Voldersgracht 4
’t Hart (lees het Hert), nu Voldersvier  
   
  Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Destilleerapparaat met koelvat zoals
Pieter van der Heyden wellicht in de kelder had.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Anatomische les, Cornelis de Man, 1681. Links boven Antoni Molijn. Rechts van de anatoom oom Antoni van Leeuwenhoek. (Collectie Museum Prinsenhof)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Delftsche Courant 24 juni 1944. Dure borrel bij Sparenburg.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Echtpaar Van Eijk en zoon Piet voor café De Korenbeurs.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Felicitaties voor het bruidspaar. De Van Eijken zijn 25 jaar getrouwd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De tapvergunning.

Het pand draagt de naam ‘t Hart en een gevelsteen met daarop een hert en het jaartal 1887. In 1887 is de gevel grondig vernieuwd, het hele huis echter niet. Dat is, inclusief de huisnaam, veel ouder, vermoedelijk 16e eeuws.
 
Kroeg
Omstreeks 1550 tot circa 1580 stond hier al een herberg met de naam ’t Hart. De waard heette Anthonis Bom. Zelfs in het jaar 1572 toen de 80-jarige oorlog rond Delft op zijn hevigst woedde en de stad voor de Opstand tegen de Spanjaarden had gekozen, liep zijn nering goed. In 40 weken tijd zette hij toen 13 aam, 3 ankers en 3 stopen wijn om, zo blijkt uit de impost op wijnen. Dat betekende ongeveer 50 liter per week. De bieromzet is onbekend, maar die was ongetwijfeld groter, want wijn was in die tijd nog een luxedrank, zeker in oorlogstijd.
 
Apotheek
In 1600 was de kroeg waarschijnlijk al gesloten. Toen woonde hier een apotheker, Pieter van der Heyden. Van hem is bekend dat hij medicijnen heeft mogen leveren om gewonden van de beroemde Slag bij Nieuwpoort te helpen. In 1602 kreeg hij vergunning om een goot aan te leggen vanuit zijn kelder naar de gracht. In die kelder stond een distilleertoestel. De vergunning bepaalde echter dat hij door de goot alleen schoon water mocht lozen en geen zeepsop of andere stoffen die de gracht konden vervuilen. De bierbrouwers waren destijds zeer fel op het voorkomen van vervuiling van het grachtenwater.De zaken van deze apotheker liepen goed. In 1606 verhuisde hij naar het monumentale huis Schaeck aan de Hippolytusbuurt en verkocht het huis aan de Voldersgracht voor ƒ 3630 aan de chirurgijn Dirck Davidsz Playsier. Deze woonde er vier jaar en daarna kwam er weer een apotheker: Adriaan van der Meer. Hij schijnt van 1610 tot 1637 hier zijn bedrijf te hebben uitgeoefend. Daarna droeg hij de zaak over aan zijn zoon Jan, die hier maar heel kort heeft gezeten.
 
Wijnhandel
Jan van der Meer verkocht het huis aan ene Cornelis Cornelisz Hambrouck van wie we weinig weten, behalve dat hij al vrij snel wegens schulden gedwongen was het huis van de hand te doen. Daardoor kwam het in 1642 in handen van de wijnhandelaar Lodewijck Willemsz van Pollinckhoven. Van Pollinchoven heeft het oude huis ‘meerendeels vernieuwt’ aldus een kohier van nieuwe getimmerten, zodat het ‘nu in huur 224 gulden soude geven’. De ingreep was ‘volbout’ in 1644. Vanuit dit pand heeft hij ruim 25 jaar zijn wijnen verkocht. Van Pollinchoven was waarschijnlijk een Vlaamse immigrant of een zoon van Vlaamse immigranten uit het plaatsje Pollinchove in West-Vlaanderen. In 1639 trouwde hij in Delft met Aechjen Jans Labon. Hij woonde toen nog in de Kromstraatsteeg. In 1640 betaalde hij om zich als poorter te laten inschrijven. Die officiële inburgering had hij waarschijnlijk nodig om een eigen zaak te kunnen beginnen en ook om overheidsbenoemingen te kunnen krijgen. Die kreeg hij ook, want hij werd beëdigd wijnroeier (controleur van wijnvaten) van de stad en crebbemeester, een functionaris die toezicht hield op de vuilstortplaats op de Voldersgracht tegenover de Papenstraat. Zijn zoon Pieter zou later enkele huizen verderop aan de Voldersgracht (nu nr. 7) de wijnhandel voortzetten.
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De Vismarct, de Vleeshal en dan beginnen de huizen van de Voldersgracht
(Kaart Figuratief, 1675)
In 1832 eindigt het pand bij de Halsteeg. In 2004 loopt het buurhuis achter
Voldersvier langs.
 
Doctor chirurgijn
Van 1685 tot 1688 komen we hier opnieuw een chirurgijn tegen, dr. Antonij de Molijn. Zijn naam wordt wisselend gespeld. Het huis was toen genaamd ’t Hart en strekte achter tot aan de Zeepsteeg (nu Halsteeg). De Molijn was een neefje (en petekind) van de bekende Anthony van Leeuwenhoek en had dezelfde wetenschappelijke interesses. Hij ging in 1679 voor studie naar Parijs en kwam daar met een medische doctorstitel van terug. Voor een chirurgijn was dat heel bijzonder, want de meeste chirurgijns leerden dat vak alleen in gildenverband van een plaatselijke leermeester. Dit was waarschijnlijk het eerste huis in zijn carrière. Later woonde hij ook nog onder meer in de Choorstraat en aan de Verwersdijk.
 
Porseleinwinkel
Halverwege de 18e eeuw was hier aan de Voldersgracht een winkel van Maria Dasselaar, de weduwe van Magiel Stelterman.  Met haar drie dochters dreef zij een handel in ‘postelijn en meer’, zo staat in een belastingregister, maar vermoedelijk bedoelde de schrijver porselein. Zij huurde het pand van een nicht van haar overleden man. Zij had het pand in 1726 geërfd van haar vader Coenraad Stelterman, die het ooit in 1718 voor ƒ 2600 had gekocht. Zoals de meeste huizen was het dus in de 18e eeuw aanzienlijk minder waard dan in de 17e eeuw als gevolg van de veel ruimere woningmarkt.
 
Schipper
Van 1821 tot 1847 woonden hier schipper(sknecht) Leendert van der Zanden met zijn vrouw Sara Tieman. Vermoedelijk was hij schipper op een regulier beurtschip of een trekschuit; anders zou hij zich een dergelijk huis nooit hebben kunnen permitteren. Na zijn dood in 1847 kwam het in handen van de kroegbaas van de Bruynvisch ernaast en werd het verhuurd.
 
Nieuwe sigarenzaak
In 1887 werd het huis grondig verbouwd in opdracht van de buurman. Bij de verbouwing werd in ieder geval de gevel vrijwel geheel vernieuwd. In het nieuwe pand opende G. Langeveld een nieuwe sigarenzaak, zo blijkt uit een advertentie in de Delftsche Courant.In 1900 kwam het ‘winkelhuis met bovenwoning en kelder aan de straat’ in veiling en werd opgekocht door de onroerendgoedbelegger Simon van der Velde. Huurder van de winkel was toen David Meyer. Wat hij er verkocht is vooralsnog helaas niet bekend. Boven op 4a woonde Leen van Dop die in groenten handelde, waarschijnlijk met een marktkraam of handkar. Met Meyer, die inmiddels eigenaar is, gaat het in 1908 minder goed. Hij moet een forse hypotheek op zijn huizen nemen en verkoopt dit pand aan de Hagenaar Walter Meyer die in 1920 H. van Bemmel als chef in de winkel heeft.
 
Rechtsherstel
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Meyer als jood gedwongen zijn bezit te verkopen. Adriaan Sparenburg weet het in handen te krijgen en begint er opnieuw een café, dat hij De Korenbeurs noemt. De caféhouder krijgt tijdens de oorlog problemen met de gepeperde prijs van de ‘zwarte borrel’ die hij schenkt. (zie krantenbericht)  De joodse huiseigenaar weet de oorlog echter te overleven en krijgt na vijf jaar procederen in 1951 zijn bezit weer terug, dankzij een ‘vonnis in het kader van rechtsherstel’. Hij verkoopt het pand dan uit vrije wil aan pensionhoudster Leonarda Verhagen. Zij was getrouwd met Hendricus van Eijk. Dit echtpaar heeft het café jarenlang uitgebaat en vierde er ook zijn 25-jarig huwelijksfeest. Het blijft al die tijd een café, inmiddels een eetcafé, genaamd Voldersvier.
 
Kees van der Wiel
nadere informatie over Voldersgracht 4
laatste wijziging 06-05-2012
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Advertentie van het openen van het nieuwe sigarenmagazijn van G. Langeveld in 1887. Sparenburg maakt reclame voor de muziek. Advertentie links Delftsche Courant 1 juli 1944, advertentie rechts Delftsche Courant 9 juli 1943.