Choorstraat 45
www.achterdegevelsvandelft.nl

Voormalige joodse slagerswinkel

NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.

Achter de oude trapgevel met natuurstenen banden en geblokte ontlastingsbogen van Choorstraat 45 zat voor de Tweede Wereldoorlog enige generaties lang een joodse slagerij. De betreffende familie is vrijwel geheel in Auschwitz en Sobibor om het leven gebracht. Boven het poortje naast het huis zit een gevelsteen met het jaartal 1639. Het is echter zeer de vraag of dit het echte bouwjaar aangeeft. Het huis is al sinds halverwege de 18e eeuw in gebruik als winkelpand.

Joodse slagerfamilie
De slagerij was in de oorlog eigendom van Andries van der Stam, wiens vader Hijman van der Stam in 1865 met zijn zaak vanuit de Cellebroederstraat naar dit pand verhuisde. De gelijknamige kleinzoon van Andries is de enige van de familie die als tiener de Holocaust heeft overleefd. Zijn vader, grootvader, overgrootvader en betovergrootvader waren allemaal slager, vertelde hij in 2014 vlak voor zijn dood in een interview voor een blaadje van Hollandse immigranten in Zuid-Frankrijk, waar hij destijds zijn oude dag sleet. Andries jr. is zelf nooit in het vak van zijn voorouders gestapt. Hij heeft na de oorlog zijn weg gezocht in de handel in parfums en cosmetica. Over de oorlog is hij vrij zwijgzaam in het interview, maar over de periode voor de oorlog vertelt hij dat hij met zijn omgekomen ouders en jongere zusje boven de winkel heeft gewoond en zich nog goed herinnert hoe de beesten via het poortje naar de slachtplaats achter de winkel werden gebracht. Want er was destijds in Delft nog geen abattoir.


Hyman Herman van der Stam te midden van zijn ouders in de deuropening van hun slagerij circa 1920. Foto Rijksdienst Culturel Erfgoed.

Holocaust
Zijn vader Hijman van der Stam, die in 1923 bij zijn grootvader in de zaak kwam, raakte halverwege de jaren ’30 ook al uitgekeken op het slagersvak. Toen de oude Andries in 1935 65 jaar geworden was, besloot hij een paar huizen verder stil te gaan leven op Choorstraat 49 en de slagerij te verhuren. Eerst kortstondig aan ene Adriaan Ruygrok, maar vanaf 1938 aan de uit Schiedam afkomstige Arij Keuzenkamp. Die zou hier dertig jaar worst en kalfslapjes blijven verkopen. Hij heeft in die jaren diverse huisbazen gehad: in de oorlog de instantie van de bezetter die het joodse eigendom had geroofd, vervolgens na de oorlog de bewindvoerder die de nalatenschap van de opgepakte familie moest regelen. Dat bleek een langdurige procedure, want pas in december 1949 werd het overlijden zijn grootvader (73) in Sobibor officieel vastgelegd in de Burgerlijke Stand en daarna op 19 februari 1951 de vergassing van zijn vader (46 jaar) op 23 januari 1943 in Auschwitz. Uiteindelijk waren de nabestaanden vermoedelijk zo berooid dat zij het hele geërfde huizenbezit (vier huizen) moesten verkopen om een eigen bestaan op te bouwen.

Het jaartal in de gevelsteen
Het jaartal 1639 in de gevelsteen boven het poortje lijkt een heldere verwijzing naar het bouwjaar van het huis. Toch bestaat er over de ouderdom van het pand onduidelijkheid. Volgens een lijst van ‘nieuw getimmerte huyse’ zou namelijk de arts dr Roeland Storm (Stormius), destijds de eigenaar, in 1647 toestemming voor de bouw van een nieuw huis hebben gekregen. Terwijl een ander huis elders aan de overzijde van de straat (Choorstraat 6 of 8, deel van kantoorhandel Prins) volgens die administratie in 1639 nieuw gebouwd is. Heeft die steen wellicht ooit daar in de gevel gezeten?
Wie echter door de winkelruit naar binnen kijkt ziet duidelijk een vloer van eiken moer- en kinderbinten die de eerste verdieping draagt. Dat is een 16e eeuwse bouwconstructie die na ongeveer 1620 in de woningbouw in ons land zo goed als niet meer werd toegepast bij gebrek aan voldoende eikenhout. De bouwbranche was destijds vrijwel volledig overgeschakeld op Scandinavisch grenenhout dat door windmolens in strakke balken van gelijke dikte werd gezaagd. Die grenen balken werden niet meer kruislings, maar met vaste tussenruimte evenwijdig tussen de muren gelegd. Daarom heeft het er alle schijn van dat zich hier achter een gevel uit 1647 (of 1639) nog resten van een ouder huis bevinden.

