Wijnhaven 19 www.achterdegevelsvandelft.nl
Voorheen ’t Haechje en de Vijzel NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.
Tot voor kort was Wijnhaven 19 samen met nummer 18 een schoenenzaak. Tegenwoordig is het een geheel geworden met de kledingzaak Steendam op nummer 20 en 21. In zijn geschiedenis is het huis vaak eigendom geweest van de buren, zowel ter linker als ter rechterzijde. Deze hadden daardoor vrij spel om delen van het huis aan het andere pand toe te voegen. Zo heeft Wijnhaven 18 sinds de 19e eeuw kasten die ingebouwd zijn in de zijmuur met dit huis en zijn er later weer dichtgemetselde doorgangen tussen beide huizen aangetroffen.
Bij de recente verbouwing in 2018 kwamen op de begane grond aan de voorzijde resten behang tevoorschijn uit de 18e en begin 19e eeuw. Ook de gevel is deels 18e-eeuws, maar het pand zelf is in de kern veel ouder. Het dateert, zoals de meeste huizen aan de gracht, uit de periode van de wederopbouw na de grote stadsbrand van 1536. Dat kwam al bij eerdere verbouwingen aan het licht.

Vondsten achter het plafond
Het pand bestaat uit een voor- en een achterhuis gescheiden door een inmiddels dichtgebouwde binnenplaats. Dat achterhuis is aanzienlijk kleiner dan het ooit was sinds het achterste deel daarvan in de 18e eeuw door Wijnhaven 20 is ingelijfd. In dat geamputeerde achterhuis zijn (achter verlaagde plafonds) enkele opvallende 16e-eeuwse elementen aangetroffen, met name enkele zogenoemde ‘dubbele balkconsoles’, van gedeeltelijk natuursteen en deels geprofileerd eikenhout, waarop de zware moerbalken rusten. Zowel de stenen als de houten delen zijn voorzien van een laatgotisch ‘peerkraalprofiel’ van omstreeks 1540. Bij latere verbouwingen zijn ze gedeeltelijk verminkt. Ook zijn ze niet geheel identiek, mogelijk als gevolg van de schaarste aan bouwmaterialen bij de wederopbouw na de brand. Ook in het voorhuis blijken achter plafonds nog 25 cm dikke eiken (moer-)binten met dwars daarop dunnere kinderbinten verstopt, die kenmerkend zijn voor de 16e eeuwse bouwconstructie.
Mogelijk bleef zelfs wel een deel van het huis bij de brand gespaard, want twee jaar na de brand sloot de buurman Daem in ’t Schaeck van het huidige Wijnhaven 20 een contract met de toenmalige eigenaar Jan Jansz om bij de herbouw van zijn huis op diens muren te mogen verder bouwen.

De kasten van Wijnhaven 18 die zijn ingebouwd in de scheidingsmuur met Wijnhaven 19,
ingetekend in een kadaster-opmeting in 1918.

Het perceel op de kadaster-opmeting van circa 1825, gelijk aan de situatie in 2019.
Het achtererf was al voor 1825 geconfisqueerd door het buurpand Wijnhaven 20.
Haechje
In de tweede helft van de 16e eeuw werd het huis bewoond door de korenhandelaar Leenaert Yemansz van (der) Beest, die zijn handelswaar op de zolders zal hebben opgeslagen. Voor zover bekend had het pand toen nog geen huisnaam. Dat was wel het geval toen zijn zoon Arent Leendertsz van (der) Beest het omstreeks 1600 bewoonde. Het heette toen ’t Haechje. Wellicht omdat Arents zuster Lijsbeth de weduwe was van de Haagse burgemeester Arien Huygensz en bij hem in huis woonde. Zij was in 1606 actief lidmate van de nieuwe Gereformeerde kerk. Ook huurde Arent van de stad een houten huisje aan de Visbrug tegenover zijn huis.

Vijzel
Sinds 1635 woonde hier apotheker Johan Bogaerd, één van de vele apothekers op de gracht. In 1646 kreeg hij toestemming om vanaf zijn binnenplaats een uitgang te maken naar de Boterbrug via het zogenoemde ‘inslagershuisje’, een soort clubhuis voor knechts uit de bierbrouwerijen dat eigendom van de stad was. Hij moest daarvoor wel een muur metselen en jaarlijks drie gulden recognitie betalen. Een paar jaar later mocht hij ook nog een riool aanleggen om water van zijn kelder op de ondergrondse gracht van de Boterbrug te lozen. Waarschijnlijk gaf hij als apotheker het huis op Wijnhaven de naam ‘de Vijzel’. Als zodanig werd het althans door de erven van zijn vrouw in 1677 verhuurd aan ene Aldert Hodenpijl, al was het toen geen apotheek meer.

Behangsels en schoorsteenschilderijen
Een halve eeuw lang wordt het huis vervolgens verhuurd aan allerhande mensen, onder wie in 1715 dominee Henri Rau, tot in 1720 de buurman, apotheker George (Joris) Mesch het koopt (Zie Wijnhaven 20). De hele verdere eeuw blijft het huis eigendom van deze familie. Ook zij verhuren het aanvankelijk aan deftige dames, zoals douairière Juliana Beatrix Ram van Schalkwijk, weduwe van de hoge militair François Antonie de Passau. Kort daarop koopt Mesch in 1724 ook het bovengenoemde inslagershuisje op de Boterbrug en brengt daar een gevelsteen met een vijzel aan.

Goudleer behang op een schilderij van Pieter de Hooch. Collectie Metropolitan Museum.

Uiteindelijk gaat George Mesch zelf in dit buurpand wonen als hij vooruitlopend op de latere vererving zijn apotheek op nummer 20 feitelijk aan zijn kleinzoon heeft overgedragen. In het testament waarin hij het huis beschrijft dat hij na zijn dood ook dit huis Wijnhaven 19 aan deze kleinzoon wil nalaten, beschrijft hij het als een huis met ‘behangsels, schoorsteenschilderijen en schoorsteenspiegels’.
In de boedelbeschrijving na zijn overlijden in 1757 gaat het over een ‘goudleerkamer’ en verder ook over een kelder en een turfhok dat een uitgang heeft op de Boterbrug. Mesch woonde voor zijn dood zelf in het achterhuis. Het voorhuis verhuurde hij aan ene Hendrick Prickel voor 165 gulden per jaar.

Velouté-behang
De behang-resten die in het voorjaar van 2018 zijn aangetroffen bij de verbouwing aan de voorzijde, betreffen velouté-behang, een imitatie-fluwelen behang gemaakt van papier, waarop groen en grijs geverfde wol is gelijmd (afb. 2). Het is de vraag of dat hetzelfde behang is als de hierboven beschreven behangsels uit het testament. Het velouté-behang was overgeplakt met kranten uit de Franse tijd als ondergrond voor een ander papieren behang met een motief van gedrapeerde gele stoffen bijeengehouden door een groen koord (afb.1). Dat zal dus kort na 1800 op de muur zijn aangebracht.

Afb. 1. Fragment van het gevonden oude behang bij de verbouwing in 2018.

Afb. 2. De resten velouté-behang, in 2018 gevonden onder het behang van de afbeelding links.

Oude kelder
In hoeverre de familie na de dood van George Mesch het huis zelf nog heeft bewoond, is onduidelijk. Vermoedelijk is zij het opnieuw gaan verhuren. Het achtererf en de uitgang naar de Boterbrug zijn echter in die tijd bij het bedrijfspand ernaast getrokken, evenals het achterste deel van van het achterhuis en de kelder met tongewelf daaronder, met nog steeds een oude eiken toegangsdeur. Hij is gemetseld met een forse maat bakstenen en dateert dus mogelijk nog van voor de brand. De kelder is door een scheidingswand in tweeën gedeeld, net als het achterhuis. Dak en bovenverdieping van dat achterhuis zijn later afgebroken en vervangen door een plat dak. 

Wijnhaven in 2015


Een dikke eiken moerbint op een dubbele console van eikenhout en natuursteen in het achterhuis tussen het plafond en vloer van de eerste verdieping.
 

Het geamputeerde achterhuis van Wijnhaven 19, waarvan de begane grond aan de achterzijde, met daarboven een dakterras, inmiddels deel uitmaakt van Wijnhaven 20.
 
Het 16e-eeuwse balkenplafond van moer- en kinderbalken in het voorhuis dat bij de verbouwing in 2018 in het zicht kwam. (Hier steunen de balken niet (meer) op consoles.)
 
Een apothekerswinkel op een prent van Jan Luycken uit 1683. Collectie Rijksmuseum.
 
De gevelsteen met een vijzel in het huis Boterbrug 2, dat in de 18e eeuw onderdeel was van het huis ‘De Vijzel’, nu Wijnhaven 19.


De bovenkant van de oorspronkelijke 16e-eeuwse ingang van het achterhuis.
Schoolhouderesse en militairen
Omstreeks 1810 werd het huis gehuurd door Neeltje Hazelhorst, een winkelierster in galanterieën en in 1822 door schoolhouderesse Hendrina de Rieux, een telg uit een adellijk Frans Hugenoten-geslacht. Na de dood van buurman apotheker Hendrik Carel van der Boon Mesch in 1832 werd het huis door de erven te koop gezet, maar niet verkocht. Uiteindelijk kwam het in handen van een kleindochter in Maastricht, die het bleef verhuren. Favoriete huurders in de 19e eeuw zijn militaire officieren, waarvan er destijds velen in Delft waren, afgewisseld met een chirurgijn of een leraar aan de nieuwe HBS.
In 1852 nam de buurman van Wijnhaven 18, Georgius Gussenhoven, het huis van de erven over en zette de verhuur voort (Zie Wijnhaven 18).

Overlijdensadvertentie van schoolhoudster Du Rieux in de Opregte Haarlemsche Courant van 11 oktober 1825.


Overlijdensadvertentie van bewoner Albert Meursinge in de Opregte Haarlemsche Courant van 15 maart 1850.
Comestibleszaak
Een nieuwe wending neemt de geschiedenis van het huis als comestibles-winkelier Simon Wolterbeek in 1884 besluit zijn winkel te verhuizen van het kleinere pand Wijnhaven 21 naar Wijnhaven 19. Hij verkoopt onder andere smakelijke worsten, wildpasteien en Hongaarse Tokay-wijnen en laat daarvoor een nieuwe winkelpui aanbrengen.
Uiteindelijk zou in 1906 zijn dochter Maria Wolterbeek het huis van de familie Gussenhoven kopen. Zij was haar ouders opgevolgd in de zaak en toen al enige jaren weduwe. Haar man was in 1900 jong gestorven, maar heeft nooit in de zaak gestaan. Hij had een eigen baan als beambte bij de Gistfabriek. Toen hij overleed werd in het belang van de kinderen de hele zaak geïnventariseerd. Dat geeft een aardig inkijkje in de winkelierseconomie uit die tijd. De huur van de winkel bedroeg fl 41 per maand.
Daarnaast had Maria de verplichting op zich genomen om haar oude moeder in Nijmegen een pensioentje te geven van fl 25 per maand. De winkelvoorraden bleken 520 gulden waard, met als grootste posten fl 103 aan vleeswaren, fl 69,55 aan sardines, fl 40 aan jam en fl 22,50 aan Cognac. Leveranciers hadden nog fl 680 tegoed. In kas bevond zich fl 118 aan contanten, maar de nog openstaande rekeningen bij de gegoede klandizie waren tien maal zo hoog: fl 1.110,57!! De klant was destijds nog echt koning.

Verbouwingen
Na de koop begon de nieuwe eigenaresse direct met een verbouwing. Ze liet onder andere een serre aanleggen op de binnenplaats achter het voorhuis. Een grotere verbouwing volgde in 1914. Er verdween een groot trappenhuis dat in het voorhuis de winkel van het woonvertrek erachter scheidde en ook boven veel ruimte innam. Daarvoor in de plaats kwam een rechte trap in de gang met een slinger daaromheen om naar het achterhuis te gaan. De 19e-eeuwse winkelpui met twee deuren aan weerszijden van de etalage bleef echter gehandhaafd.
Ook de zolderverdieping werd onderhanden genomen. De zolderkap werd afgebroken en vervangen door een opbouw met aan alle kanten steile wanden en verder een groot plat dak. Daarmee ontstond een extra bewoonbare verdieping om kamers te verhuren.
Sinds 1922 ging de weduwe verder van de huurpenningen leven en verhuurde haar comestibleszaak aan Louis ten Broek.


Tekeningen van de verbouwing in 1914, waarbij het trappenhuis werd verlegd en de zolderverdieping voor bewoning geschikt gemaakt.

Schoenwinkel
In 1933 koopt opnieuw de buurman van Wijnhaven18 het pand: schoenhandelaar Jacob Molenaar. Als de comestibleswinkel definitief gesloten is, volgt in 1937 opnieuw een verbouwing, waarbij de schoenenzaak over twee panden wordt samengevoegd achter modern gestileerde etalages met lichtreclame. De ingang van de bovenwoning van nummer 19 verschuift naar achteren in het portiek van een soort kleine winkelpassage. De schoenenzaak houdt het 80 jaar vol, zij het later onder de merknaam Van Dalen.


De comestibleszaak in 1933.

De schoenenwinkel van Van Dalen in 1964. Foto G.J. Dukker, Rijks Cultureel Erfgoed.

Bouwhistorische ontdekkingen

De ruime bovenwoning wordt in 1998 verbouwd tot drie afzonderlijke appartementen. Bouwhistorisch onderzoek bracht toen de eerder genoemde consoles aan het licht. Ook kwam tussen de plafonds nog een deel van een 16e-eeuwse ingangsnis te voorschijn die ooit de entree naar het achterhuis heeft gevormd. Verder zit in het nu bescheiden achterhuis ook een vrij grote oude spiltrap (wenteltrap) die op de begane grond buiten gebruik was gesteld. Waarschijnlijk heeft die ooit op een andere plaats in het achterhuis gezeten, toen dat nog een geheel was en toen ongetwijfeld het chiqueste deel van het huis.

Weer stuivertje wisselen
Kort geleden werd het winkelpand overgenomen door een andere buur: de kledingzaak Steendam, die ook in 20 en 21 zit. Daarmee zijn de drie panden opnieuw in één hand, net als eerder in de 18e eeuw. Uiteraard gaf de nieuwe eigenaar het winkelgedeelte gelijk weer een nieuw gezicht.







Advertenties van de comestibleszaak Wolterbeek in de Delftsche Courant van 13 juni 1884, 6 juli 1898 en 3 december 1915, en de overlijdensadvertentie van de echtgenoot van de uitbaatster, Jacob Christoffels.


Advertentie voor kostgangers in de nieuw gecreëerde bovenverdieping. Delftsche Courant 27 september 1928.


Het bovenaanzicht van het pand vanuit de toren van het stadhuis. Foto Wim Weve.

De winkelpui na de verbouwing van 1987.


De etalage van de schoenenzaak met de opgehangen uitstalkast aan de steunpaal tussen de twee panden Wijnhaven 18 en 19 in 1975
Kees van der Wiel  
>> Zie hier voor meer informatie over bronnen, eigenaren en bewoners van Wijnhaven 19
Geplaatst: 22 oktober 2019  
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft