van hout, alleen de fundaties zijn van steen. Eronder ligt een oude kelder met een gemetseld tongewelf, die onder de stoep doorloopt, richting vroonhof/stadhuis.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De achtergevel is uitgebouwd boven het water

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Gracht van de Oude Langendijk.
Het eerst huis links is Markt 27

 
Kaste van lindelaecken
Voor 1500 komt  Jan Woutersz met vrouw en twee kinderen uit het Brabantse Mier (bij Turnhout) naar Delft. Zijn dochter Maritgen wordt in 1515 ‘zusterken’ in het Sint Maria Magdalenaklooster aan de Verwersdijk.  Zoon Michiel van Mierevelt (de opa van de latere schilder), geboren in 1495, leert het lakenbereiden en koopt in 1516 het huis naast Het Vergulde Mortier op de markt. Hij is droogscheerder van beroep en begint op deze plek een lakenwerkplaats. Hij geeft de naam aan het huis, Het Gekroont Neteldoeck. Neteldoek is een los geweven stof van netelgaren, bestaande uit katoen, dunne wol of linnen, in dit geval waarschijnlijk vooral linnen. Michiels vrouw Aechgen Adriaens doet de winkel.
Tijdens de grote stadsbrand van 3 mei 1536 verbrandt het houten huis. Het wordt in steen herbouwd. De achtergevel kraagt daarbij uit over de gracht van de Oude Langendijk. Het gewicht van de stenen achtergevel wordt in balans gehouden door het gewicht van een hoge binnenmuur, die net als de achtergevel rust op balken die dwars over de funderingen liggen.Na de dood van Michiel in 1548 zet zijn vrouw de lakenhandel voort, daarbij geholpen door haar schoondochter Maritgen Cleophas. Ze hebben een ‘kaste van lindelaecken’.
 

Gevierd portretschilder
Zoon Jan Michielsz van Mierevelt, beoefent in hetzelfde pand achter het raam het vak van goudsmid uit. Vanaf 1566 is hij de eigenaar van Het Gekroont Neteldoeck. Hij koopt het huis van zijn moeder. Zij gaat samen met haar dochter Commertgen in het huis De Lelij wonen, ook op de Markt, maar dichter bij de kerk. Een jaar later, in 1567, wordt de beroemd geworden zoon, Michiel van Mierevelt, geboren.
Deze Michiel ontwikkelt zich tot een gevierd portretschilder aan het begin van de Gouden Eeuw.  Hij weet met zijn talent en vaardigheid een voor die tijd ongekende rijkdom te vergaren. Hij begint zijn carrière in het ouderlijk huis, waar hij na zijn huwelijk in 1589 met Stijntgen Pieters inwoont.  Twee dochters worden hier geboren: Maritgen en Aechgen.
Vier jaar later verhuist het gezin naar De Bril op de Voldersgracht, nog later naar d’Oude Lombart op de Nieuwe Langendijk. Zijn beroemde atelier had hij tenslotte in het huis Spanien aan de Oude Delft 71, een grote werkplaats met talloze leerlingen. Zij werken  onder zijn naam, om aan de grote vraag naar portretten en kopieën van portretten te kunnen voldoen. Opdrachten kwamen niet alleen van rijke Delftenaren, maar ook van personen in en rond het hof en van elders. Een van zijn beroemde schilderijen is het portret van Prins Maurits, waarvan er een aantal bestaan. Er hangt ook een exemplaar in het museum Het Prinsenhof.
In Het Gekroont Neteldoeck blijft vader Jan van Mierevelt achter met zijn derde vrouw Trijntgen van Montfoort en zoon Jan Jansz uit zijn tweede huwelijk.