Vlaamse lakenkoopman
Tussen 1588 en 1635 woonde op deze plek in elk geval lakenkoopman Cornelis Testaert, die van oorsprong uit Antwerpen kwam en in het begin van de Tachtigjarige Oorlog zijn heil in Delft heeft gezocht. De kinderen van Testaert verkochten het huis in 1647 aan de genoemde Stormius, hetgeen het jaartal 1639 extra discutabel maakt. Of Stormius nu wel of niet verantwoordelijk is voor de huidige gevel, in elk geval verkoopt hij het huis negen jaar later, in 1656, al aan Catharina ’t Hooft. Overigens is niet zeker dat de bouwer het huis met ruime tuin erachter in die tussentijd ook zelf heeft bewoond. Waarschijnlijk is dat wel.

Deftige bewoning
Mevrouw ’t Hooft was weduwe van ene Johan Heldersight. In de koopakte laat zij met enige trots noteren dat haar voormalige echtgenoot ‘raad en secretaris’ is geweest van Claesge Sijmons ‘van Olierhouck’. Met dat laatste werd waarschijnlijk Holierhouck bedoeld, een adellijk goed in de buurt van Vlaardingen. Ook deze dame van stand knutselde aan het huis. In 1657 kreeg zij namelijk toestemming om er een ‘bailge met gedraeyde balousters’ voor te mogen plaatsen, een stoephek met houten gedraaide spijlen. Dat is inmiddels al weer heel lang verdwenen.
De laatste bewoner van stand die het pand begin 18e eeuw huurde, was dominee David van Sevenhoven. Hij werd in 1719 ‘beroepen’ vanuit zijn vorige standplaats Arnhem en had een lange carrière met preken in de Oude en Nieuwe Kerk in Delft. In 1733 verhuisde hij naar de Koornmarkt (nu nr 45).


De toestemming uit 26 februari 1657 van de Heeren van de Weth aan Catharina ’t Hooft, wed. van wijlen Johan Heldersich om een “besloten bailge met gedraeijde balousters doorgaende voor haere huijsinge aen de suijdsijde van de Choorstraet te mogen doen maken en te laten stellen”.

Een voorbeeld van gedraaide houten spijlen voor een baluster (hekwerk), uit een voorbeeldenboek.

Chirurgijn en kruidenierswinkel
In 1737 kocht Caspar Harpert het pand en begon er een kruidenierszaak, waar hij met name koffie en thee verkocht. Wellicht vond hij het antieke stoephek uit de 17e eeuw een wat lastige entree voor zijn nieuwe winkel. Harpert deed hier goede zaken, maar besloot in 1649 toch naar Rotterdam te verhuizen. Hij verkocht de winkel vervolgens aan Pieter van der Sprenkel, chirurgijn in dienst van de VOC, die wellicht tijdelijk aan de wal een zaak probeerde op te bouwen. In 1755 vertrok hij echter met het schip ’s Gravesande opnieuw naar Batavia en verkocht opvallend genoeg het huis weer terug aan Caspar Harpert, die kennelijk toch liever Delft verkoos boven Rotterdam.
Van der Sprenkel verdiende met zijn werk aan boord van het VOC-schip een goede boterham. Met de heen- en terugreis naar Indië verdiende hij in twee jaar fl 1.187. (Voor het huis betaalde hij in 1749 fl 2.900). Hij had echter als scheepschirurgijn wel wat te doen aan boord. Het schip waarmee hij naar Batavia vertrok telde in 1755 263 koppen, waarvan behalve het scheepsvolk 94 militairen. Van hen overleefden 28 man de heenreis niet.


De scheepshut van de chururgijn van het VOC-schip Stavenisse in 1785, getekend door Jan Brandes. Collectie Rijksmuseum.

De titelpagina van het handboek voor scheepschirurgijns uit de 18e eeuw.

Inboedel in 1769
Toen Harpert in 1769 overleed na, met onderbreking, hier 32 jaar thee verkopen, liet hij een mooie erfenis aan verre verwanten en vrienden achter, ter grootte van fl 28.500. Dat was ongeveer tien maal de waarde van het huis. Zijn vermogen bestond onder andere uit een zevental hypotheken op huizen in de buurt en een pandje in de Cellebroersteeg dat doorliep naar Dertienhuizen.
De nalatenschap gaf ook een uitvoerige beschrijving van het huis aan de Choorstraat.
Het voorhuis was een winkelruimte met een toonbank. Daarnaast was een zijkamertje. Achter de winkel, lag een ’middelkamer’, waarin en ledikant stond met ‘paars behangsel’ (een hemelbed met gordijnen eromheen). In de kamer stond verder een grote sortering Japans porselein, een schildpad-kabinetje en een volle linnenkast.
Aan de achterzijde van het huis was een tuinkamer met een theetafel. De kamer keek uit op de royale tuin met schuur, die waarschijnlijk in de Franse tijd na 1800 deels aan de buren is verkocht. Daarnaast was nog een andere achterkamer met een daarin een schoorsteenmantel en een bedstede. Dan was er, waarschijnlijk achter een plaatsje, een keuken met daarbij een ‘botterij’ (bijkeuken vol pannen en potten), niet te verwarren met de ‘bottelarij’ in de gang, waar ook voedsel lag opgeslagen.
Boven telde het huis minder kamers (drie stuks), waarvan een voorkamer met een strijkijzer, een klerenplank, een bestede met beddenpan en ondersteek en een Bijbel. Boven was echter ook een ruim portaal met een klerenkast en een boekenkast en daarboven een kleerzolder. De inhoud van de boekenkast geeft een aardig inkijkje in de interesses van de kruidenier. Behalve gebruikelijke stichtelijke werken had hij onder meer een ‘Bijbel der Natuur’ in de kast staan en een exemplaar van de ‘Nederlandsche Hovenier’. Verder een boek over Italiaans boekhouden, een ‘Koninkrijk van Frankrijk’ in twee delen, een ‘Historisch Verhaal’ van het rampjaar 1672, een ‘Verdediging van Socrates’ en een werk over de op- en neergang der oude Grieken.

Nog meer winkeliers
Na Harpert kwam er in 1770 een bakker in het pand, Hendrik Boejee. Bij de koop nam hij onder andere van zijn voorganger een kast met glazen deuren over en de schop, schoffel en klauw om de tuin mee te bewerken.
Het pand bleef sindsdien een winkel. Pieter Servaes verkocht er tussen 1807 en 1817 boter, kaas, gerst, rijst en koffie. Na tien jaar verhuisde hij daarmee naar de Voorstraat.
Omstreeks 1850 dreven de gebroeders Snijders hier een winkel in garen en band. Zij waren geen eigenaar, maar huurden de winkel. Dat gold ook voor hun opvolger, marktschipper Theodorus Marquart. De eigenaar was toen een koekenbakker op de Voldersgracht (nr 23). Na de marktschipper zat er kortstondig een viswinkel.
Ook Hijman van der Stam begon hier omstreeks 1865 zijn slagerij aanvankelijk als huurder.

Van slagerij tot kapperszaak
Slager Keuzenkamp beëindigde hier in 1968 zijn zaak. Twee jaar voordien had hij het huis nog van huisbaas Van der Stam gekocht. Daarna kwam hier de fotozaak Van Puffelen. Aan het einde van de vorige eeuw zat hier een uitzendbureau en daarna de Spaanse delicatessewinkel Casa Roberto. Tussendoor was het ook kortstondig een galerie. Tegenwoordig zit er de kapperszaak Brain Wash.
Sinds 1977 is het pand eigendom van een investeringsmaatschappij, die landelijk in winkelpanden doet.


Straatjeugd voor de winkel in 1900. Foto Album Van Haagen, Trésor TU Delft.

 
Kees van der Wiel



Choorstraat 45 anno 2020.


Delftsche Courant, 1 november 1867.


Delftsche Courant, 12 juli 1906. De vader van Andries van der Stam was de slagerij ooit in 1856 begonnen in de Cellebroerstraat. “Gerestaureerd” is de zaak meer dan eens in de afgelopen 120 jaar, onder meer ook in 1927 en 1983.


Advertentie Delftsche Courant, 21 april 1925.


De familie Van der Stam, voor de oorlog. In het midden slager Andries met zijn in 1938 overleden vrouw Sara Davids, rechts zijn zoon Hyman en diens twee kinderen Rozetta en Andries; links Andries andere zoon Salomon, die vertegenwoordiger was. Van hen heeft alleen de jonge Andries de Holocaust overleefd. Foto uit particulier bezit/Joods Monument.


De winkel in de oorlogsjaren (1942). De klanten konden toen al croquetten voor een dubbeltje uit de muur halen. Foto Rijksdienst Cultureel Erfgoed.


Een blik in de Spaanse snoepwinkel Casa Roberto in 2006 geeft goed zicht op de 16e eeuwse moer- en kinderbinten van de verdieping erboven.
Foto Kees Spiero, Stadsarchief.


De dwarsdoorsnede van het huis op een bouwtekening van Jasper van Zwol, 1983. Hierop is te zien dat het pand een forse oude kelder heeft.


Schilderij van Hendrik Schaap (1878-1955) met zicht op het geveltje van Choorstraat 45 in de jaren ’30 van de vorige eeuw.


Japans porselein uit de 18e eeuw.


Een 18e eeuws kabinet met schildpad- en wortelfineer. Foto Rob Michiels Auction.


Delftsche Courant, 26 augustus 1864.


De slagerij in 1964. Foto Gerard Dukker, Rijksdienst Cultureel Erfgoed.


De plattegrond van het huis op de oudste kadasterkaart van circa 1825. Daaraan is sindsdien weinig veranderd, behalve dat in 1977 een stukje tuin is afgestaan aan de buren van nr 43. Vermoedelijk was voor 1825 al eerder tuin afgestaan aan andere buren.
Nadere informatie over Choorstraat 45
Geplaatst: 28 juni 2021 / Laatste wijziging: 7 juli 2021
 
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft