Koornmarkt 36 www.achterdegevelsvandelft.nl

Originele trapgevel bij De Witte Pluijm
NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.
Dit huis, vanouds De Witte Pluijm, heeft een originele trapgevel uit het begin van de zeventiende eeuw die is versierd met natuurstenen banden en waterlijst, en twee monsterkopjes in een ovale ring boven de vensters op de eerste verdieping. Een waterlijst is een uit stekende stenen rand van om water van de gevel weg te houden. Boven het zolderraam zit een klein rond venstertje in de hardstenen versiering. De onderste trap van de trapgevel is afgewerkt met twee gekantelde pinakeltjes.
Al die gevelelementen zijn renaissancemotieven die gekopieerd lijken uit architectonische voorbeeldboeken als die van 16e eeuwse ontwerper HansVredeman de Vries.
In de gevel zit een gevelsteen met een pluim en aan weerszijden daarvan mogelijk het jaartal 1600 of 1609. Dat jaartal is echter vrijwel niet meer te lezen omdat de steen in de bovenhoeken is verminkt toen de naastliggende vensters, vermoedelijk in het begin van de negentiende eeuw, zijn vergroot. De oorspronkelijke kruisvensters zijn toen vervangen door grotere schuiframen. Ook de onderpui is in de negentiende eeuw vernieuwd, zoals aan de andere steen goed te zien is.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De Witte Pluijm

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Geveltekening begin 20e eeuw, tekenaar onbekend

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Gevelsteen, verminkt door het aanbrengen van grotere raamkozijnen in de 19e eeuw (foto gemeente Delft)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Koornmarkt in 1649, getekend door Joan Blaeu

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Kaart Figuratief ca 1675. Bij de pijl De Witte Pluijm

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Dr. 's Gravesande in actie als stadsanatoom op de Anatomische Les van C. de Man, 1681. (Collectie Prinsenhof)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De Witte Pluijm met Delftse jeugd ca.1905 (TH-album)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
1964. Alweer groepjes kinderen bij Koornmarkt 36. (Foto Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

Ruzie om erfenis VOC-schipper
In hoeverre het huis in of kort na 1600 geheel nieuw gebouwd is, dan wel een vernieuwing is van een ouder huis, is niet geheel duidelijk. Meest voor de hand liggende bouwheer van het nieuwe huis is de pontgaarder (graanhandelaar) Jan Huychensz van Bodegom. Hij woonde hier in elk geval in 1614 met zijn vrouw Adriaentje Jans Rotteveel toen zij hun testament lieten opmaken en hij werd in 1630 vanaf de Koornmarkt in de Nieuwe Kerk begraven. Daarna werd het huis betrokken door Catharina Robberechtsdr van Schilperoort, wiens man Jacob Boeyen kennelijk als schipper op Oost-Indië voer. Toen hij uiteindelijk niet terugkwam, kreeg de weduwe in 1645 stevige conflicten met de voogden van zijn kinderen uit een eerder huwelijk in Zierikzee over de verdeling van de erfenis.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Rond 1832 was Koornmarkt 36 een zelfstandig huis. Nu is het onderdeel van twee aaneengesloten panden.
Bejaarde ongehuwde brouwersdochter
Halverwege de zeventiende eeuw woonde hier de bejaarde ongetrouwde brouwersdochter Aletta van der Dussen. Ze zat goed bij kas en hield er twee klerken op na. Zij was de enige uit deze familietak die nog in Delft woonde. Haar broer Abraham was inmiddels succesvol regent in Utrecht en haar broer Jacob was burgemeester van Workum geweest. Een andere broer, Cornelis, was ooit dijkgraaf van de Krimpenerwaard, maar woonde inmiddels in Den Haag. Hij was kennelijk het zwarte schaap van de familie en had een gat in zijn hand. In haar testament reserveerde Aletta een apart kapitaal van ƒ 9.500 om hem te onderhouden. Dat geld mocht hij echter zelf niet in handen krijgen. Vertrouwenspersonen moesten hem daaruit halfjaarlijks een toelage uitkeren om in zijn levensonderhoud te voorzien en hem er uiteindelijk een nette begrafenis van bezorgen. Hij overleed zeer kort na zijn zorgzame zuster. De genoemde erfenis verviel voor de helft aan nichtjes die waren getrouwd met de burgemeesters van Workum en Geertruidenberg.
Haar huis belandde op een of andere manier bij dokter Cornelis ’s Gravesande (1631-1691), destijds de gerenommeerde stadsarts en snijmeester die op het schilderij van de Anatomische les van Cornelis de Man uit 1681 geportretteerd staat als grote leermeester van de Delftse artsen en chirurgijns. Voor zover bekend heeft hij dit huis echter nooit bewoond, want hij trouwde en overleed op de Hippolytusbuurt. Een van zijn huurders was de verder onbekende voormalige Amsterdammer Pieter Jansz van Aken, die in 1684 in het huis overleed.
Chirurgijn, boekenschrijver
Van 1717-1725 was dit huis eigendom van de pasgetrouwde chirurgijn Johannes Hoogvliet de Jongere (-1746) en zijn vrouw Adriana de Appel (-1741). Hoogvliet onderhield ook contacten met de inmiddels bejaarde Anthonie van Leeuwenhoek. Hij was niet alleen een practicus maar ook een theoreticus op zijn vakgebied. In 1729 verscheen van hem een boek over gerechtelijke geneeskunde, getiteld: "Kunst om wonden te beschouwen en over derzelver doodlijkheid te oordelen, kortelijks verhandelt volgens de waare huishouding onzes ligchaams" en in 1736 vertaalde hij een boek van de beroemde Franse chirurg Jean Louis Petit: "Traité des maladies des os etc". Het verscheen onder de titel: "Verhandeling van de ziekten der beenderen, waarin men vertoont de verbanden en konsttuigen tot derzelver genezing behoorende".
Vanaf 1717 was hij de vaste chirurgijn van het weeshuis, in de jaren 1730-1746 was hij tevens stads- en gasthuischirurgijn. Vermoedelijk woonde hij toen niet meer in dit huis. Merkwaardig genoeg staat Hoogvliet niet afgebeeld op het groepsportret van plaatselijke artsen en chirurgijns dat zijn straatgenoot Thomas van der Wilt (Koornmarkt 50) in 1727 schilderde. Kennelijk wilde hij daaraan niet meewerken c.q. meebetalen.
Leraar
Halverwege de achttiende eeuw waren Bernardus Doitsma, leraar aan de Latijnse School en zijn vrouw Anna Box en een meid de bewoners. Het huis was in 1742 gekocht door Anna’s vader, Jan Box, en in 1754 aan zijn dochter en schoonzoon geschonken. Zij woonden er toen al geruime tijd.
Aannemer-opknapper
De ingrepen aan de gevel van het huis zullen wel het werk zijn van aannemer Alexander de Vroom, die aan de overzijde van de gracht op Koornmarkt 75 woonde en het huis tussen 1826 en 1840 als beleggingsobject had verworven. Hij verhuurde het destijds onder meer aan ene Jan Buijs, commies op het postkantoor. Uit die tijd dateert ook nog een plattegrond van het tuintje van de Witte Pluijm. Uit de situatieschets blijkt dat er in de tuin een regenwaterbak was, waaruit water via een leiding binnenshuis werd gebracht. Daar werd het uit de bak opgepompt. Tevens is op dat kaartje de poort te zien, waardoor het huis achter het huidige nummer 34 een verbinding had met de Molssteeg.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
1858 Het echtpaar Wilschut verliest een dochter (Nwe R’damsche Courant 7 nov.) 1861 Slijm- en maagpillen te koop bij Wilschut (Dagbl. Zuidholland en ’s Gravenhage) 1863 Wilschut trouwt opnieuw (Opregte Haarlemsche Courant 8 april)

Dubieuze apotheek
Vanaf 1840 woonde hier bijna een halve eeuw lang apotheker en drogist Willem Wilschut. Hij was een actief lid van de schutterij, maar zijn apothekerszaak had geen geweldige naam. De visitatiecommissie die de apothekerswinkels inspecteerde beoordeelde zijn zaak herhaaldelijk als ‘slecht’ tot ‘onder middelmatig’.
In de eerste helft van de twintigste eeuw zat er de elektriciteitszaak van D. Keern. Hij adverteerde geregeld met nieuwe vindingen zoals de wasmachine, de stofzuiger en de radio die hij kon leveren, en die in zijn etalage waren te bewonderen. Voor zover bekend was hier nooit een echte winkelpui. Een grote etalage was er dus niet. Waarschijnlijk moest je door de ramen naar binnen gluren. Of waren er kleine uitstellingen achter het glas.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Advertentie voor Elektrische wasmachines van D. Keern in de socialistische krant Voortwaarts, 24 april 1929 Stofzuigers in de Delftsche Courant van 6 februari 1940 1942. Reclame voor een ‘radio gramofoon’ van een Duits merk.
Geannexeerd
Omstreeks 1960 werd het pand aangekocht door de belendende drukkerij Van der Drift, uitgever van onder meer De Delftse Post, van nummer 34. Die drukkerij voegde een heel blok panden, ook in de Molsteeg, samen tot één groot bedrijfspand. In hoeverre het huis achter de gevel daarbij in zijn oude staat behouden bleef, is onduidelijk. Vijf jaar later vertrok de drukkerij alweer van de Koornmarkt en zijn de panden verbouwd tot woonappartementen. In 1966 kwamen die in exploitatie bij de Delftse woningbouwvereniging ‘Volkshuisvesting’.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Titelpagina van Johannes Hoogvliets 'Konst om wonden te schouwen' uit 1729 Schets van de plaats van de regenbak en waterafvoeren achter het huis in het begin van de 19e eeuw.
Kees van der Wiel
nadere informatie over Koornmarkt 36
Laatste wijziging 23-11-2013
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft