Choorstraat 16 en 16 A
www.achterdegevelsvandelft.nl

Vrijmetselaarsloge, voorheen Latijnse School

NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.

Choorstraat nummer 16/16A is in de straat een opvallend groot dubbelpand met drie verdiepingen en een lijstgevel uit eind 18e of begin 19e eeuw. Een deel van het pand (nr 16) herbergt al 125 jaar een winkel en het andere deel de vrijmetselaarsloge “Loge Silentium” (16A). Een bronzen plaat op de deur en een passer en winkelhaak in het glas-in-lood raam boven de ingang geven die bestemming aan.
De dubbele lijstgevel verbindt twee oudere huizen van ongelijke grootte die op deze plek hebben gestaan. In de huidige panden zijn van die oorspronkelijke huizen echter vrijwel geen bouwkundige sporen meer terug te vinden. Dat de gevel bij zorgvuldige waarneming nog steeds enigszins naar voren helt ten opzichte van de buurpanden, verraadt dat de voorgangers huizen van aanzienlijke ouderdom zullen zijn geweest.

Roode Leeuw en Gebiesde Ossenhoofd
Het oorspronkelijke linker pand (met daarnaast een poort) heette in de 17e eeuw “De Roode Leeuw”. Omstreeks 1560 woonde hier schilder Cornelis Jacobsz Mont, ook wel “van Culemborch” genoemd. Hij werd in 1543 burger van de stad en overleed in 1575. Van hem is één schilderij uit 1565 bewaard gebleven, dat zich vroeger bevond in de Weeskamer van het Delftse stadhuis. Het is een afbeelding van de ijsberg die zich in dat jaar voor Delfshaven had gevormd. In 1600 woonde zijn weduwe Maertge Fransdr hier nog. Zij was toen lindewaedvercoopster (linnengoed).


Schilderij “IJsgang te Delfshaven in 1565” van Cornelis Jacobsz ‘van Culemborch’. (Collectie Museum Rotterdam) Dit schilderij is vervaardigd in opdracht van de stad en hing vier eeuwen lang in het stadhuis, tot het in de 19e eeuw uit bezuinigingswoede met ander schilderijenbezit van de stad te gelde is gemaakt.

In het andere, grotere, huis “Het Gebiesde Ossenhoofd” woonde in 1600 een lakenverkoper (die dus wollen stoffen verkocht). Een kleine dertig jaar later komt het kleinere huis door een faillissement in handen van de eigenaar en bewoner van het Gebiesde Ossenhoofd. Sindsdien is dat bijna altijd zo gebleven, behalve gedurende de periode 1659-1711. Tot 1785 bleven het echter wel steeds twee afzonderlijk bewoonde huizen, waarbij het kleinere steeds werd verhuurd, halverwege de 18e eeuw onder meer aan een kleermaker, Simon van der Schelm. In diezelfde tijd was Het Gebiesde Ossenhoofd twintig jaar lang het eigendom en woonhuis van de arts Wijnand de Bries.

Kostschool
In 1785 kwamen beide panden in handen van schoolmeester Michiel van Kuyk, die ze samenvoegde om er een particuliere kostschool van te maken, waarin onder meer de Franse en Duitse taal werd onderwezen. Het is de opmaat voor de verdere geschiedenis van het dubbele pand, dat in de 19e eeuw een tijd lang dienst zou doen als Latijnse School. In 1807 kocht de stad het pand aan als woning voor de toenmalige rector van de Latijnse School, Gijsbert van Egmond. Ook hij had waarschijnlijk een aantal leerlingen in de kost. (Lees hier meer over de Latijnse School)
De school zelf was toen juist van haar oude locatie in het Prinsenhof op de hoek met de Schoolstraat verhuist naar 'Het Wapen van Savoye' aan de Oude Delft 169. Vanwege het afnemend leerlingtal van deze (verouderde) school voor zoontjes van de elite vond het stadsbestuur het uiteindelijk in 1816 voordeliger om de school maar volledig onder te brengen in de woning van de nieuwe rector op de Choorstraat. Het ging toen nog maar om niet meer dan een tiental leerlingen.
Het is onbekend wanneer precies de opdracht voor de bouw van de nieuwe gevel en een gedeeltelijke verhoging van het pand gegeven is. Tot nu toe werd aangenomen dat de sobere bouwstijl, de gootlijst, de ramen met (deels gewijzigde) zes-ruits schuifvensters en de klassieke deuromlijsting wijzen op een ontstaan in het eerste kwart van de negentiende eeuw, in of rond 1816. In de stadsarchieven en het archief van de Latijnse School, zijn hiervoor echter geen aanwijzingen gevonden. De financiële positie van de stad was net na de Franse tijd erg penibel, waardoor er vermoedelijk weinig geld was voor zulke investeringen. Daarom lijkt waarschijnlijker dat de bouw van de monumentale gevel het werk is geweest van Michiel van Kuyk toen hij in 1785 de panden ombouwde tot kostschool. Het kleine formaat bakstenen op de verdiepingen zou daarop kunnen wijzen.

Huis van de Rector
Het schoolgebouw bood in die tijd, behalve leslokalen ook woonruimte aan de rector met zijn gezin, inwonende leerlingen en dienstboden. De meest invloedrijke rector in die tijd was Gerard van Wieringhen Borski (1800-1869) die vanaf 1835 tot zijn dood in 1869 bijna 35 jaar in dit pand heeft gewoond. Door het toevoegen van Engels, Duits en Frans aan het lespakket, werd de school weer interessant voor de Delftse elite. Hiermee heeft hij een belangrijke rol gespeeld bij de omvorming van de Latijnse school naar wat vanaf 1839 het Gymnasium zou worden. Delft werd hierdoor één van de voorlopers op het gebied van de onderwijsvernieuwing.
De school bleef hier tot 1849 gevestigd; in dat jaar verhuisden de lessen vanwege het inmiddels gegroeide aantal leerlingen naar de inmiddels vrijgekomen lokalen van de opgeheven 'Stadsteekenschool' in het Doelen-complex. Het gebouw in de Choorstraat bleef nog tot 1884 in gebruik als woning voor de rector en inwonende leerlingen en bedienden. Gedurende het grootste deel van de 19e eeuw stond het dan ook bekend als “Het huis van de rector”. Het gymnasium zou na nog enkele verhuizingen en hervormingen uiteindelijk opgaan in het huidige Grotius College.
Bij de verkoop van dit huis in 1884 wordt het vrij uitvoerig beschreven. In het midden van het huis liep een gang met links en rechts aan de voorzijde grote voorkamers met plafond en schoorsteenpartijen. Links was daarachter nog een suite en een ruime keuken met een ‘gemetseld fornuis’ en een bijkeuken met ‘wel- en regenwaterpompen’. (De waterleiding stond toen nog in de kinderschoenen.) Aan de andere kant was achter de voorkamer een binnenkamer met een bedstede en aan de achterzijde twee ‘tuinkamers en suite’. een bovenverdieping met drie voorkamers en vier achterkamers. Op zolder was een dienstbodenkamertje getimmerd en onder het pand was een ‘grooten gemetselden dubbelen kelder met afgeschoten hokken’.

Winkel in kruidenierswaren en comestibles
De gemeente Delft verkocht in 1884 het 'Dubbel Heerenhuis met erf, binnenplaats en tuin', volgens akten van veiling en afslag, voor de som van f 10.800 aan Albert L. Boekholt, die hier een winkel vestigde en het pand (deels) verhuurde.
Op 1 november 1889 verkocht Boekholt het pand en nering door aan Hendrik Zonnenberg. Deze nam daarmee de handel van Boekholt over. In de koopovereenkomst staat vermeld: “Het is de verkoper niet vergund gedurende de eerstvolgende twintig jaar aan particulieren uit Delft kruideniers of gerookte vleeswaren te verkopen. Tevens geldt er tot juli 1891 nog een huurcontract met Leendert van Rijn voor de bovenwoning”.
Na zijn aankoop gaat Zonnenberg verbouwen. Blijkens de opmetingen van het kadaster splitst hij het dubbele huis in twee aparte winkelpanden. Aan beide zijden brengt hij een rijk gedetailleerde winkelpui met spiegelruiten aan, blijkt uit de verkoopadvertentie als hij de panden drie jaar later alweer te koop aanbiedt. Zijn eigen winkel zat in het linker deel (van de straat gezien), met daarachter een pakhuis. De pui van zijn winkel was onderaan bekleed met Belgisch hardsteen. Deze winkelpui zou hier nog tot 1972 blijven zitten.
Het rechter winkelpand, met eenzelfde winkelpui, verhuurde hij voor fl 42,50 per maand. De ‘grote gemetselde dubbele kelder’ onder het pand lijkt inmiddels verdwenen. Boven beide panden was een bovenwoning, die hij voor 350 gulden per jaar verhuurde aan Van Rijn, makelaar in effecten.


