| Burgwal 19 | www.achterdegevelsvandelft.nl | |||
![]() |
||||
| Voorheen plateelbakkerij De Twee Wildemannen |
NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting. |
|||
| Burgwal 15, 17 en 19 vormen sinds
2009 samen de kledingwinkel Art & Casey op de begane grond, met
daarboven drie verschillende gevels. De eigenaren wonen op Burgwal
15 boven de winkel. De andere bovenverdiepingen zijn verhuurd aan
studenten. Dit verhaal gaat echter vooral over nummer 19 met zijn
sobere 19e-eeuwse lijstgevel. Op de plek van dat huis bevond zich in
vroeger eeuwen een poort die doorliep tot de Molslaan: de
Wildemanspoort. Ze had verbinding met een netwerk van stegen en
poorten in het woonblok tussen de twee toenmalige grachten
Broerhuijslaen en Molslaan. In 1661 vestigt zich op deze plek een plateelbakkerij die genoemd wordt naar de poort. Als het bedrijf zich eind 17e eeuw uitbreidt verdwijnt de poort aan de Burgwal. Het bedrijf heet vanaf dat moment De Twee Wildemannen. In 1794 gaat de plateelbakkerij ter ziele. Een restant van de poort is dan nog alleen aan de Molslaan terug te vinden. Begin twintigste eeuw woont tabakshandelaar Swarttouw op Burgwal 19. Op het terrein daarachter tussen de Burgwal en de Molslaan heeft hij met zijn broers een sigarettenfabriek. Eind jaren vijftig van de vorige eeuw koopt de gemeente de panden in verband met plannen om in de Burgwal een doorsteek te maken naar het geplande winkelcentrum In de Veste. Dat gaat tenslotte niet door. Het huis met zijn 19e eeuwse neoclassicistische gevel blijft daardoor op het nippertje behouden. Het ‘ware’ geloof Halverwege de zestiende eeuw zijn hier twee panden eigendom van Jan Francois van Bodegem. Hij is rentmeester-generaal van Zuid-Holland in dienst van de Koning van Spanje en bewaarder van de kloosterorde van de Minderbroeders (op het Broerhuis, huidige Beestenmarkt), een hele grote meneer in die dagen en overtuigd Rooms Katholiek. Hij bezit heel wat huizen in Delft en Den Haag en woont zelf op de Markt. In 1557 krijgt hij van Koning Filips II vanwege bewezen diensten vrijstelling van belasting op bier en wijn. Het Minderbroederklooster dat Jan Francois onder zijn hoede heeft, blijkt tijdens de Beeldenstorm in 1566 bij de opstandige bevolking het meest gehate katholieke instituut in de stad. Het wordt door een opgewonden menigte kort en klein geslagen en geplunderd. De opstandelingen worden vervolgd, maar als de stad Delft enkele jaren later in 1572 voor de Opstand tegen de Spanjaarden kiest, ontvlucht Jan Francois als vertrouweling van Filips II de stad en worden zijn bezittingen verbeurd verklaard. Een van zijn huizen aan de Broerhuijslaen wordt gegund aan Dirck Woutersz, voormalig pastoor te Wassenaar. Het huis ernaast wordt verkocht aan ene Jochem Robbrechtz. Oude stadsgracht De Burgwal is in die dagen nog een gracht, die tot 1355 deel uitmaakte van de stadsgracht. Vandaar dat destijds alleen de noordzijde van de gracht die naam droeg. De zuidzijde heet tot de demping van de gracht in 1860 doorgaans de Broerhuislaan, omdat zij in het verleden de stad verbond met het in 1572 gesloopte Broerhuis (minderbroederklooster) op de huidige Beestenmarkt. Daarnaast werd het soms ook wel Turf- of Pontemarkt genoemd, naar de handel die daar plaats vond. Pas in 1887 besluit de gemeenteraad de Broerhuislaan de zuidzijde van de gedempte gracht in het vervolg formeel ook Burgwal te noemen. ‘De ware vrijheid’ Uit registers van huizenbelasting uit de periode 1600-1620 valt op te maken dat in die tijd ter hoogte van het huidige Burgwal 17 en 19 een poort is waarin een stuk of acht huisjes staan tot aan de Molslaan. Een paar wat grotere en verder eenkamerwoningen. Ze zijn in het bezit van koopman Arent Heyndricxz van den Burch, telg van een bekende brouwersfamilie. Hij woont aan Binnenwatersloot en is een koopman die al voor de oprichting van de VOC investeert in één van de eerste schepen, die uit Delft naar Oost-Indië worden uitgestuurd. In zijn grotere huizen aan de Broerhuijslaen wonen onder andere zijn moeder en in het huis erachter zijn tante. Aan de andere kant van de poort zijn enkele kleine huisjes eigendom van kleermaker Deyloff Pieterszoon. Van 1627 tot 1659 woont Arthur Woodward (soms verbasterd tot Woedewart) in twee achter elkaar liggende huizen bij de poort. Arthur is een Engelse koopman, die handelt in laken en tabak. Hij is tevens diaken van de Engelse Kerk op het Agathaplein. In oktober 1629 gaat hij met Burger Wesselsz van Westerholt een weddenschap aan voor 200 gulden (een fortuin in die jaren) op de einddatum van de Tachtigjarige Oorlog. Arthur’s opponent is ervan overtuigd dat de oorlog binnen een jaar over zou zijn. Arthur denkt dat het langer gaat duren. Hij wint: de vrede is bijna twintig jaar later in 1648 pas een feit! Arthur’s dochter Aegchen trouwt met de schilder Anthonij Palamedes en gaat met hem enkele huizen verder op de Broerhuislaan wonen (nu Burgwal 29). Twee andere dochters trouwen beiden met een boekdrukker. Francijna met Pouwels Calebart (alias Paulus Callenbach) en Soetgen met Michiel Stael. Drukkerij ‘In de Lieffelicke onthalingh’ Genoemde Michiel Stael is fervent aanhanger van het Oranjehuis tijdens het Stadhouderloze tijdperk (1650-1672). Hij drukt politieke vlugschriften en prenten met kritiek op de Staatsgezinde regenten, die na dood van Fredrik Hendrik aan de macht zijn. Dat drukwerk schiet de Delftse regenten in het verkeerde keelgat. Zij verbannen Stael in 1652 uit de stad. De drukker verhuist daarop met zijn gezin naar Rotterdam, waar zijn zwager Paulus Callenbach al langer actief is en gaat gewoon door met zijn gevoelig drukwerk. De Koninklijke Bibliotheek bezit nog een boek dat Stael in 1649 in Delft heeft gedrukt “wonende aan de Turfmarct”. Dat lijkt niet erg aanstootgevend. Het is geschreven door een professor in de theologie aan de Universiteit van Glasgow, Robert Bailie, en vertaald uit het Engels. De drukkerij in Delft wordt voortgezet door Pieter Christiaense van Oosterhout, die zich in 1657 bij het Lucasgilde als drukker laat registreren. Een titelpagina van een boek dat hij dat jaar uitgeeft vermeldt hem als “boekdrucker ‘In de Lieffelicke onthalingh’, aen de Turf-mart, in de Wildemanspoort”. Later verplaatst hij zijn bedrijf naar de huidige Kromstraat, destijds Kromstraatsteeg, waar hij in 1681 overlijdt. Schoolmeester Philip Luyda/Luda Ongeveer tegelijkertijd treffen we naast Woodwards in 1645 op de andere hoek van de Wildemanspoort met de Broerhuijslaan schoolmeester Philip Luda (Luijda) aan. Hij vestigt zich in 1640 uit Nieuwkoop in Delft. Aanvankelijk woont hij op het Achterom (zie Achterom 14). Hij is de zoon van een Vlaamse immigrant uit Brugge. Hij overlijdt omstreeks 1658, maar zijn vrouw Josijntje wordt een stuk ouder. Zij drijft hier een linnenwinkel en wordt in 1674 als een van de weinigen in de straat aangeslagen in het familiegeld voor een bescheiden vermogen van 10.000 gulden. Kort voor haar dood verkoopt zij haar huis aan de hieronder genoemde plateelbakker, die het bij zijn bedrijf voegt. Philip jr. is door zijn ouders in de leer gedaan bij een gerenommeerd zilversmid, Pyeter Groen, die ook op de Broerhuislaan woont (huidig Burgwal 35). Uiteindelijk behaalt hij zijn meestertitel als zilversmid in Utrecht waar hij bij zijn oom Cornelis in huis woont. In 1657 komt hij terug naar Delft om zich in te schrijven bij het Delftse zilversmedengilde. Mogelijk heeft hij vervolgens enige tijd bij zijn moeder in huis gewoond, voor hij zich aan de Brabantse Turfmarkt (nu nr 63) vestigt, vlakbij de Molstraat. Museum Prinsenhof heeft nog twee stukken zilversmeedwerk van zijn hand in zijn collectie. Plateelbakkerij De Wildemanspoort In 1661 komt het pand op de Broerhuijslaen waar de drukkerij heeft gezeten, te koop. Bastiaan van Cuijck (Kuijck) ziet dan zijn kans schoon om aan de Wildemanspoort een plateelbakkerij te beginnen, samen met Steven Pietersz van Kessel. Kort daarna koopt Van Cuijck ook de panden ten westen daarvan, ter plekke van huidig nummer 15 en 17, die hij echter niet bij zijn bedrijf voegt maar gaat verhuren. Vermoedelijk heeft hij ze vooral aangekocht om het achtererf bij het bedrijf te voegen. De plateelbakkerij bevindt zich namelijk voor het grootste deel op het binnenterrein tussen de Burgwal en de Molslaan. Het omvat behalve het woonhuis (nu nr 19) onder meer een winkel, kantoortje, diverse voorraad- en droogzolders, een schilder-en een tinhuis en een houtschuur. (Zie de beschrijving van het huis en het bedrijf in 1681 na de dood van de weduwe Cuijck) In 1692 komt daar de aankoop van het huis van Luda bij. Dat wordt wel bij het bedrijf getrokken en daarmee is de poort aan de Burgwal voorgoed verdwenen. Bastiaan van Cuijck is een telg uit een kruideniers/koekenbakkersgeslacht en geen opgeleid plateelbakker. Hij heeft dus een compagnon nodig volgens het gilde bevoegd een plateelbakkerij te runnen. Die vindt hij in de persoon van Steven Pieterszn van Kessel, lid van een echte plateelbakkers-familie. Zijn vader, Dirck Jeronimusz van Kessel was in 1620 begonnen als leerling in de ‘Porceleyne Schotel’ en stichtte later zijn eigen bedrijf ‘De Romeijn’ op het Achterom. Het namaak Chinees porselein dat begin 17e eeuw in de stad wordt uitgevonden blijkt gouden handel. Het vereist echter wel een flink startkapitaal voor het bouwen van ovens, droogschuren, het aanleggen van grote voorraden en inhuren van geschoold personeel. Een geldschieter vinden ze in de persoon van Augustijn Reijersbergen. Maar de samenwerking blijkt geen succes. Eerst stapt Van Kessel in 1661 uit de zaak en twee jaar later ook Beijersbergen, na financiële onenigheid.
Brandhout en blusemmers Vanaf 1 januari 1663 is Bastiaan van Cuijck de enige eigenaar. Als bijverdienste int Bastiaan tot 1675 ook bij zijn mede-plateelbakkers de impost-belasting op het hout dat zij in de ovens stoken. In die tijd worden belastingopbrengsten doorgaans door de stad verpacht aan particulieren. Dat bespaart veel ambtenarij. Pachters nemen de inning op zich voor een bij opbod geschatte opbrengst en gokken erop dat zij meer kunnen binnenhalen dan zij de stad hebben geboden. Ook bij de huizenbelasting (verponding) en andere belastingen was dat het gangbare systeem. Sebastiaan zal er vast een extra zakcentje mee hebben verdiend. Met de overheidsvoorschriften neemt Sebastiaan het zelf overigens niet al te nauw, tenminste voor zover het niet voor de brandveiligheid betreft. Bij een inspectie in 1668 blijken er op het bedrijf de verplichte zes blus-emmers niet aanwezig. Bij controle is Bastiaan zelf niet aanwezig. Het bedrijf wordt echter onmiddellijk stilgelegd: “(…) vermits sijn absentie sijn meyt en knegt aangesegt dat niet en sal woorden te stoocken voor is alleen sijn brant emmers bij de hand sal hebben”. De Twee Wildemannen Na de dood van Bastiaan van Cuijck in 1678 nemen zijn dochter Quirina en zijn schoonzoon Cornelis van der Hoolaart het bedrijf over. Onder hun leiding komt de plateelbakkerij tot bloei. Vanaf 1692 draagt het de naam ‘De Twee Wildemannen’. De handtekening onder hun werk is dan: J A D M. Vanaf 1720 is Mattheus Boogaart eigenaar. Hij voert handtekening M:v:B. Hij laat het bedrijf groeien en bezit meerdere panden. Na de dood van Mattheus in 1736 blijft zijn vrouw Catharina Sonderdanck nog twintig jaar bewindvoerder. Als weduwe is zij bevoegd het bedrijf na de dood van haar man voort te zetten zonder een meester-examen te hebben afgelegd. Na haar dood (in 1756) neemt haar zoon Bartholomeus de honneurs waar. In de praktijk is Bartholomeus dan overigens al jaren de meester plateelbakker in De Twee Wildemannen. Buiten de poorten van Delft heeft het bedrijf op het terrein van voormalig klooster Koningsveld buiten de Rotterdamse poort een aardewasserij waar klei vermengd werd met speciale klei uit Doornik. De broer van Bartholomeus, Paulus, is scheepschirurgijn bij de VOC. Op latere leeftijd wordt hij regent en onder meer kapitein bij de schutterij in Delft. Op zijn reizen naar Indië nam hij regelmatig plateelwerk van de familie mee om het schip te verzwaren en aldaar te verkopen aan de Hollanders overzee. Na de dood van Bartholomeus Boogaart in 1760 wordt de plateelbakkerij verkocht aan Willem van Beek. Vermoedelijk werkt deze al langer bij het bedrijf, want sinds 1756 zijn stukken uit de plateelbakkerij voorzien van zijn handtekening W:v:B. Op veilingen komen nog geregeld werk van hem op de markt. Willem woont in een van de huizen naast het bedrijf (huidig Burgwal 15). |
|
![]() Burgwal 19 in 2021. (Foto Wikipedia) ![]() De Broerhuislaan langs de gracht naar het Minderbroedersklooster op het schilderij van de gevolgen van de stadsbrand van 1536. De brand is hier door de gracht tegengehouden, hoewel het dak van het grote kloostergebouw op de plek van de huidige Beestenmarkt nog wel schade lijkt te hebben opgelopen. (Museum Prinsenhof) ![]() Drukwerk van Michiel Stael, ‘woonende aen de Turfmerckt’ uit 1649. (Collectie Koninklijke Bibliotheek) ![]() Een boek van de Delftse predikant Volckerus van Oosterwijck, gedrukt door Pieter Christiaensz, ‘woonende aende Turfmart inde Wildemanspoort’ in 1657. (Bibliotheek Stadsarchief Delft) ![]() Een schoolmeester aan het werk. Gewassen pentekening van Jacob Maurer (1737-1780). (Collectie Teylers Museum, Haarlem) Schaal
der vijf zintuigen van zilversmid mr Philip Luyda uit 1668, een van
de hoogtepunten van de Delftse zilversmeedkunst. (Collectie Museum
Prinsenhof) ![]() Een vaas van de Twee Wildemannen uit de tijd van Mattheus van den Boogaert (1720-1736). (Geveild in 2005 bij Strauss & co in Zuid-Afrika) ![]() Schaaltje van de Twee Wildemannen uit circa 1760. ![]() ![]() Schenkkannetje uit de tijd van van Willem van Beek (1764-1778). (Geveild in 2016 bij Rob Michiels Auctions in Brugge) Met aan de onderzijde het merkteken van de plateelbakker. ![]() De registratie van het plateelbakkers-kenmerk van Willem van Beek bij de St Lucas-gilde in 1764. |
||
|
||||
| Einde van de plateelbakkerij Na Willem nemen in 1787 Jacobus van Oosterhout en zijn vrouw de plateelbakkerij over. Willem blijft wel wonen in het huis ernaast. In die dagen neemt politieke onrust toe en het Delfts blauwe aardewerk raakt wat uit de mode. Resultaat is dat Jacobus het bedrijf al na een jaar moet verkopen om zijn schulden af te lossen. Koper is Agatha Harlees, een halfzus van Jacobus. De familie Harlees heeft belangen in meerdere plateelbakkerijen, waaronder de Porceleyne Fles, het huidige Royal Delft. De inventaris van het bedrijf neemt de nieuwe eigenares echter niet over. De verkoop betekent daarmee het einde van plateelbakkerij ‘De Twee Wildemannen’. De familie Harlees verkoopt het pand vervolgens in 1794 door aan Pieter Hendrik Mesch. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij de voorpui van Burgwal 19 aangepast in neoclassicistische stijl. Dit is nu nog te zien aan het bovengedeelte van het huis. Mesch is ook een nazaat van een plateelbakkersfamilie, die aanvankelijk in de leer gaat bij enkele chirurgijns in Delft, maar het daarbij niet tot meester chirurgijn weet te schoppen. In 1791 trouwt hij met de dochter van de directeur van de marinewerf in Hellervoetsluis, waardoor hij ook commies van de marinewerf te Vlissingen weet te worden. Verbeeks pakhuizen Vanaf 1820 woont de familie Verbeek negentig jaar aan de Burgwal nummer 19 tot 27 en drijft daar hun handel. Johannes en zijn jongere halfbroer Cornelis Magrinus Verbeek kopen de panden. Zij groeien op in de Dronckesteeg (Donkerstraat) waar hun vader de kost verdient als sjouwer. De broers handelen in oud ijzer, lompen, beenderen en aanverwante artikelen. In de grote ruimte achter Burgwal 19 (toen nog doorlopend tot aan de Molslaan) bouwen de broers een aantal pakhuizen. Ook van de huidige nummers 23, 25 en 27 maken ze pakhuizen met beneden winkel- en woonruimten. Na het dempen van de gracht tussen de Broerhuijslaen en de Burgwal in 1860 trekt de Beestenmarkt om de hoek veel publiek en handel aan. Dat maakt de aanvoer voor de pakhuispanden op de Burgwal lastiger. De broers verplaatsen daarom de opslag naar andere plekken in de stad, waar de familie inmiddels overal panden en pandjes bezat. Cornelis bewoont met zijn vrouw Catharine van Balen het huidige Burgwal 19. Hun dochter Johanna komt daar in juni 1817 ter wereld en daarna volgen nog elf kinderen. Tot aan het overlijden van kleinzoon Johannes van de Struijff in 1908 blijft die familie in het huis wonen. Na zijn overlijden vertrekken zijn vrouw en kinderen naar Haarlem.
Tabakimperium In 1908 koopt de familie Swarttouw Burgwal 19 en Molslaan 20 die dan samen nog altijd één geheel vormen. Burgwal 19 wordt het woonhuis van Anthonius Swarttouw en Molslaan 20 de sigaren-/sigarettenfabriek die hij samen met zijn broers exploiteert. (Waarvan er één op Burgwal 29 woont.) Na diens dood in 1920 neemt zijn broer Casper, die eerder boven de fabriek in de Molslaan woonde, het huis over. Tabak is in die jaren een booming business. Het filiaal op de Molslaan heeft bijna zestig jaar bestaan. De broers Swarttouw: Hendrik, Anthonius en Casper beginnen hun tabak-onderneming vanuit de tabakswinkel en -import ‘Swarttouw’ op de Oude Langedijk (nr 14), de bakermat van het familiebedrijf.
Gered van de sloop Eind jaren ‘50 van de vorige eeuw staat een deel van de zuidzijde van de Burgwal op de nominatie om te worden afgebroken. Het ‘Komplan’ voor de stadsvernieuwing van de binnenstad uit 1956 bevat ambitieuze sloopplannen. Onderdeel daarvan is een doorbraak halverwege de Burgwal naar het geplande nieuwe ‘winkelhart’ Inde Veste. Daarvoor moeten de panden die in de weg staan, worden onteigend. Ook de familie Van der Drift (van drukkerij Van der Drift en onder meer uitgever van de Delfts(ch)e Post), die op dat moment Burgwal 19 bewoont, treft dit lot. In 1970 verlaten ze het pand. Niet veel later blijkt de gemeente financieel niet in staat om al haar grootse plannen waar te maken. Bovendien blijkt het slopen in de binnenstad op steeds minder enthousiasme bij de kiezers te kunnen rekenen. Het resultaat is dat de gemeente de onteigende panden aan de Burgwal weer verkoopt en de straat laat voor wat hij is. Een nieuwe bestemming Vanaf 1968 verhuurt de familie Van der Drift tot hun vertrek de benedenverdieping aan de buurman van ‘Van der Steuijt huishoudelijke artikelen en tuinmeubelen’. Tussen 1970 en 1983 geeft de gemeente het pand een tijdelijke bestemming voor ‘doorstroom-huisvesting’ van families, die vanwege de afbraak uit hun huis zijn verdreven. De winkelruimte beneden blijft tot 1977 verhuurd aan Van der Steuijt. Daarna huurt de kledingzaak Morel de benedenverdieping. Zij kopen het pand in 1983 nadat zij hun omzet in hun winkel in de Nieuwstraat zien teruglopen door het nieuwgebouwde winkelcentrum Inde Veste. In de jaren daarna vestigen zich op de begane grond de kledingwinkels Mistique, Detsmie en Xieje-kleding. In 2008 wordt Burgwal 19 eigendom van de familie Pijnappels. Zij hebben een winkel in huishoudelijke artikelen. Ze kopen het pand als uitbreiding bij hun bestaande panden en winkel op nummer 15 en 17 met het oog op de volgende generatie. Maar die kiest toch voor een andere toekomst. Daardoor grijpt kledingwinkel Art & Casey in het vergrootte winkelpand zijn kans. De voordeur van Burgwal 19 rechts in de gevel (waar ooit de Wildemanspoort moet zijn uitgekomen) is nu de opgang naar de studentenwoningen boven Burgwal 17 en 19. In het bovenhuis van nummer 15 wonen de eigenaren van het pand, de familie Pijnappels. Burgwal 15-17-19 hebben tegenwoordig de status van gemeentelijk monument en beschermd stadsgezicht. Rob Trompper, met dank aan Carla de Bruijn |
|
![]() Een aardewasserij, tekening in “De plateelbakker of Delftsch aardewerkmaker” van Gerrit Paape (1794). ![]() Het onroerend goed in de omgeving van de familie Verbeek ingekleurd op een kadasterkaart uit 1882. ![]() Het onroerend goed van de gebroeders Swarttouw in de omgeving, ingekleurd op een kadasterkaart uit 1924. ![]() Burgwal 19, begin jaren ’60 van de vorige eeuw, toen het nog volledig woonhuis was. (Foto Willem van der Poel) ![]() Vermelding in de rubriek ‘komen en gaan’ in Delftsche Courant van 8 november 1941 van de familie Pijnappels die vanwege het bombardement op Rotterdam noodgedwongen naar Delft is verhuisd. ![]() Kledingzaak ‘Mistique’ in 1980. (Fotograaf onbekend) |
||
| Zie hier voor meer informatie over bronnen, eigenaren en bewoners van Burgwal 19 | ||||
| Geplaatst: 9 februari 2026 | ||||
| www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft | ||||