Voldersgracht 6
De (Vergulde) Pauw  
   
Het huis draagt een gevelsteen met de naam ‘De Vergulde Pauw’ en het jaartal 1572. Blindelings op zo’n jaartal afgaan kan riskant zijn. Niet altijd is duidelijk of het slaat op de ouderdom van de gevelsteen of op die van het huis. Dat blijkt ook bij het jaartal 1887 twee huizen verder. Bij ‘De Vergulde Pauw’ is het betrekkelijk recent aangebracht als verwijzing naar de vroegst bekende vermelding van de naam. Die dateert van 1572, al was de Pauw toen nog niet ‘verguld’. De geschiedenis van het huis is in de eerste eeuw van haar bestaan sterk verbonden met die van het huis ernaast op de hoek van de Papenstraat, waar het lange tijd deel van heeft uitgemaakt.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het pand met de nieuwe zolderkap van na 2001, met dwarskap.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De gevel van boven gezien, voor de restauratie
van 2001. De  top wordt vastgehouden door een
dunne ijzeren staaf.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Gevelsteen van De Vergulde Pauw met het jaartal 1572.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw vensterKlik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Links een tekening van het pand uit circa 1875
van C. Vosmaer en rechts een tekening van het
aangezicht van voor 1935, met oude winkelpuit
en dwarskap.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een ansicht met kleurtjes uit 1921 van de Voldersgracht.
De Nieuwe Kerk is verscholen achter de bomen.
(www.delft-prentbriefkaarten.nl)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Advertentie uit 1887 waarbij de slagerij te koop werd aangeboden.

 
Opmerkelijk dak
De oude gevel en de gevelsteen van Voldersgracht 6 trekken sterk de aandacht. Toch zijn sommige elementen minder oud dan men zou denken, met name de winkelpui beneden. Minder opvallend is de opmerkelijke hoge zolderkap met twee dwarskappen (evenwijdig aan de gevel).
In de huidige vorm zitten die er pas sinds een restauratie in 2001. Ze zijn een moderne reconstructie van het dak dat er ooit heeft gezeten. De oorspronkelijk de zolderkap had echter geen afgeschuind stuk, maar liep door tot aan een hoog oplopende trapgevel. In de loop van de negentiende eeuw is die gevel aan de bovenzijde afgerond met het huidige hardstenen boogje en is de nok daarachter schuin aflopend gemaakt. Later, vermoedelijk aan het einde van de negentiende eeuw, is het hele oude zolderdak gesloopt en vervangen door een veel lager, gedeeltelijk plat dak. Daardoor kwamen zowel de top van de voorgevel, als de enig overgebleven top van de dwarsgevel aan de westzijde een heel eind boven het dak uit, en moesten worden gestut door een kleine ijzeren staaf. Een eeuw later was dit wel een heel wankele constructie geworden. Vandaar het reconstructie van de oude kap.
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Detail Kaart Figuratief. Voorbij de Vleeshal staat een rijtje huizen. Het een na laatste is nr. 6. Situatie in 1832. In 2004 is er weinig veranderd.
 
Olifant verdringt Pauw
In 1572 bestond het huis reeds onder de naam ‘De Pauw’ en was toen eigendom van bakker Adriaen Adrieansz Snoeck. Hij had zijn huis op dat moment gefinancierd met een hypotheek bij iemand die op de vlucht ging toen de Spanjaarden de stad verlieten. Die vordering van deze collaborateur werd door het nieuwe bewind geconfisqueerd. Het huis kan toen betrekkelijk nieuw geweest zijn, al bestond het bij de heffing van de 10e penning in 1561 ook al. Toen als eigendom van Hendrick Anthonisz. In het register van die 10e penning van 1553 is het echter niet te vinden. Wellicht is het in die tussentijd gebouwd.
Tegen het einde van de 16e eeuw werd het opgekocht door de zeer welvarende buurman van het huis ernaast op de hoek van de Papenstraat. Hij voegde de panden samen. Misschien dat de bijzondere dakconstructie met dwarskap daar ook mee te maken heeft. Sindsdien bleef het huis lange tijd deel uitmaken van het huis ‘De Olyfant’ ernaast, om pas in 1670 weer apart te worden verkocht, maar wel weer onder de naam ‘De Pauw’.Kort daarop zou Pieter van Pollinckhove, die twee huizen verder in ‘Het Hart’ opgroeide, in 1682 er de wijnhandel van zijn vader voortzetten.
 
Vermaarde herberg
Als Willem van der Bijl van hieruit met Kerst 1705 begraven wordt in de Nieuwe Kerk, komen we voor de eerste keer de naam ´Vergulde Pauw´ tegen. Wat Willem met het pand deed, weten we niet precies, maar toen zijn nazaten het in 1738 verkochten, werd het in een advertentie in de Hollandsche Historische Courant aangeprezen als een ´vanouds vermaarde, zeer welgelegen, herberg genaamt ´De Pauw´. Het lijkt er echter op dat de herberg toen zijn voornaamste gloriedagen reeds achter zich had. In 1749 is het pand tijdelijk onbewoond en is er vermoedelijk een verbouwingaan de gang, waarbij met de buurman aan de oostzijde afspraken werden gemaakt over de gemeenschappelijke zijmuur. Een en ander zou blijken uit oude koopbrieven die in 1935 nog in handen waren van de toenmalige eigenaresse.
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Advertentie uit de Hollandsche Historische Courant van 23 oktober 1738 van herberg De Paauw.
 
Kruidenierswaren en legerlaarzen
In 1799 werd het huis, allerminst ´verguld´, verkocht onder de bescheiden naam ´Het Pauwtje`. Koper was Johan Melchior Kluppel - vermoedelijk een Duitse immigrant -, die magazijnmeester was van het militaire kledingmagazijn. Later in het begin van de 19e eeuw verhuurde hij het pand aan diverse personen die er volgens de oude koopbrieven een kruidenierswinkel dreven. Van 1845 tot 1870 woonde in het huis een schoenmaker, Johannes Graf, die ook werkte aan laarzen voor het leger.
 
Slagerij
Sinds 1871 bood Voldersgracht 6 ruim een eeuw lang onderdak aan een slagerswinkel. De eerste die het pand als zodanig in gebruik nam, was Eliazar Levi Reinveld. In die tijd werd het beroep van slager veel door joden uitgeoefend. Hij slachtte toen nog zelf, vlak achter de voordeur. Aanvankelijk huurde hij de winkel, later werd hij eigenaar. Toen hij het huis gekocht had, liet hij in 1881 een nieuwe moderne winkelpui aanbrengen. Het bovenhuis werd verhuurd, blijkt uit de verkoopadvertentie van 1888.

De volgende slager was Frans de Kok, van oorsprong een Rotterdammer. Hij kreeg kort na zijn aankoop vergunning om de slachtplaats te verplaatsen naar de achterzijde in de Halsteeg. Een jaar later mocht hij ook een rookkast maken op de binnenplaats, naast de plee, mits de schoorsteen tot boven het dak van het belendende café De Bruinvisch zou reiken.

 

Romantiek zoals bij Pieck
De slagerswinkel bleef nog heel lang in eigendom van de familie De Kok. In 1935 liet de toenmalige eigenaresse, weduwe De Kok, het pand ‘restaureren’, waarbij met name de nieuwe onderpui uit 1881 door architect G. Gebben ‘zo veel mogelijk in de oude vorm’ werd teruggebracht. Of voor die ‘oude vorm’ nog veel concrete aanwijzingen voor handen waren, is overigens de vraag. Wellicht is de romantiek à la Anton Pieck hier de voornaamste inspirator geweest. De zaak was toen overigens al niet meer bij de familie De Kok zelf in gebruik, maar werd sinds de ’20 van de vorige eeuw verhuurd, eerst aan slager J. Hermans, en vervolgens aan J.H. Struijk, en vanaf begin jaren ’50 aan G. Slingerland. De laatste zou uiteindelijk in 1979 na vele jaren huur, het pand in eigendom overnemen.

 
Gastarbeiderspension
De bovenwoning werd al die jaren steeds apart verhuurd. Eind jaren ’60 van de vorige eeuw dreef hier een weduwe een gastarbeiderspension waar zeven Turken onderdak vonden.Inmiddels is het pand een speciaalzaak in thee en koffie.
 

Kees van der Wiel

 
nadere informatie over Voldersgracht 6