 
Nog meer schilders
Na de dood van zijn vader in 1612  erft zoon Michiel het huis, samen met zijn stiefbroer Jan. De laatste blijft er wonen, met zijn stiefmoeder. Ze nemen huurders in huis, wellicht schilders en graveurs van de familie Delff.
Van Mierevelt onderhoudt nauwe betrekkingen met die schildersfamilie. Zijn dochter Geertgen trouwt met de ‘plaetsneijder’ en graveur Willem Jacobsz Delff, een zoon van de schilder Jacob Willemsz Delff die aan het Rietveld zijn atelier had. Willem maakte talrijke etsen van de portretten die zijn schoonvader had geschilderd. Die werden op grote schaal verkocht. Zelf is hij vereeuwigd als vaandrig van het Oranjevendel van de schutterij.
Het jonge paar trekt in bij oom Jan op de Markt. Zij zijn nog geen twee maanden getrouwd of zij zijn getuige van een brand in het stadhuis. De huizen worden beschermd met in der haast gevonden scheepszeilen, die met emmers water uit de gracht worden nat gehouden. Het huis blijft gespaard.Als Willem Jacobsz Delff naam begint te maken en ruimere inkomsten verkrijgt, koopt hij in 1631 het huis Het Vliegend Hert op de Koornmarkt (nu nummer 77) waar hij met Geertgen gaat wonen. Ook na het overlijden van haar vader in 1641 blijft Geertgen de huurpenningen van Het Gekroont Neteldoeck ontvangen. Huurster is haar vriendin Jannitgen Floris. Na de dood van Geertgen wordt het Neteldoeck verkocht aan Ariaentgen Jans.
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
    Situatie 1832  
   
Opnieuw handel in neteldoek
Van 1648 tot 1698 is het huis eigendom van de familie Van der Aert. Als  Ariaentge Jans Bogaert het huis koopt, is zij een jonge weduwe met drie kinderen. Haar man zaliger was Ruth Gerritsz van der Aert, stoffenverver en handelaar aan de Kolk. Haar broer is notaris in een huis naast de Waag, en waarschijnlijk dreef zij al langer haar winkel in neteldoek op de Markt. Op 6 maart 1664 voelt zij kennelijk haar einde naderen en verkoopt het huis vlak voor haar dood aan haar oudste dochter Christina van der Aert (23), die op dat moment net in ondertrouw is met Johannes van der Brugge. Het noodlot slaat toe in de familie, want ook de jonge bruidegom overlijdt, drie dagen na de dood van zijn aanstaande schoonmoeder.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Portret van Michiel van Mierevelt, gegraveerd door
zijn schoonzoon Willem Jacobsz Delff,
naar een schilderij van Anthony van Dijck.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Geertgen en Willem zien in 1618 het stadhuis afbranden. Anoniem schilderij, collectie museum Het Prinsenhof

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Anatomische les van dr Willem van der Meer,
geschilderd door Michiel van Mierevelt en zijn
jong gestorven zoon Pieter, die als aandachtig
luisteraar rechts op het doek staat, 1617.
Collectie museum Het Prinsenhof

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Schuttersmaaltijd, geschilderd door Michiel van
Mierevelt, 1611, met meer dan 30 Delftenaren in
beeld. Museum Prinsenhof.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Portret van Prins Maurits, 1607,
geschilderd door Michiel van Mierevelt.
Collectie museum Het Prinsenhof.

 

 

 
Rijke weduwen
Christina, nu eigenaresse van het pand, hertrouwt in 1667 vanuit Het Gekroont Neteldoeck de gefortuneerde Heijndrick Cornelisz Dullaert uit Rotterdam. Ze betrekken samen een huis “aan de Oude Delft bij het Princenhof”. Het Neteldoeck wordt nu verhuurd, al is niet helemaal duidelijk aan wie, maar op den duur aan de schoenmaker Johannes Hunningo.
Dullaert overlijdt in 1675. Als vermogende weduwe leeft Christina nog jaren lang alleen aan het Oude Delft, omringd door financiële adviseurs. Eindelijk, in 1698, trouwt ze opnieuw met ene Jan Rogge. Binnen anderhalve maand na de huwelijksdag verkoopt haar nieuwe echtgenoot Het Gekroont Neteldoeck aan Cornelia du Castel, ook al een weduwe met geld.  Ze overlijdt drie jaar later, in 1701. Het huis aan de Markt wordt dan eigendom van haar twee dochters, Catharina en Anna.
 
Schoenmaker
In 1707 wil schoenmaker Johannes Hunningo het huis graag kopen. Hij huurt er immers al zijn werkplaats. Zijn vroegere huisbazin Christina van der Aert leent hem geld en Hunningo wordt eigenaar. Hij sterft in 1725, maar zijn weduwe zet de leerhandel nog dertig jaar voort, geholpen door haar dochter Johanna en later haar kleindochter, die ook Johanna heet. De dochter erft het pand ten slotte. Deze Johanna was in 1727 getrouwd met de chirurgijn Abraham van Maerland, en dit echtpaar bewoont het huis ook. Als haar moeder, de oude schoenmakersweduwe, is overleden sluiten ze de leerhandel en komt er een “gaper” aan de gevel te hangen. In 1769, als chirurgijn Van Maerland 67 is, verkoopt hij het huis voor 2700 gulden aan Frederik Halbersmit.
 

Gezakt voor apothekersexamen
Wanneer notaris van Ruijven op 22 juni 1768 het testament van het echtpaar Halbersmit opstelt noteert hij dat de vrouw, Dirkje van Dorland “ziekelijk van lichame” is. Dirkje is zwanger van George Carel die op op 30 juni wordt geboren. Het kind wordt slechts drie dagen oud. Later wordt er een tweede George Carel geboren.
Frederik Halbersmit is koopman, drogist en hij is eigengereid. Hij koopt het pand op de Markt omdat hij op deze aansprekende locatie meer mogelijkheden ziet zich de begeerde status van ‘apothecaris’ te verwerven. Maar bij twee testen en proeven bij Collegium Medico Pharmaceuticum wordt alles zó “allerdesperaast klaar gemaakt” dat hij voor zijn apothekersexamen wordt afgewezen. Halbersmit laat het er niet bij zitten en schrijft een rekest naar de ‘Heren van de Weth’. Ook hier krijgt hij geen gehoor. Maar als drogist en ‘chymist’ heeft hij bij zijn overlijden in 1782 toch een groot bedrijf aan de zuidzijde van de Markt.
De bedroefde weduwe Dirkje van Dorland troost zich met de jonge en ondernemende winkelbediende Johannes Notermans, die op zijn 30ste reeds een avontuurlijk leven achter zich heeft met drie reizen in dienst van de VOC naar de Oost. Twee jaar na het overlijden van haar man huwt de 14 jaar oudere weduwe Dorland het hulpje van haar man en deelt met hem de zorg voor het bedrijf en de drie jonge kinderen van Halbersmit.

 
Verdwenen erfenis
Het huwelijk duurt, op de dag af, precies één jaar. Het is Notermans, die op 6 juni 1785 het leven laat, en Dirkje opnieuw verweduwd achterlaat. Zij volgt hem vijf jaar later in het graf. De kinderen zijn dan nog niet meerderjarig en voogden gaan de erfenis beheren.
De oudste van hen, de 21-jarige Catharina, wil trouwen met Abraham Peijster uit Rotterdam. Samen met haar broer George Carel (17) en zus Elisabeth (15) vertrekt ze op haar trouwdag in februari uit Het Gekroont Neteldoeck naar ’t Haagse Veer in Rotterdam. In maart overlijdt George Carel. In september 1794 sterft Catharina zelf. Dus trouwt de jonge wees Elisabeth maar met haar zwager Abraham Peijster, op 27 maart 1796. Hoopt Abraham op een erfenis? Net getrouwd gaat stel op 8 april 1796 terug naar Delft om bij notaris Koetsveld de erfenis op te halen. De voogden zitten aan de andere zijde van de tafel. Helaas is er geen geld. De waarde van het huis, het bedrijf en inventaris zijn in 5 jaar verdwenen. Opgegaan aan beheerderkosten.
 
Drogisterij De Oude Gaper
De Oude Gaper, zo noemt men intussen Het Gekroont Neteldoeck, is voor 3525 gulden verkocht aan Wilhelm Kühler. Hij legt direct 1875 gulden op tafel en neemt een schuldbrief voor 1650 gulden. Hij is tevreden, het overleg met de executeurs heeft ruim één jaar geduurd. Hij is daarbij gesteund door zijn gegoede schoonfamilie. Nauwelijks twee maanden woont zijn jonge gezin in de drogisterij of het eerste kind wordt geboren. Nog acht kinderen zullen volgen in deze doopsgezinde familie. Het zevende kind, Willem Johannes, zal later de drogisterij voort zetten. De oude Kühler sterft in 1855.De jonge Willem Johannes Kuhler (langzamerhand zonder umlaut) trouwt met Johanna van de Goorberg, die opgroeide in De Pelikaan, de apotheek naast de Waag, dus schuin tegenover De Oude Gaper. Zijn zij van jongsaf speelkameraadjes geweest? Op volle sterkte wonen er in dit huis op de markt op een gegeven moment halverwege de 19e eeuw 14 mensen, inclusief 5 dienstboden.
 
Kruidenierswinkel
Als in 1887 W.J. Kuhler als tweede generatie drogist sterft, vragen zijn twee dochters notaris Kleijn van Willigen het winkelhuis, vanouds genaamd De Oude Gaper, “staande en gelegen aan de zuidzijde van de Markt naast de hoofdwacht”, te veilen.
Het pand wordt in 1888 afgemijnd door Andries Romein, timmerman te Delft. Hij werkt wel vaker voor de koopman/aannemer Anton Reichert, die liever met sigaar achter in de zaal blijft zitten. Reichert gaat later op de avond akkoord met het bedrag van 6650 gulden. Ook met de voorwaarde dat er gedurende de eerst komende twintig jaar geen drogisterij of verfhandel in het pand gevestigd zal worden.Reichert heeft een aannemers- en timmerbedrijf en knapt het huis enigszins op. Daartoe gebruikt hij de vrijgekomen hoge glaspui van het belastingkantoor op de hoek van de Markt en de Cameretten. Ook gaat hij op zoek naar een huurder en vindt Dirk van der Valk, die een kruidenierszaak wil beginnen. In het adresboek van Delft 1899 lezen we: D v/d Valk, telefoon 71. Een ondernemende middenstander, die zich al vroeg op het telefoonnet laat aansluiten. Onder dit nummer bleef de winkel bereikbaar tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw.
   
Vijf gravures van Willem Jacobsz Delff naar geschilderde portretten van zijn schoonvader  
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster  
Johan van Oldebarnevelt Hugo de Groot Ds Arent Cornelisz,
één van de eerste
hervormde predikanten
van Delft
Ds Johan Uitenbogaard, vooraanstaand Remonstrants predikant Prins Willem II op 9-jarige leeftijd  
   
Nieuwe eigenaren
Wanneer van der Valk naar de zeventig jaar gaat, zet hij zijn zaak landelijk te koop. In Lochem leest de 36-jarige Willem Nijveld de advertentie en besluit te reageren. Op 29 mei 1914 laat Nijveld zich met vrouw en drie kinderen inschrijven in de gemeente Delft en wordt er kruidenier. In 1915 koopt hij het pand uit de nalatenschap van Reichert.
In 1935 trouwt zijn jongste dochter Nan met Gijsbert Mienis, zoon van de boekhouder van de zeepfabriek Bousquet aan de Voorstraat. Gijs neemt de zaak over in 1938 en koopt in 1944 het pand van zijn schoonvader, die in Ede gaat rentenieren.
Gijs Mienis is actief in het Delftse koopmansleven als voorzitter van de Delftsche Middenstandsfederatie. Hij vertegenwoordigt Nutricia in Delft voor en tijdens de oorlog met de moderne babyvoeding. Hij herinnert zich de aankoop in 1940 van een schuit met zout uit Scheveningen. De schuit liet hij afmeren in de gracht achter de winkel. Zout was kostbaar en nodig bij het inmaken van groenten tijdens de oorlogsjaren. In 1946 verkrijgt hij de alleenverkoop van diepvriesproducten voor Delft. De komst van zelfbedieningswinkels doet hem besluiten met de winkel in 1961 te stoppen.Het pand wordt verkocht en verbouwd. Er is nu een winkel voor exclusieve damesmode gevestigd en de naam Het Gekroont Neteldoeck is opnieuw op de kroonlijst geschilderd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De familie Delff geschilderd door vader Jacob,
met achter zich zijn zoons Cornelis, Rochus
en Willem, de graveur en schoonzoon van
Van Mierevelt. Op het schilderij Jacobs
vrouw Maria Nagel. (Collectie Rijksmuseum)

 
Jan Mienis
 
nadere informatie over Markt 27