Oude Delft 68 www.achterdegevelsvandelft.nl
Engelse bewoners in De Beurs van Londen NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Rechtsonder in de gevel geeft een klein steentje met de inscriptie JJP 1850 op het eerste gezicht een logische datering voor dit pand. De lijstgevel is naar de mode van die tijd, evenals het stoepje met de palen en het smeedijzeren hek. Wel zijn de ramen op de benedenverdieping sindsdien een keer gemoderniseerd. Het enige ongemakkelijke aan de strakke gevel zijn de vensters op de zolderverdieping vlak onder de lijst. Ze zijn verhoudingsgewijs te klein en te onhandig om naar buiten te kijken, want ze reiken niet verder dan kniehoogte.
Bij recente renovatie van het huis werd in de zomer van 2014 op de balklaag aan de zoldering van de eerste verdieping een opvallende kleurrijke beschildering uit het begin van de zeventiende eeuw ontdekt met onder andere jachttaferelen en een edelman met kousenbanden. Zoals vaker vertelt de gevelsteen in de voorgevel ons dus meer over de ouderdom van die gevel dan over de leeftijd van het huis erachter.


Op een gevelsteen uit 1850 zijn de initialen JJP te lezen.
Raadselachtige gevelsteen

Halverwege het huis is een binnenplaats met daarin een opvallend halfcirkelvormig trappenhuis. Daarachter volgt een achterhuis, waaraan later een zijvleugel is aangebouwd, die achter het buurhuis Oude Delft 66 ligt. Onder in die zijvleugel ontdekken we een tweede gevelsteen, nu met inscriptie “M vd C 22 - 8 -1817”. Het achterhuis, waaraan die vleugel is vast gebouwd, heeft echter op de eerste verdieping een balkenplafond van moer- en kinderbinten dat rust op zandstenen consoles met daarin uitgehakt twee verschillende familiewapens. Dat achterhuis moet onmiskenbaar uit de 16e eeuw stammen, en de aanbouw dus uit 1817.

Onderweg naar dat achterste deel van het huis passeerden we al een tussenkamer waarvan de vloer drie treden hoger ligt dan de gang en de voorkamer, omdat zich onder dit deel van het huis een kelder bevindt met een tongewelf en roodstenen plavuizen. Die kelder zal daar ook al sinds de 16e eeuw of nog eerder hebben gelegen. In een verkoopadvertentie uit 1862 wordt ze aangeprezen als een ‘gewelfde water- en vorstvrije kelder’. De binnenzijde van de gangmuur boven de kelder is bovendien zo dik, dat ze sterk lijkt op een oude buitenmuur. Vermoedelijk is die gang dus ooit een oud poortje geweest.

Achterhuis van de schout
De oudste vermelding die we in de geschreven archieven van het huis hebben kunnen vinden, dateert van 1555, in een koopakte van het huis aan de Koornmarkt erachter (op de plek van het huidige Koornmarkt 87). De achterbuur aan de Oude Delft was toen een achterhuis (in 1567 ‘schuyere’) van het buurhuis “De Harp” aan de Koornmarkt (85) en eigendom van Vranck Bertelmeesz van Diemen, de toenmalige schout van Delft.
Mogelijk had hij hier aan de achterzijde ook de stallen voor zijn paarden. In de akte was bovendien sprake van een gemeenschappelijke poort naar de Oude Delft. Gemeenschappelijk, dat wil zeggen samen met brouwerij de Slang, de buren aan zijn andere zijde op de Koornmarkt (nr. 89). Het perceel van die brouwerij liep, zoals van de meeste brouwerijen in die tijd van de Koornmarkt, tot achter aan de Oude Delft door. Wellicht was dit poortje de huidige gang van Oude Delft 68.


Oude Delft 68


Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Balkenplafonds in het achterhuis. Op de
consoles zijn familiewapens afgebeeld
(foto’s Monumentenzorg Delft)

Erfgenaam Hendrick moest vluchten
De schout vererfde zijn huis aan de Koornmarkt aan zijn zoon Hendrick van Diemen, evenals zijn zetel in het stadsbestuur, de zogenoemde Veertigraad. Bij het begin van roerigheden van de 80-jarige oorlog gokte deze Hendrick echter kennelijk op het verkeerde paard. Hij moest de stad in 1570 ontvluchten - naar Leiden. Toen hij na de machtsovername in 1572 weer terugkwam, werd hem voor drie jaar de toegang tot het stadsbestuur ontzegd, maar in feite lag hij er sindsdien voorgoed uit.


Wapen van Van Diemen, wapenkaart leden van de Veertigraad ‘zedert den Jaare 1476’
Ook financieel ging het hem moeizamer dan de vorige generaties. Toen Van Diemen in Delft terugkeerde, vestigde hij zich in het (mogelijk vernieuwde) achterhuis aan de Oude Delft en verhuurde aanvankelijk het grote ouderlijk huis aan de Koornmarkt, dat hij later zou verkopen. Op het huis aan de Oude Delft moest hij een forse hypotheek nemen. Duidelijk is wel dat het familiewapen van de Van Diemens, een gele ster en een rood veld, totaal niet lijkt op één van de wapens op de stenen consoles uit die tijd.
Vervlochten
Van Diemens huis aan de Oude Delft telde in 1600 vier stookplaatsen, zoals zijn dienstmaagd Aechtken de belastinggaarder liet weten. Volgens de logica dat veel percelen aan de Koornmarkt vroeger tot aan de Oude Delft doorliepen, zou men kunnen verwachten dat ook het huis Oude Delft 66, recht achter “De Harp”, oorspronkelijk tot het grondgebied van de Van Diemens zou hebben behoord. Wellicht was het ooit met Oude Delft 68 een geheel, vooral omdat ze zo in elkaar vervlochten lijken. Maar dat blijkt niet het geval.
Reeds vanaf herbouw na de stadsbrand stond op die plek een van de weinige zelfstandige kleinere huisjes aan de Oude Delft, bewoond door een mandenmaker. Bij de optekening van het haardstedengeld werd er wel nog een tweede achterhuis genoemd dat bij “De Harp” op de Koornmarkt “respondeerde”. Het was door de nieuwe eigenaar van het regentenhuis aan een mandenmaker verhuurd. Vermoedelijk betrof dat het achterste deel van “De Harp” dat via het poortje tussen de huidige nummers 66 en 64 op de Oude Delft was te bereiken.

Het zesde of zevende huis vanaf de Pepersteeg kan het huidige OD 68 zijn.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw vensterIn 1832 is het perceel behoorlijk groot. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw vensterOp het kaartje van nu is een flink stuk ingeleverd. Originele Kadasterweergave 1823.
 

Engelsen
Begin 17e eeuw woonde in het huidige Oude Delft 68 de lakenkoopman Guillaume Vermij, waarschijnlijk van Vlaamse afkomst. Hij ging in 1631 failliet en moest het huis gedwongen verkopen. In de jaren ’20 van de 17e eeuw woonden er enige tijd onbekende Engelsen. Vermoedelijk heeft het huis daaraan de naam “De Beurs van Londen” te danken, die het twee eeuwen zou houden. In 1623 werd er ene Engelsman met de naam Thomas vanuit de Beurs van Londen in de Oude Kerk begraven. Twee jaar later vinden we in de boedel van de overleden wijnkoper François van den Bosch op de hoek van Peperstraat en de Koornmarkt een onbetaalde rekening van ‘een Engelsman uit de Beurs van Londen’ die inmiddels was vetrokken naar Bergen op Zoom.
Waarschijnlijk hebben zij ook de onlangs ontdekte beschilderingen op de balken aangebracht, want die doen nog al on-Nederlands aan.

De recent ontdekte beschilderingen op de balken.

Mogelijk waren die Engelsen in Delft terechtgekomen vanwege de lakenhandel. In 1621 waren namelijk de Merchant Adventures in Delft neergestreken, een compagnie van kooplieden die van de Engelse koning het monopolie hadden gekregen op de uitvoer van ongeverfd Engels laken naar het vasteland. Van 1621 tot1629 hadden zij in Delft hun stapelplaats. De stad had daarvoor een deel van het Prinsenhof beschikbaar gesteld. In hun kielzog kwamen meer Engelse kooplieden naar Delft. Een ander optie is dat de Engelsen ingehuurde militairen waren. Het vertrek van de Engelsman naar de vestingstad Bergen op Zoom kan daarop wijzen.

