Molenstraat 22-24

Eeuwenlang het adres van een broodbakker

 
   

Het huis is ontstaan uit twee huisjes die rond 1825 werden voorzien van één gevel en op de begane grond werden doorgebroken. Later werd een aparte bovenwoning gemaakt door op de eerste verdieping van nummer 24 naar achteren uit te breiden. De trap kwam in de naastgelegen steeg, in de 18e eeuw Kalckpoort geheten. Sinds het einde van de 17e eeuw, waarschijnlijk al eerder, was op nummer 22 onafgebroken een broodbakkerij gevestigd. Pas in 1980 sloot de laatste bakker de winkeldeur.

Rond 1543 woonde op deze plek Adriaen Willemsz. Kindermaecker. We weten van hem dat hij het huis huurde en een huur betaalde van 150 stuivers oftewel 7,5 gulden per jaar. Rond 1600 wordt als eigenaar vermeld Wouter Roeloffs. Uit de begraafboeken van de Oude Kerk blijkt dat hij niet alleen eigenaar was, maar er ook woonde. Zijn beroep was brouwersknecht. Roeloffs bezat waarschijnlijk de oostelijke helft van het huidige huis. Het had twee stookplaatsen. Ernaast stond een eenvoudig huisje van één kamer dat hij verhuurde. De buurman (waar nu het huidige nummer 26 staat) was een bakker wiens oven achter het kleine huisje stond. Na Wouter Roeloffs komt Willem Jansz de timmerman. Deze leent geld voor een “bouenge” (nieuwbouw) op de plek van het kleine huisje en verkoopt het nieuwe huis op 27 januari 1621 aan Jan Pietersz, cuyper.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
   

Weduwe trouwt met bakker
Tot 1680 hebben de twee huizen een aantal eigenaren waar niet veel van bekend is. De meesten zullen er niet gewoond hebben. Dan komt nummer 22 in bezit van Joost BlaseVos, kleermaker, die het perceel tot aan de gracht, de Kantoorgracht aan de achterzijde, in twee gedeelten koopt. Inhet huizenprotocol worden namelijk twee koopaktes vermeld. Vermoedelijk kocht hij eerst het huis en vervolgens het stuk grond erachter met de oven. De weduwe van Joost Blasen hertrouwt met bakker Hendrik Neuteboom en hij koopt in 1690 ook nummer 24.
Vanaf nu zal er tot 1980 onafgebroken een broodbakkerij gevestigd zijn en zullen beide huizen, met twee kleine onderbrekingen, van één eigenaar zijn.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Molenstraat op de Kaart Figuratief. De nummers
22 en 24 liggen hier links in de straat, met de
Kantoorgracht (toen Nobelstraat) aan de achterzijde.
Aan de straat heet hier ook ‘Op den Dam’.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Molenstraat op de Kadasterkaart 1832

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Op deze oude foto uit de collectie van het
Gemeente Archief is de bakkerij herkenbaar
aan de markiezen.

 

Naar Indië
Na Hendrick Neuteboom zien we meesterbroodbakker Jacob Prins, die het maar van 1718 tot 1726 volhoudt. Hij vertrekt met een schip van de VOC naar Indië om te proberen zo zijn schulden af te lossen. Zijn vrouw met drie kinderen laat hij achter, maar keert helaas niet terug. Zijn opvolger is Barent Hazecamp, ook weer eigenaar, die ruim dertig jaar brood bakt tot ook hij schulden maakt en de belasting – in 1760 -- zijn huizen laat veilen.
Barend Kaleboom wordt dan de nieuwe broodbakker op dit adres. Na zijn overlijden, de datum is onbekend, komt zijn neefje Johannes van Beek in de bakkerij.
Johannes is opgegroeid in nummer 24, waar zijn ouders een tapperij hadden. Dat blijkt uit het opmaken van de boedel na het overlijden van zijn vader; die veel schulden had aan distilleerderij “De Papegaai”. De  moeder van Johannes erfde de bakkerij van haar zuster, de vrouw van Barend Kalenboom. In 1810 koopt hij daadwerkelijk de bakkerij van zijn moeder en trouwt met Wilhelmina Venstermacher uit Amsterdam. Van Beek is waarschijnlijk de meest welvarende bakker die er gewoond heeft.

 

Grote verbouwing
Omstreeks 1825 koopt hij nummer 24, laat een nieuwe gevel zetten, een nieuwe woonkamer op de begane grond maken, en een nieuwe uitbouw voor de bakkerij. In 1829 is zijn adres in een akte wijk VI  367/368. De neoclassicistische gevel past qua stijl ook in die tijd.
Bij zijn dood in 1861 is de kleine bakkerij een heel complex geworden. Molenstraat 26 is er ook bijgekocht. Het totaal omvat nu woonhuis, winkel, bakkerij, met erf, plaats, tuin, grote schuur, verschillende meelzolders etc. Bij elkaar 256 m2 groot. Zijn vrouw blijft vermogend achter, zij overlijdt (na het maken van zes testamenten) in het dameshuis in de Papestraat. Na hem komen tot 1980 nog zes eigenaren, allen broodbakkers: Johannes Franciscus Landman uit Rotterdam, Frederik Leendert Koeberg via zijn vader Gilles Koeberg, Jan Hanhart uit Arnhem, Jan’s zoon Philippus Hanhart, en tenslotte van 1950-1980 Nicolaas de Hoog, geboren in Vrijenban. De term “meesterbroodbakker” wordt in 1926 in het testament van Jan Hanhart nog steeds gebruikt.

Grote ingrepen zijn nog geweest het weer splitsen in 1866 tot nummer 22-24 en het huidige nummer 26, het aanbouwen van een nieuwe ovenruimte in 1870 door Frederik Koeberg en het uitbreiden van de zolderverdieping naar achteren tot een volwaardige verdieping door Jan en Philippus Hanhart. Sinds 1914 hoort nummer 26 weer bij de bakkerij en blijft dat tot 1980, als het broodbakken beëindigd wordt en 26 weer apart wordt verkocht.

   

Els Emeis

 
   
nadere informatie over Molenstraat 22-24