Nieuwstraat 2-4, hoek Oude Delft
Van Julius Caesar tot Tango  
   
Het huis op de hoek van de Oude Delft en de Nieuwstraat is een heel groot pand. Het is nu in gebruik als café, als afhaalwinkel voor Surinaams eten (Rotishop) en op de eerste verdieping zijn woonruimten. Het café heeft een ingang op de hoek zonder huisnummer. De ingang op de Nieuwstraat 2/4 is bestemd voor de bovenverdieping. Daarnaast is er nog een ingang op Nieuwstraat 4a voor de Surinaamse afhaalwinkel. Het pand bestond oorspronkelijk uit twee percelen met ieder een ingang op de Oude Delft. Bij de inning van het straatgeld in 1767 mat de breedte van de gevel van het pand op de hoek aan de zijde van de Oude Delft ongeveer 6,75 meter en dat van het huis ernaast 5,25 meter. Aan het begin van de 19de eeuw zijn beide percelen verenigd en is het huidig pand ontstaan. De hoekruimte op de begane grond heeft diverse bestemmingen gehad: lange tijd was het een winkel, later een café. De bovenwoning is al enkele keren gekraakt vanwege leegstand. Er worden appartementen gemaakt. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Nieuwstraat 2-4 op de hoek met de Oude Delft. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Zijgevel in de Nieuwstraat. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Boven de voordeur uit hout gesneden plant.
Links eikenblad, rechts varen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Nieuwstraat 4A, Surinaams afhaalrestaurant.

  Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Bij plunderingen in Delft door Haagse Oranjeaanhang was ook deze winkel doelwit. Winkelier Jacob van den Bergh was patriot. (Prent Reinier Vinkeles, coll. Archief Den Haag). Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Nieuwstraat op een oude ansicht. (Coll. Archief Delft) Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude ansicht van de Oude Delft met winkel op de hoek. Er hangt nu een bril als reclame. (Particuliere collectie). Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Winkels van Bender hebben lang bestaan in Delft. Modern reclamebord aan de Phoenixstraat (coll. Archief Delft).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Ben Viegers (1886-1947) schilderde dit stukje
Oude Delft. (particulier bezit).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Recente luchtfoto van deze hoek. Duidelijk zijn nog twee huizen te zien. (Bron: gemeente Delft).

 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Op de Kaart Figuratief (1675) zijn twee huizen te zien. In 1832 waren de twee panden al samengevoegd.  
 
Notariskantoor Julius Caesar
In de jaren 1561-1578 woonde op de hoek Wouter van Wijck. In 1600 was de notaris Ghijsbert van Wijck de eigenaar, vermoedelijk een zoon van de vorige bewoner. Het huis telde toen zes stookplaatsen, en had kennelijk ook toen zijn ingang in de Nieuwstraat. Ghijsbert was in 1584 getrouwd met Machteld Jansdochter. Zij was in 1600 ‘moeder’ bij het Meisjeshuis en bij de Kamer van Charitaten (de armenzorg). Ghijsbert bezat in 1600 ook het naastliggende deel van het pand aan de Oude Delft. Het is niet duidelijk of de beide percelen toen samen één geheel vormden, of dat zij afzonderlijk bewoond werden. Korte tijd later  werd echter het noordelijke deel aan de Oude Delft apart verkocht. Het had gedurende een periode van twintig jaar verschillende eigenaren, onder wie de caffawerker Jochem van der Hulst, metselaar Clement Ghijsbrechtszoon en ene Adriaen van de Bosch. Niet duidelijk is of zij er ook hebben gewoond.
T enslotte kwam het pand in handen van notaris en procureur Dirck de Haen, die eerder ook al het hoekhuis had overgenomen van zijn collega Van Wijck. Dirck de Haen was in 1609 getrouwd met Jacolina van Aeken en is blijkens de beschrijving van zijn nalatenschap in 1637 in dit huis is overleden. De boedelbeschrijving onthult dat dit hoekpand toen ‘Julius Caesar’ werd genoemd.
 
Zwaardveger
Na het overlijden van De Haen werd zwaardveger Aelbregt Vileers de nieuwe eigenaar van het dubbele pand. Aelbregt was in 1665 getrouwd met Cornelia Francken (Groenput). Zij overleed in 1699 en Aelbregt in 1726. Aelbregt heeft dus een hoge leeftijd bereikt. Wellicht bewoonde hij zelf een deel van het huis, want in 1717 kreeg meester-goudsmid Wouter van Dijk vergunning om een goudsmidoven in het huis van Vileers te mogen plaatsen.
In zijn laatste levensdagen verkocht Vileers in 1725 het hoekhuis ‘Julius Caesar’ aan Schalkius de Hoog, die even verder ook al een ander pand bezat aan de Oude Delft. Hij betaalde een aanzienlijk bedrag voor het hoekpand: ƒ 3000, waarvan ƒ 2000 per schuldbrief.
 
Metselaarsknecht
Het noordelijk deel van het pand aan de Oude Delft bleef overigens nog geruime tijd in bezit van de nazaten van Vileers. Toen zeven jaar later kleindochter Sophia overleed, verkocht haar weduwnaar het tenslotte voor ƒ 1000,- aan Engeltje van der Wal, de vrouw van Jacob de Milde. In 1735 verkochten zij het voor hetzelfde bedrag door aan de bejaarde Margaretha van der Boor. Na haar kwam het in 1743 opnieuw voor hetzelfde bedrag in bezit van metselaarsknecht Andries Besemer. Hij had daarvoor wel al zijn spaarcentjes bij elkaar moeten schrapen, en voor ƒ 400 op schuldverklaring moeten kopen. In 1750 bewoonde hij het huis als ‘onvermogende’, samen met zijn vrouw. Jannetje van Kampen en twee kleine kinderen. De vrouw had een groentenhandeltje om bij te verdienen. Bovendien woonde de voormalige eigenaresse Margartha van den Boor bij hen in.
 
Café en bakkerswinkel
De koper van het hoekpand in 1725, De Hoog, speculeerde in onroerend goed en had eigenlijk zijn zinnen gezet op de panden Oude Delft 138 en 140. Hij verkocht daarom het huis al binnen een jaar weer aan Jacobus Heermans voor ƒ 3600 (waarvan 2.000 in de vorm van een schuldbrief). In één jaar wist hij dus een aardige winst te maken. Ook Heermans wilde snel van het huis af en verkocht het twee jaar later voor dezelfde prijs aan de tapper Gillis Steenwijk. Dat doet vermoeden dat in die tijd in het pand mogelijk al een café gevestigd was. Gillis was getrouwd met Catharina Soesbeek. Na het overlijden van Gillis schonk Catharina het huis in 1736 aan haar zoon Huijbert Steenwijk, die niet het beroep van zijn vader voortzette, maar bakker werd. Hij bewoonde in 1750 zijn bakkerswinkel met zijn vrouw Agneta van Bodegom en zes kinderen. Bovendien woonde bij hen in ene Cornelia van Essen, die van haar vermogen leefde.
 
Patriot werd geplunderd
Bakker Steenwijk overleed in 1771. Zijn kinderen wilde van het huis af en verkochten het voor ƒ 2000 gulden (waarvan ƒ 1300 per schuldbrief) aan Cornelis van den Bergh. Aangezien Cornelis 24 jaar oud was en daarmee nog niet meerderjarig (dat ging destijds pas in bij 25 jaar), werd de koop formeel gesloten door zijn vader Dirk.
In 1787 was hier een galanteriewinkel gevestigd van familielid Jacob van den Bergh. Jacob was actief lid van het Vrijcorps van de Patriotten. Zijn zaak werd daarom doelwit van een wilde bende Haagse Orangisten die na het gezagsherstel van Prins Willem V dankzij de steun van het Pruisische leger op 19 september plunderend door Delft trokken om zich op de patriotten te wreken.
In 1802 verkocht Cornelis van den Bergh het hoekpand tenslotte voor slechts ƒ 700 aan Johannes Kok en aan familie van één van de vorige eigenaren, Hermanus Steenwijk, wellicht omdat de oude schuldbrief van dertig jaar eerde nog nooit helemaal was afgelost. De lage prijs is ook typerend voor de zeer slechte huizenprijzen in die jaren, toen er in Delft een groot woningoverschot was. Volgens het stemregister van 1803 werd het huis toen bewoond door Dirk van Boxel.
De nieuwe eigenaren verkochten een jaar later tegen een schuldbrief van ƒ 1300 aan George Pieter Reusener, blijkens de registers van het wachtgeld de nieuwe bewoner. Na hem komt het pand via diverse beleggers van onroerend goed uiteindelijk in handen van hoedenmaakster Elisabeth Pijper, die eerder al het andere deel van het perceel had verworven, nadat het aan het einde van de 18e eeuw vele malen in andere handen was overgegaan en ondertussen door vele andere wisselende huurders was bewoond.
 
Beleggingsdames
Elisabeth Pijper(s) was tamelijk vermogend. Ze bezat naast de twee helften van dit huis ook het er naast gelegen pand Oude Delft 120. De Pijpers behoorden tot de gegoede katholieke middenstand van Delft. Ze waren onder meer regenten van het Rooms Katholieke Weeshuis. Na Elisabeth werd het dubbele hoekhuis vererfd aan Clara Francisca Pijpers (1802-1881), waarschijnlijk haar nichtje. De aanschaf van de huizen diende voor de familie slechts als belegging. Het huis werd waarschijnlijk van toen af als een geheel bewoond, en werd verhuurd. In 1850 was A. Swagermakers er de huurder. Clara Pijpers, die winkelierster was, verkocht het pand in 1861 aan Wilhelmina Achterbergh, de vrouw van Simon Pijpers. Ook Wilhelmina gaf op dat zij koopvrouw was. Het is dus goed mogelijk dat de begane grond van het pand toen opnieuw ingericht werd als winkelruimte.
 
Ongeluk met metselaars
In 1873 vielen er drie metselaars bij een verbouwing naar beneden, lezen we in de krant. In 1878 woonde hier korte tijd de 18-jarige Abel Labouchere op kamers. Hij zou later directeur van de Porcelijne Fles worden. Als student had hij zich ingeschreven bij de Polytechnische School om architectuur en kunstgeschiedenis te studeren. Kort daarna verhuisde hij naar het toenmalige studentenhuis Oude Delft 215.
In 1885 werd koopman Jacobus Maris Drabbe, familie van de Pijpers, de nieuwe eigenaar, die het zowel in 1891 als in 1903 in de Delftsche Courant te koop aanbood. In beide advertenties werd het pand beschreven als een winkelhuis, woonhuis en bovenwoning. Beschrijving in advertentie 1903 luidt:
“Beneden: ruime winkel met uitstalkasten en toonbank, voorkamer uitziende op de Oude Delft met schoorsteenmantel, daarachter bergplaats en privaat, open plaatsje en beneden in het souterrain een keuken, voorts woonkamer uitziende op de Nieuwstraat met schoorsteen en aangrenzend 2 slaapkamertjes”. “Bovenwoning: opgang hebbend in de Nieuwstraat: voorkamer met schoorsteenmantel, daarnevens slaapkamer, beide uitziend op de Oude Delft, daarachter badkamer, privaat en keuken, voorts woonkamer met stookplaats uitziende op de Nieuwstraat en twee kamertjes”.
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
In 1904 was de winkel verhuurd aan de firma Bender. Fotograaf Charles Abraas fotografeerde de winkel in 1910. De Oude Delft was bestraat met “kinderhoofdjes”. 1939. Reclamebord aan de winkelpui zegt: “Brillen”. (Alle foto’s coll. Archief Delft).
 
Servieswinkel
Het  winkelhuis was in 1903 verhuurd aan de heer Bender voor ƒ 525 per jaar en de bovenwoning voor ƒ 365 per jaar. Bender verkocht er aardewerk en porselein en nam als huurder het pand over. Op den duur zou deze firma – opgericht in 1820 --  meerdere van deze servieswinkels aan de Oude Delft en elders in Delft exploiteren (zie ook Oude Delft 140).
Behalve serviesgoed werden ook inmaakpotten, wasstellen, bloempotten en toiletpotten verkocht.  De laatste winkel in Delft sloot omstreeks 2005. Tegenwoordig is Bender importeur en exporteur van serviesgoed, glas, bestek en keukenmateriaal, en te vinden op een bedrijventerrein (Forepark). Van de Benderwinkel op de hoek Nieuwstraat-Oude Delft bestaat nog een foto uit 1910, gemaakt door de Delftse fotograaf Abraas. De woningen bij de winkel werden destijds verhuurd aan de civiel ingenieur en architect J.L. Schouten en aan de timmerman J.H. Fibri.
 
Brillenwinkel
In 1912 werd het pand overgedaan aan instrumentenmaker en winkelier Florus van Tetterode. Hij vestigde in de winkel een brillenzaak. De woningen verhuurde hij aan de electricien L.M. Tetterode en aan J.G. Drabbe. In 1923 werd de brillenzaak voortgezet door opticien Johannes Gerardus Lambertus Frederik. De woningen werden verhuurd aan opticus J.L. Talens en stucadoor W.A.J. van Schie. Van Tetterode, die het pand al die tijd nog in bezit had gehouden, verkocht het in 1955 weer terug aan de firma Bender. Die opende in 1958 een nieuw filiaal op deze plek. Na een verbouwing werd ook het gedeelte aan de Oude Delft bij de winkel getrokken. Gedurende de laatste decennia is er het drukbezochte café Tango gevestigd.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Bender had een pakhuis aan het Bagijnhof.

   
Henk Verbruggen  
   
nadere informatie over Nieuwstraat 2-4  
laatste wijziging 17-09-2011