De Choorstraat omstreeks 1900. In het midden van deze foto torent Choorstraat 16-16A boven de andere panden in de gevelrij uit. (Fotograaf onbekend)

Loge Silentium
Op de voorpagina van de Delftsche Courant viel op 17 oktober 1893 te lezen: ”Naar wij vernemen is het huis en erf van de Heer Zonnenberg in de Choorstraat alhier onderhands aangekocht door de Loge 'Silentium' alhier, met het doel een eigen bijeenkomstlokaal te bezitten.”
De Vrijmetselaarsloge “Silentium” is na Sociëteit Standvastigheid aan de Phoenixstraat 9 de oudste vereniging van Delft en is opgericht in 1801. De oprichters van loge Silentium waren Delftse mannen uit de gegoede middenstand. Het waren patriotten en bijna allen zijn lid geweest van het in 1783 opgerichte vrijkorps en exercitiegenootschap 'Tot herstel der Delftsche Schutterij voor Vrijheid en Vaderland'. Na de gebeurtenissen van 1787, toen de Pruisische troepen de “orde” voor de Prins hadden hersteld, zijn ze naar Duinkerken uitgeweken. Samen met lotgenoten/ vluchtelingen uit andere steden richtten zij in 1790 een eigen ”Franse” Vrijmetselaarsloge op onder de naam “Les Vrais Bataves”. De meesten komen in 1795, met de Franse troepen, terug in wat toen de “Bataafsche Republiek” heette. In Den Haag gaat de Loge “Les Vrais Bataves” verder als Nederlandse loge onder de naam “De Waare Bataven”. De leden die in Delft woonden moesten naar Den Haag om hun loge te kunnen bezoeken. Een tochtje met de trekschuit van Delft naar Den Haag nam al gauw een paar uur in beslag, en dan moesten ze ook weer terug. Een bezoek zonder overnachting was eigenlijk niet te doen! In 1801 richtten zij daarom een eigen Delftse loge op met de naam Silentium.

Zwervend bestaan
Bij de oprichting in 1801 had Silentium een bovenhuis gehuurd met twee kamers op Choorstraat 22. De begane grond was toen nog pakhuis. Dit is de plek waar nu “de Botanie” gevestigd is. Tussen dit pand en het huidige gebouw ligt nog de chocolaterie Leonidas, maar de oostwand van de huidige Voorhof grenst bijna aan het pand van nummer 22. Na ongeveer tien jaar werd de huur opgezegd en moest de loge een nieuw onderkomen zoeken. In vele jaren die hierop volgden zijn verschillende locaties gebruikt. Van 1811 tot 1817 huurde men het pand Verwersdijk 6, naast waar later de Delftsche Courant kwam. In 1817 werd een pand gekocht aan de Hippolytusbuurt (nu nr 23). Het bleek echter niet te voldoen aan de gestelde eisen en verkeerde in slechte staat, zodat het tien jaar later weer werd verkocht. Vanaf 1828, tot aan de ingebruikneming van het nieuwe gebouw in 1894, kwam men in de Stadsdoelen aan de Verwersdijk bijeen. Een gebouw dat nu niet meer bestaat. Ook dit was echter geen ideale situatie, want men verhuisde binnen het gebouw steeds van de Heerensociëteit naar de Schouwburgzaal, of naar de foyer, of naar de zaal die het ‘Oude Gymnasium' heette. Omdat men geen vaste werkplaats had, moest de Tempel bij elke bijeenkomst weer opgebouwd en afgebroken worden. Dit leverde met alle bezittingen en het steeds aankleden van de tempel op een andere plaats, veel moeilijkheden op. In 1893 doet zich eindelijk de gelegenheid voor om de lang gekoesterde wens van een eigen onderkomen in vervulling te laten gaan.

Weer verbouwing
Na de aankoop van het gebouw gaat ook de loge in 1894 stevig verbouwen. De twee panden worden nu anders opgesplitst dan enkele jaren eerder. Het linker pand (sindsdien Choorstraat 16) blijft een winkelpand, maar het daarachter gelegen pakhuis wordt afgebroken. De grond wordt bij het andere pand getrokken, dat wordt ingericht als loge-gebouw met conciërge-woning (sindsdien genummerd Choorstraat 16A). De winkelpui aan deze kant verdwijnt weer. Er worden weer twee nieuwe raamkozijnen gemaakt van het model dat er vermoedelijk eerder ook al zat en het ‘kalf’ boven de voordeur wordt wat verlaagd. En ook hier wordt de achterzijde van het huis gesloopt. Over de volle breedte van beide panden wordt nu een nieuw, speciaal voor de Vrijmetselarij geschikt gebouw neergezet met beneden een ruime vergaderzaal (voorhof genoemd) en boven een Vrijmetselaarstempel. In de tuin komt verder nog een aan het pand verbonden gebouw voor opslag van materialen.

Behangwinkel Jan Rot
Het afgescheiden winkelpand Choorstraat 16 bestaat in 1896 uit een vrij kleine winkelruimte, een kantoor, magazijn, keuken, toilet en portaal met trap op de begane grond. De toegang naar de eerste verdieping van het winkelpand is via een trap langs de linker bouwmuur, ongeveer in het midden tussen voor- en achtergevel. De eerste verdieping bestaat uit een woonkamer, alkoof, slaapkamer en portaal met trap. Op die verdieping hebben de woonkamer en de slaapkamer een haard. De toegang tot de zolder gaat via een trap langs de linker bouwmuur, ongeveer in het midden tussen voor- en achtergevel. De zolder heeft een aparte kamer aan de straatgevel. Verder is er een doorlopende zolderruimte.
Van 1894 tot 1937 wordt de winkel verhuurd aan behanger “Jan Rot”. Deze zaak is ooit gesticht door Jan Rot sr (overleden april 1918) en voortgezet door zijn zoon Jan Nicolaas Rot (overleden november 1918) en daarna zijn broer Nicolaas Rot. Begin 1938 wordt hij opgeheven.
In 1918 is de winkelruimte aanmerkelijk vergroot door de kantoorruimte bij de winkel te trekken en een nieuw ruim trappenhuis te bouwen in het voormalige magazijn. (Alle producten worden van nu af in de winkel of de zolder opgeslagen.) De keuken op de begane grond verhuist dan naar de eerste verdieping op de plek van de vroegere gang en trap en de ruimte van de keuken beneden wordt kantoor.


Advertentie van de vestiging van Jan Rot op dit adres. Delftsche Courant, 21 jan. 1892.


Laatste advertentie van de firma Jan Rot. Delftsche Courant, 24 jan. 1938.

Bericht in de Haagsche Courant van 24 juli 1941.


Delftsche Courant, 27 okt. 1943.

Kringhuis N.S.B.
De vrijmetselaars behoorden tot de doelgroepen die zich van begin af aan mochten verheugen in de fervente afkeer van de nazi’s. Al heel gauw na de capitulatie - zelfs binnen een week - stond de bezetter op de stoep van het Ordegebouw in Den Haag. Hier werd inventaris opgemaakt en een begin gemaakt met de confiscatie van de bezittingen en gebouwen van de Vrijmetselarij. Niet lang daarna werden ook het gebouw en de inventaris van Silentium in beslag genomen. Alle inventaris van de Loge werd verkocht of vernietigd. Het gebouw werd bezet en als Kringhuis van de N.S.B. in gebruik genomen.
De oorlog heeft aan vijf leden van de Loge het leven gekost. Hun foto’s hangen nog altijd in de Voorhof van het logegebouw. (Lees hier meer over deze vijf oorlogsslachtoffers)
Ondertussen had buiten het zicht van de leden van de Loge nog een ander drama plaatsgevonden. 


Veel bekijks bij de ingegooide ruiten direct na de Bevrijding in mei 1945.

In 1937 had Joodse winkelier Heijman de Roode, na de opheffing van de behangzaak van de familie Rot, het winkelpand Choorstraat 16 gehuurd en daarin “Het Broekenhuis” gevestigd. Met vrouw Henriëtte van Beugen kwam hij uit Rotterdam naar Delft. Hun dochtertje Jansje werd in december 1940 geboren. Vrouw en kind zijn in 1943 gedeporteerd en direct omgebracht in Auschwitz, Heyman in een werkkamp in die buurt, volgens de website Joods Monument.
Na het bombardement op Rotterdam voegden ook zijn ouders Alexander en Jansje de Roode-v.d. Stap zich bij hen. Ook hun namen komen voor op een lijst van “personen van Joodschen bloede” opgemaakt op verzoek van de bezetter in 1941 als bewoner van Choorstraat 16. Ze zijn voor hun deportatie nog verhuisd naar Choorstraat 21 aan de overkant, waar nu twee struikelstenen voor de deur liggen. Alexander is in 1943 afgevoerd als patiënt van het Joris Gasthuis. Alexander en Jansje zijn vermoord in Sobibor in april 1943. Het gezin van Heyman heeft nadat hun zaak hun door de bezetter afhandig was gemaakt, tot hun deportatie nog korte tijd gewoond in de Celebesstraat (nr 3).

Het jonge gezin van winkelier De Roode dat in 1943 in Auschwitz is vermoord, nadat hen eerst hun zaak en broodwinning afhandig is gemaakt.

Nieuwe start
Na de bevrijding vindt de Loge het gebouw in een vreselijke toestand terug. In zijn jaarverslag over het jaar 1945 - 46 beschrijft de voorzitter het aldus: “...toen het pand Choorstraat weer door de Loge in bezit werd genomen, verkeerde het in een zeer betreurenswaardige toestand. Ruiten van de voorgevel waren uit wraak tegen de bezetter (dwz. zijn handlanger de "NSB") verbrijzeld... ... De voorhof had men geverfd in de kleuren rood - zwart en behangen met allerlei NSB attributen... De tempel was ook geheel en al ingericht om er NSB samenkomsten te houden en de Nazi-sfeer te scheppen. Waar boven de poort "Ken U Zelven" stond, had men er "Voor Volk en Vaderland" op geverfd. Ter weerszijden daarvan stond de beginselverklaring van de NSB en een trouwbetuiging aan Mussert... …De elektrische leiding was geheel verdwenen. De kelder stond vol water, terwijl de hokken van de opslagruimte vol stro lagen, en schijnbaar hadden gediend, zoniet voor cachotten, dan zeker voor slaapgelegenheden. Het winkelpand en het Logegebouw had men tot één geheel gemaakt; zowel in de beneden- als de bovengang was de muur doorgebroken... “
Zo goed en zo kwaad als dat gaat, wordt de tempel weer in orde gemaakt, zodat reeds midden juni Loge gehouden kan worden, ook door Rotterdammers die destijds helemaal geen loge-gebouw meer hadden.

Van radio’s en oude boeken tot ‘Alles en nog wat’
Het winkelpand nr 16 wordt na 1945 niet langer meer als woning verhuurd. Het dient dan alleen nog als winkelruimte en -opslag. Sindsdien hebben er verschillende bedrijven in gezeten, waaronder: een radiozaak (J. Th. Van Reysen), een behangwinkel (Midas-behang), meerdere interieurzaken (Kuhlman, Woon-Rama, Interessant, Alles en nog wat), een boeken antiquariaat en een winkel met huishoudelijk artikelen (Home Mixture).
In 1972 wordt de winkelpui vernieuwd. Er komt nu links een entreedeur en rechts een groot winkelraam.
Ten behoeve van het boekenantiquariaat dat in 2005 in de zaak trekt, wordt de winkelruimte opnieuw verbouwd. De trap aan de achterzijde uit 1918 verdwijnt en wordt vervangen door een breder exemplaar die 180 graden gedraaid is zodat er vanuit de winkel zicht op is. De binnenwanden op de begane grond en op de eerste verdieping worden uitgebroken, waardoor zowel de begane grond als op de eerste verdieping een open winkelruimte ontstaat.


Antiquariaat Frase in 2005. (Internet-foto)

Tempel
De Vrijmetselaarstempel die thans nog in gebruik is, werd in 1893/94 gebouwd en ingericht naar de mode van die tijd in een Biedermeier-achtige stijl. Hiervan bestaan geen foto’s. In de loop der tijd is de inrichting een aantal keren aangepast maar de tempel heeft altijd zijn oorspronkelijke structuur behouden.
Boven de tempelingang bevindt zich het zogenoemd ‘zangzoldertje’. In de oude tijd voorzag zo’n zangzoldertje - dat wel met de tempelruimte in verbinding stond maar er geen deel van uitmaakte - in een behoefte. Men kon op deze wijze musici of zangers uitnodigen - ook als ze geen maçons (= Vrijmetselaar) waren - om een plechtigheid met muziek op te luisteren, zonder dat zij aan de plechtigheid hoefden deel te nemen.
Onder de zangzolder ligt de ingang naar de tempel, waarboven de woorden ‘Ken U zelve’ staan, een verwijzing naar dezelfde tekst boven de Apollotempel van Delphi in het klassieke Griekenland. Aan de overkant is een laag podium waar tijdens bijeenkomsten de voorzittend meester zit.
In 1932 werd de inrichting van de tempel gemoderniseerd naar ontwerp van de architect Jan Wils in de stijl van de “nieuwe zakelijkheid”. Strak, weinig opsmuk en tierelantijnen. Door sommigen eerder als “kaal” bestempeld. De onvrede die daardoor ontstond, liep zo hoog op dat er een scheuring dreigde en Loge Silentium bijna ophield te bestaan. Deze tempel heeft tot 1940 bestaan.
De N.S.B. heeft, nadat zij zich het gebouw hadden toegeëigend, de uitmonstering van de tempel teniet gedaan en door Nazi-symboliek vervangen. De Loge heeft na de oorlog die N.S.B.-symbolen verwijdert en de tempel weer zo goed en kwaad als het kon ingericht (met de toenmalige schaarste aan materialen).
In 1967 maakte architect H.C. Sark een nieuwe inrichting. In 1993 was er nieuw onderhoud nodig en vond de laatste grote verandering plaats, waarbij de afrondingen die Sark in de hoeken van de zaal en naar het plafond had aangebracht, werden verwijderd (ze waren bouwkundig niet zo gelukkig en vertoonden scheuren). De tempel kreeg een systeemplafond en werd blauw geverfd. Ook de akoestiek verbeterde.
Vanaf 2019 worden er opnieuw plannen gemaakt voor een vernieuwing van de inmiddels wat sleetse tempel. Mede door de gevolgen van de Corona-pandemie die ook het werk binnen de Loge enige tijd heeft stilgelegd heeft de uitwerking van de plannen vertraging opgelopen. Dit proces is eind 2022 weer gestart.

Conciërgewoning
Aan de voorkant van het loge-gebouw lag naast de ingang vanouds het woonhuis voor de conciërge. Het werd bewoond door huisbewaarders met hun gezin, die zorgden voor het onderhoud en soms als “servant” tijdens bijeenkomsten voor eten en drinken zorgden.
Toen begin 1967, net na de bouw van de nieuwe tempel en het opknappen van de voorhof, de toenmalige huisbewaarder weg ging, zag de Loge hierin mogelijkheden door verhuur van de woning wat extra inkomsten te genereren. De kosten voor overig noodzakelijk onderhoud van het pand waren door de leden van de loge niet (meer) op te brengen, en het pand dreigde in verval te geraken. Dat was aanleiding om een betere indeling van het gebouw te maken, waarbij alle vertrekken van het te verhuren appartement op de bovenverdiepingen bij elkaar kwamen te liggen en de gehele benedenverdieping - toen in een betrekkelijk desolate staat - voor gebruik door de Loges beschikbaar kwam. Aan de straatkant kwam nu een bestuurskamer en naast de keuken kwam een ruimte die speciaal voor het samenzijn na afloop van de formele bijeenkomsten is en als bar dient. Deze indeling heeft het gebouw nog steeds.
Bij een brand op zolder wordt in 1971 de dubbele kapconstructie volledige verwoest. Bij het herstel komt er een andere constructie met een plat dak dat meer bruikbare 2e etage boven de twee panden creëert. Als in 2018 de 2e etage boven nr 16 niet langer voor winkeldoeleinden wordt gebruikt, besluit men die ruimte aan het appartement van 16A toe te voegen door een doorbraak te maken in de gemeenschappelijk muur en de trap tussen de 1e en 2e etage in nr 16 te verwijderen.

Gastgebruikers
Het loge-gebouw is eigendom van de “Vereniging Loge Silentium”, maar wordt niet alleen door deze Loge gebruikt. Het is ook in gebruik (geweest) door meerdere andere Loges, die de ruimte daarvoor huren.
Loge Silentium is momenteel de enige Vrijmetselaarsloge behorend bij de Orde van Vrijmetselaren in Nederland die in Delft actief is. Het is een traditionele Vrijmetselaarsloge, die uitsluitend toegankelijk is voor mannen. Daarnaast zijn in het Logegebouw ook drie gemengde loges actief: “Delta”, “Saint Germain” , werkend onder de Orde “Le Droit Humain” en “La Liberté”, werkend onder de Orde NGGV. Van deze Loges kunnen zowel mannen als vrouwen lid zijn.



Het dubbele pand Choorstraat 16 en 16a in 2010. In het winkelgedeelte links zat destijds een handel in tweedehands boeken. (Foto Michiel Minderhoud)


Het bovenlicht boven de voordeur van het loge-gebouw, met in het glas-en-lood raam een passer en winkelhaak, het symbool van de vrijmetselaars.


Bovenaanzicht van het gebouw, met aan de achterzijde de tempel en daaronder de vergaderzaal van de loge.


Het dubbele pand op de oudste kadasterkaart van circa 1825-1830, destijds in gebruik als Latijnse School.


Huwelijksaankondiging van kostschoolhouder Jacobus van Kuyk in de Rotterdamsche Courant van 23 mei 1797. Jacobus was de broer en opvolger van Michiel van Kuyk, de oprichter van de Frans-Duitse kostschool in de Choorstraat.


Plattegrond van de rectorswoning in 1877, getekend voor een album van het onroerend goed-eigendom van de Gemeente Delft. (Collectie Stadsarchief)


Verkoopadvertentie van het pand in de Delftsche Courant van 17 aug. 1884


Advertentie Delftsche Courant, 3 nov. 1889.


Opmetingstekening van de winkelpui uit 1890 in de bouwtekening voor zijn vervanger in 1972.


Advertentie Delftsche Courant, 19 aug. 1892.


Advertentie Delftsche Courant, 2 april 1890.


De vrouw van effectenmakelaar Van Rijn in het bovenhuis runde een vakantiepension in Davos. Zij wierf in de krant ook Delftse dienstbodes die genegen waren in Zwitserland te komen werken. Delftsche Courant, 22 juli 1892.


Verkoopadvertentie van het dubbele pand in de Delftsche Courant van 17 sept. 1893. Er zaten toen beneden twee winkels naast elkaar.


Deze muziekleraar werd de huurder van het door de loge nieuw verbouwde bovenhuis. Delftsche Courant, 4 september 1894.


De opmeting door het Kadaster van het pand na de verbouwing door de loge. De blauwe lijnen in de plattegrond geven de perceels- en bebouwingsgrenzen aan bij de vorige splitsing in 1890.


Een lid van de Binnenlandse Strijdkrachten schiet in mei 1945 zijn pistool leeg op de portretten van Hitler, Mussert en Mussolini uit het NSB-Kringhuis.


Advertentie voor ’t Broekenhuis.
Delftsche Courant, 20 juni 1940.


Het pand in 1964. In de winkel zat toen een meubelzaak. (Fotograaf onbekend)


De winkel van Midas-behang, 1996.
(Foto Kees Spiero, collectie Stadsarchief)


De winkel ‘Stijlvol Wonen’, 1998.
(Foto Kees Spiero, collectie Stadsarchief)


De zaak ‘Alles en nog iets,’ 2016.
(Foto Rien de Koster, collectie Stadsarchief)


De huidige winkel ‘Home Mixture’ in 2023.
(Foto Henk van der Stelt)


De loge-tempel naar ontwerp uit 1932
van architect Jan Wils.


De loge-tempel naar ontwerp
van architect H.C. Sark uit 1967.


De huidige loge-tempel, zoals die er sinds 1993 uitziet.


Indeling van het dubbele pand in 2024.


Bronzen plaat van de loge op de voordeur.
Henk van der Stelt,
met dank aan George Buzing (voor de geschiedenis van voor 1800).

 
Zie hier voor meer informatie over bronnen, eigenaren en bewoners van Choorstraat 16
Geplaatst: 26 februari 2024
 
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft