Paardenmarkt 61
Een hofje voor arme behoeftige personen  
   
Paardenmarkt 61 is een van de acht huisjes in het Hofje van Pauw. Als je vanaf de Paardenmarkt door het poortgebouw het terrein op loopt, staat het direct rechts in de hoek. Er hebben vele mensen gewoond, onder wie de grootouders van An Bergman. Haar opa was er sigarenmaker. Zij kreeg er de bof, en zocht er naar slakken. Op de binnenplaats was de plee met een hartje in de deur. An heeft haar herinneringen opgeschreven. Daarover later meer.  Eerst een klein historisch overzicht.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Paardenmarkt 61, in een hoekje in het hofje.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Paardenmarkt 54. Het poortgebouw met de wapens
van de families Pauw (rechts) en Van der Dussen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Tuin op het binnenterrein met de pomp en in de
verte het poortgebouw. Links huisje nr. 61.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het oude ontwerp voor de pomp uit 1708. Of die er
vroeger stond is niet bekend.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Elisabeth Pauw, olieverf door Jan de Baen.
(Collectie Erfgoed Delft Prinsenhof)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Ook echtgenoot Dirck van der Dussen werd door
De Baen geschilderd. (Collectie Prinsenhof)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Herinnering aan Elisabeth in de geveltop
aan de westzijde.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Ook regenten lieten zich portretteren. Dit is Maximiliaan 's Gravensande Guicherit in de 19e eeuw. Geschilderd door Willem Hendrik Schmidt, een toen geliefde kunstenaar. (Collectie Prinsenhof)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De grote moerbeistruik, vooral op de
Paardenmarkt goed te zien.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Uit de lucht gezien. Huisje nr. 61 ligt het
meest noordelijk.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Romantisch hoekje in de vroegere Aschput.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Aanleg waterleiding in 1897

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

An Bergman

 
Het hofje werd in 1706 gesticht door de executeurs-testamentair van Elisabeth Pauw. Zij werd geboren in 1639 en kwam uit een welgestelde familie. Haar ouders waren Jacob Adriaensz. Pauw en Agatha Pietersdr. Van Goerée. Zij was een (achter)nichtje van de Amsterdamse burgemeester Reinier Pauw en van de landsadvocaat Adriaan Pauw.
 
Van der Dussen
In 1662 trouwde ze met Johan van der Dussen, later een burgemeester van Delft. Hij overleed in 1686. De weduwe hertrouwde met zijn neef Dirck van der Dussen, ook al schepen/burgemeester van Delft. Beide huwelijken bleven kinderloos. Op 16 april 1689 bepaalde Elisabeth Pauw bij testament, dat er van haar nalatenschap een hofje gebouwd moest worden voor “arme behoeftige persoonen ofte families” . Het moest bestaan uit acht aparte huisjes, elk met een tuin. Tien jaar eerder had haar eerste man haar in zijn testament aanbevolen “een hofje voor acht of tien persoonen, na het concept bij haar Ed. te samen ontworpen”  te stichten.
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Op de Kaart Figuratief is het terrein tussen Paardenmarkt en Verwersdijk nog een en al tuin. Bij nr. 9 de Aschput. Het complete hofje op de Kadasterkaart van 1832. Op deze kaart uit 1832 het huisje nr. 61. Ook aan de kant van de Paardenmarkt staan nog huizen. Recente Kadasterweergave. De achterburen van nr.61 zijn verdwenen.
 

Familiegraf in de Oude Kerk
Op 31 mei 1706 overleed Elisabeth Pauw op zesenzestigjarige leeftijd. Haar stoffelijk overschot werd op 3 juni bijgezet in het familiegraf in de Oude Kerk. Executeurs-testamentair waren Adriaan van Groenewegen en Paulus Durven. Zij kochten terrein aan in een open gebied tussen Paardenmarkt en Verwersdijk, dat grotendeels in gebruik was als tuin. Elisabeth had ƒ16.000 bestemd voor dit project. Er kwamen inderdaad acht huisjes te staan, aan weerszijden van groot binnenterrein. Het was bereikbaar via de Paardenmarkt, maar ook vanaf de Verwersdijk via een steeg die Aschput heette en die trouwens nog steeds bestaat.

 
Gratis boter en turf
In 1707 konden de eerste bewoners het nieuwe hofje aan de Paardenmarkt betrekken. De eerste tijd woonden er alleen maar vrouwen; later ook wel alleenstaande mannen, en de laatste vijftig jaar voornamelijk echtparen. De bewoners betaalden een lage huur en kregen elk jaar een hoeveelheid boter en turf. Deze uitkering is in 1810 afgeschaft, vermoedelijk vanwege de hoge kosten.
Het hofje stond onder beheer van regenten. De executeurs-testamentair traden als eersten alszodanig op. Zij besloten dat hun opvolgers steeds uit hun eigen familie moesten worden aangesteld. Bij overlijden van een van hen, wees de ander de nieuwe regent aan. Vaak kozen ze tijdens hun leven alvast een nieuwe regent uit. Dan bestuurden zij het hofje met zijn drieen. Aan het einde van de 19e eeuw werd en riolering aangelegd en kwam er ook waterleiding. Van het waterleiding plan is een tekening bewaard gebleven, die rechts onder aan deze pagina is te bekijken. Vanaf de hoofdingang lopen de buizen door de poort naar het straatje voor de huisjes, gaan naar binnen om te eindigen bij (vermoedelijk) een kraan in de gang. Er kwam dus geen waterleiding in de keuken, wat tegenwoordig heel gewoon is. Het bovenste huis op de tekening is de plek waar de grootouders van An Bergman woonden. Achter het huisje is een tuin of plaats. Daarin staat een aantekening over de moerbeiboom, die ook An Bergman als kind zag. (Zie haar verhaal hieronder). Na de tweede wereldoorlog volgde een restauratie. De huur van de huisjes was laag. Met het beheer ging het financieel gezien -- na de voltooiing van de restauratie in 1960 -- steeds slechter. Daarom hebben de regenten in 1976 de gemeente Delft gevraagd het hofje over te nemen. Dat is gebeurd. Ook het vermogen van het hofje ging naar de stad. Het complex werd rond 1977 overgedragen aan de gemeentelijke dienst Centraal Woningbeheer, en later aan de woningbouwcorporatie Vestia Delft. De huisjes worden nu verhuurd aan de Stichting Ipse voor de huisvesting van Ipse-cliënten.
 
Archief
In 1978 werd een kist met de bibliotheek van het Hofje van Pauw overgedragen aan de Gemeentelijke Archiefdienst Delft.  Hij stond tot dan altijd in de regentenkamer van het hofje. Onderin lag ook een archiefje. Bij het inventariseren daarvan bleek, dat het voor ongeveer de helft uit persoonlijke stukken van de regenten bestond. Aan archiefvorming was niet veel aandacht besteed. Alleen de oudste stukken uit het begin van de achttiende eeuw en de kasboeken zijn tot 1978 compleet aanwezig, de verkoopakten grotendeels.
De regenten, die zoals gezegd altijd familie van elkaar waren, hebben vermoedelijk nooit officiële vergaderingen belegd; in ieder geval zijn er geen notulen gevonden,  en uit niets blijkt, dat ze er ooit geweest zijn. Van 1858 tot 1944 ontbreekt elke brief. Van daarvoor en daarna is slechts een enkel epistel aanwezig.
De persoonlijke stukken van de regenten zijn nu per familie in dozen ingepakt. Het gaat om de namen ‘s Gravesande Guicherit, Van der Aar de Sterke, Van Hasselt of Hesselt van Dinter, Van Hoecke, Van Groenewegen, Eckhart, Van Bleiswijk en Jordens.
Het archief bevat wel de testamenten van Elisabeth Pauw en Johan van der Dussen; een boedelinventaris van Elisabeth; reglementen voor de hofbaas en de hofbewoners; een akte opgetekend bij notaris Willem Vlaardingenwoud, waarin de executeurs hebben laten vastleggen dat alleen hun familieleden als regent kunnen worden aangesteld; een enkele lijst met bewoners in een bepaalde periode; enkele huurcontracten.
 
Restauratie tuin
In 2007 bestond het hofje driehonderd jaar. Dat was een mooie aanleiding de tuin in oude stijl te renoveren. Dat gebeurde in 2008. Er groeien nu weer medicinale kruiden en de honderden jaren oude moerbeiboom bij de ingang komt weer goed tot zijn recht. Het lijkt er op alsof hij nu in de buurtuin naast het huis nr. 61 staat, maar waarschijnlijk is het toch dezelfde boom, die een groot oppervlak beslaat. Vanaf de poortdoorgang is dat niet te zien, omdat een stevige tuinmuur het zicht ontneemt. Maar de kroon komt wel over de muur heen, zoals de foto laat zien.
Op het middenpleintje staat een oude pomp, die totaal niet lijkt op het ontwerp dat in 1708 voor het hofje werd gemaakt door G. Bloteling. Het eerste ontwerp zou worden uitgevoerd met hardsteen, en als bekroning bovenop de pomp een fraai gesneden houten tuinvaas.
De renovatie werd uitgevoerd door hoveniersbedrijf Van der Heijden. Vestia won er de Le Comteprijs 2008 mee, uitgereikt door de historische vereniging Delfia Batavorum.
 
Els Kemper (ontleend aan een samenvatting uit het archievenoverzicht, Gemeentearchief Delft)
 

De herinneringen van An Bergman

 

“Kijk”,  zei ik wijzend op een foto van het Hofje van Pauw, “daar achter dat raam, heb ik als kind  de bof gekregen”.
“Nee An, dat kan niet”, antwoordde de man, aan wie ik het vertelde, “dat was het hofje voor de armen”.  “Ja, kan ik het helpen, daar op nr. 61 woonden mijn oma en opa of beter gezegd opoe en opa”, was mijn ietwat geïrriteerde reactie.

 

Smalle doorgang
Opa, Dirk Bergman, oma Catharina Hillegonda Eckhardt trouwden op 30 september 1896 op resp. 29 en 27 jarige leeftijd. Ze kregen vier zonen, waarvan er één slechts drie maanden oud werd en vier dochters.
In 1931, toen alle kinderen het nest hadden verlaten,  verhuisden zij naar het Hofje van Pauw. Hun huisje stond in de hoek aan de oostzijde.
Via een smalle doorgang aan de Verwersdijk bereikten we als kinderen ’de hof’, zoals ze dat bij mij thuis noemden.  Op mij maakten de slakkensporen op de stenen vloer van het gangetje achter de voordeur diepe indruk. De slakken zelf heb ik daar nooit kunnen ontdekken, hoewel ik er altijd bij ieder bezoek goed naar uitkeek. Eens zou ik ze op heterdaad betrappen,  zo meende ik.
Aan de rechterkant van het gangetje waren twee deuren De eerste was  van een kleine voorkamer, waar oma, zo vertelde een van mijn zusjes, op zondag de chocoladepudding liet afkoelen.

 

Trap met deurtjes
Achter een volgende deur bevond zich een trap die naar de zolder leidde. In de wand aan de zijkant van die trap zaten schuifdeurtjes, waarachter boeken stonden. Zus Toos vond het prachtig en zat graag op die trap te lezen. De voorkant van de zolder werd in beslag genomen door een kamertje, het kamertje waar ik als kind de bof kreeg toen ik er een paar dagen logeerde. Omdat ik toen bang was in het donker liet oma er een klein ‘peertje’ branden à raison van 1 cent. Hoe dat werkte weet ik niet.
Beneden recht tegenover de voordeur was de toegang naar de woonkamer met  een aangebouwd keukentje. In die kamer was eveneens de bedstee, waar opa en oma sliepen. Op het kleine binnenplaatsje bevond zich wat men toen noemde ‘de plee’,  In de deur was een hartvormige opening uitgespaard.  Weer of geen weer, je moest dus altijd naar buiten als je ‘moest’.

 

Moerbeiboom
De huiskamer was knus, maar vrij donker. Het raam keek uit op het plaatsje met uitzicht op een moerbeiboom. Op zondagmiddag speelden mijn zusjes en ik met een door opa gemaakt spel, een soort tolletje dat je over een bord met gaatjes liet draaien en waarmee je al doende punten kon winnen.
Op een bepaald moment werd hieraan door opa een einde gemaakt, dan moesten we muisstil zijn, want het was tijd voor Ome Keessie, een in die jaren zeer populair hoorspel, een programma dat opa nooit oversloeg.  Hij lag bijna met zijn oor tegen de radio aan, want de ontvangst was niet al te best en bovendien sprak ome Keessie met een krakerige hoge hese stem.

 

Peer ‘gestolen’
Van de grote tuin waaromheen de huisjes zijn gebouwd had elke bewoner zijn deel  met de verplichting die zo mooi mogelijk te onderhouden. Tegen de muur van nr. 61 groeide een zgn. lei-perenboom. Mijn zusje Willie zag een peer op de grond liggen en at hem met smaak op. Wat zij natuurlijk niet kon weten was, dat de ‘vader’ van het hofje de peren had geteld en op hoge toon verhaal kwam halen bij opa en oma. Zij werden aansprakelijk gesteld voor deze vermissing om niet te zeggen diefstal  en moesten de peer betalen. Dat mijn zusje behoorlijk op haar kop kreeg valt te raden.
Hoe dan ook voor de 19 kleinkinderen was het hofje toch een waar eldorado. We gooiden ballen tegen de blinde muur in de overdekte poort, die naar de Paardenmarkt leidt, wat zorgde voor een behoorlijke geluidsweerkaatsing  om van de galmende kinderstemmen niet te spreken. Als kind had je daar geen erg in tot wederom de ‘vader’  schreeuwend op ons af kwam.  Vooral op de woensdagmiddagen was het een drukke boel.
Ik vermoed dat elk kind een persoonlijke herinnering hieraan zal hebben  bewaard.

 

Gepoetste pomp
Mijn nichtje Els herinnert zich dat ze knabbelde aan de worteltjes uit de moestuin (die waren kennelijk niet geteld) en water pompte uit de glimmend gepoetste pomp, die nog steeds in het midden staat. Vaag herinner ik mij, dat die door de vrouwen in toerbeurt werd gepoetst.
Ook mocht Els  in het voorjaar met sterrekerszaad. haar naam zaaien Opa zaaide met bloemzaad het jaartal.
Zelf herinner ik mij de door opa op schaal nagebouwde replica van een passagiersschip. Een prachtig wit schip, dat hij,  ik meen met kerst, cadeau deed aan Jan  zijn oudste kleinzoon, De lamp in de kamer werd uitgedaan en tegelijkertijd straalde vanuit het schip de verlichting door patrijspoortjes. Ik weet dat ik er ademloos naar keek. Voor diezelfde kleinzoon maakte hij ook een prachtige vlieger, die ze samen op de Paardenmarkt oplieten. Ook hoe ik met oma mee mocht naar een kruidenier aan de Verwersdijk.. Haar boodschappen deed ze in een soort bruin en zwart geblokte patchwork tas.  Ook de boterhammen met witte basterdsuiker, die zij voor mij klaarmaakte.

 
Bij Annie en Duifje
Toen in mei 1940 hun huis aan de Koningin Emmalaan door een bombardement was vernield, hebben Els en haar ouders gedurende drie maanden bij oma en opa een veilige plek gevonden.
Nadat opa in 1942 op 75 jarige leeftijd overleed verliet oma het hofje. Gedurende 12 jaar woonde zij bij haar dochter Annie en vervolgens 16 jaar bij haar dochter Duifje. Oma is 91 jaar geworden.
 
An Bergman
 
nadere informatie over Paardenmarkt 61
laatste wijziging 24-01-2010