Van Lodensteijn
Na het faillissement van Vermij in 1631 viel het huis in handen van de regent Jacob Cornelisz van Lodensteijn. En na het overlijden van zijn weduwe in 1648 in handen van hun dochter Machteld die gehuwd was met Pieter van Lodensteijn, een zoon van een neef van Jacob die recht achter dit huis op de Koornmarkt was opgegroeid in de Witte Lely (op de plek van huidig Koornmarkt 87). Waarschijnlijk heeft het echtpaar De beurs van Londen bewoond tot Pieter een goede carrière bij de Admiraliteit van de Maze kon maken in Rotterdam.

Scheurselmeester
In de tweede helft van de 17e eeuw werd het huis vervolgens gekocht door ‘scheurselmeester’ Abraham van Blijvenburch. Een scheurselmeester was een chirurgijn die zich had gespecialiseerd in buikoperaties. Kennelijk betaalde dat specialisme goed, want bij het familiegeld in 1674 is hij met ƒ18.000 veruit de meest vermogende chirurgijn van Delft. Van Blijvenburch was op zijn oude dag kinderloos, maar had wel een getrouwd nichtje in huis genomen, aan wie hij het huis na zijn dood vermaakte.
Na haar dood kwam het huis in handen van meester steenhouwer Herman Knollenburg, die omstreeks 1730 aan dit stuk van de Oude Delft vijf huizen op een rij verwierf. De verhuur van dit pand was voor hem echter een zorgenkind. Ondanks een kamer met goudleer behang stond het geruime tijd leeg, waarna hij het maar ging vertimmeren. Uiteindelijk vond hij vlak voor zijn dood dominee Onderdewijngaart als huurder. Ook voor de volgende eigenaren bleef het echter sukkelen met de verhuur. In 1749 bleek het huis bij een belastingregistratie opnieuw onbewoond. Vier jaar later werd het voor ƒ 2100 verkocht aan de weduwe Elisabeth Wibbert. De koopakte uit 1754 vermeldt dat het huis toen ook al achter het buurhuis (Oude Delft 66) om doorliep naar opzij en daar via de gemeenschappelijke poort een uitgang naar de straat had.

Steen der raadselen
De letters M vd C uit de steen van 1817 kostten ons heel wat hoofdbrekens. Het huis was toen juist in bezit gekomen van de familie Van de Goorberg, van wie het bijna een halve eeuw eigendom zou blijven. De vorige eigenaar Barthold Bobbink, opzichter bij de Koninklijke militaire werkplaatsen aan de Houttuinen en het Armamentarium, bedong in de koopakte uit 1816 dat hij het huis per 1 mei 1817 leeg zou overdragen. Het werd toen betrokken door Dirk  van de Goorberg, die in Delft bij de Bank van Lening werkte.
Aanvankelijk huurde hij het huis van zijn oom Willem in Leiden. In de familie was wel een vijfjarig nichtje Maria, maar als zij de steenlegster zou zijn geweest, zouden de initialen toch M vdr G hebben moeten luiden.
De Van de Goorbergs hebben het huis tot 1850 bewoond. Toen werd het gekocht door de koopman Jacob Perk, die het huis grondig opknapte en zijn tweejarig zoontje Johannes Jacobus het steentje in de nieuwe gevel liet metselen.
Na hen werd het huis in de 19e eeuw nog bewoond door andere ‘nette mensen’, zoals een predikant, een leraar aan het gymnasium en een advocaat. De laatste overigens als huurder. In 1862 werd het huis een keer onverrichter zake in de verkoop gezet. De advertentie spreekt onder meer over een marmeren gang en ‘sierlijke open trap’. Boven waren mangel-, strijk- en badkamers, en een grote kleerzolder met een meidenkamer. De woning was voorzien van gasleiding (voor de verlichting) en de keuken was voorzien van ‘pompen voor wel- en regenwater'.
Toen het huis in 1892 opnieuw onder de hamer ging, behoorde tot de koopvoorwaarden dat de koper ook de spiegel in de voorkamer voor ƒ 15 extra moest overnemen.

Tabak- en sigarenfabriek
In 1906 werd het huis gekocht door de zakenman Pierre Davijt Hofman, eigenaar van de ‘Koninklijke Nederlandsche Tabak- en Sigarenfabriek, voorheen J.H. Drayer, tevens Koffiebranderij’. De firma Drayer was vanouds gevestigd op de hoek van de Oude Langendijk en de Koornmarkt, en in het huis De Witte Lely, recht achter Oude Delft 68.
In de Witte Lely aan de Koornmarkt deed zich in 1913 een desastreuze brand voor, waarbij het hele pand verloren ging. Plannen de fabriek op die plaats te herbouwen gingen uiteindelijk niet door. De eigenaar besloot kennelijk daarom in 1915 zijn nieuw verworven pand aan de Oude Delft uit te breiden met een achteraanbouw van 13 meter diep in het tuintje achter het huis. In het pand kwamen diverse machinerieën te staan.
Lang heeft de firma Drayer echter niet meer bestaan. In 1921 werd de zaak overgenomen door de NV Electrische koffiebranderij en theehandel ‘De Anker’, die zijn naam ontleende aan een concurrent van Drayer, die ooit zijn hoofdvestiging op de Wijnhaven had.


1862, vernieuwd en zeer goed ingericht


In de verkoop. Advertentie uit 1892


In 1919 werden er sigaretten verkocht


Verkoop van het pand in 1922. Sinds onheugelijke
tijden van de firma Drayer

Uitgeverij van schoolboeken
De geschiedenis van het pand werd er nu één van 12 bestemmingen en 13 mislukkingen, want al na twee jaar werd ook deze NV geliquideerd en stond het pand met de hele inboedel weer te koop. De beleggingsmaatschappij die het pand opkocht, verkocht het door aan de musicus Abraham Schram, die het nog datzelfde jaar weer moest terugverkopen, waarschijnlijk omdat hij het geld voor de aankoop niet bij elkaar kreeg. Vervolgens verhuurde de belegger het aan ene W.J. Loos die er een pension wilde beginnen, maar ook reeds in 1926 openbaar zijn faillissement bekend moest maken nog voor hij het pand voor de nieuwe bestemming had kunnen verbouwen.

De daaropvolgende huurder was W.J. Breemen, die in het pand een drukkerij/uitgeverij van schoolboeken begon. Hij wist het bijna 25 jaar vol te houden. Het pand was in die jaren behalve kantoor ook opslagruimte. In de bijbouw in de tuin stonden de diverse bedrijfsmachines. Ondertussen was tijdens de oorlog de eigendom overgegaan van de NV Gemeenschappelijk Eigendom, naar een particuliere belegger in Rijswijk.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Tekening voor aanvraag van een Hinderwet vergunning.
In het gebouw achter het huis werden schoolboeken gedrukt.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Bouwtekening van de situatie in 2006

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Oude Delft 68 zag er in de jaren 60 huiselijker uit
dan tegenwoordig.
Opnieuw woonhuis
Omstreeks 1950 kreeg het huis opnieuw  een woonbestemming. Eind jaren zestig werd het gekocht door een ‘architect’, die het stripte en de bedrijfsruimte in de voormalige tuin aan de achterzijde verkocht aan de achterburen van Koornmarkt 87. Vervolgens bracht hij het huis weer op de markt. Begin jaren ’80 werd het gekocht door een beeldend kunstenaar die er een atelier inrichtte. In 2006 kwam het weer in de verkoop, met de aanbeveling van de makelaar om het ‘zowel inwendig als uitwendig te renoveren en te moderniseren’. Vooralsnog is daar nog het wachten op.

   
Kees van der Wiel, met dank aan Wim Weve  
   
nadere informatie over Oude Delft 68  
laatste wijziging 12 december 2014  
 
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft