Choorstraat 50-52
www.achterdegevelsvandelft.nl

Van oude kleren en melkhandel tot rijsttafel

NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Choorstraat 50-52 is een pand dat de tand des tijds al meer dan vier eeuwen heeft doorstaan. De gevel met de markante punt verraadt nog een 16e-eeuwse oorsprong. Ze is vermoedelijk kort na de grote stadsbrand van 1536 gebouwd. Achter die gevel hebben zich in de loop der tijd allerhande neringen afgespeeld: van een kleermakersbedrijf in de 17e eeuw tot een melkhandel in de 19e eeuw. Vijftig jaar geleden is het van een bloemenwinkel in een Indonesisch restaurant omgetoverd. Het huis is een Rijksmonument.

Kinderbintjes en opkamer
Dat het huis van oorsprong 16e-eeuws is, blijkt ook als je op een donkere winteravond door de ramen van de verdieping naar boven kijkt. Je kijkt dan aan tegen dikke beschilderde eiken balken met dwars daarop aan weerszijden een rij dunnere zogenoemde ‘kinderbintjes’. Dat is een draagconstructie voor vloeren die vanaf begin 1600 vrijwel niet meer voorkomt, zeker niet bij kleinere woonhuizen.
In de 19e eeuw had het huis aan de achterzijde nog een ‘opkamer’ en daaronder volgens verkoopadvertenties een droge vorstvrije kelder, die nu verdwenen lijkt. Achter het binnenplaatsje lag een klein keukentje dat met een gangetje met het huis verbonden was.
Lange tijd bestond het pand uit een winkelwoning nr 50 en een bovenwoning met eigen opgang nr 52. In 1990 is de trapopgang met directe toegang naar boven verwijderd en komt de (niet meer in gebruik zijnde) deur direct in het restaurant uit. Het huisnummer 52 is daarmee komen te vervallen.
Honderd jaar geleden zaten hier van nr 50 tot 56 een bloemenwinkel, een slagerij en een hoedenzaak naast elkaar. Vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw zou dat veranderen. Sindsdien vallen alle drie de panden onder de hoede van het Indonesisch restaurant Redjeki en aanverwante toko. (Lees hier meer over de geschiedenis van die toko en rijsttafel in de afgelopen vijftig jaar)

Oude en nieuwe klerenverkoop
Wie het huis in de 16e-eeuw bewoonde is onbekend.
In 1600 heeft Lieven Crappioen hier een handeltje in oude kleren, een nering die in deze hoek van de stad populair was, ook in de Cellebroederstraat en om de hoek op het Vrouwjuttenland. (Deze gracht en de Lakenbrug over de Verwersdijk werden vroeger ook wel de Luizenmarkt genoemd.) Crappioen huurde het huis destijds van Gerrit Vrancken die op de Hippolytusbuurt woonde. Ook Jean Turnebust, die in 1644 het huis koopt, heeft dezelfde broodwinning.
De laatste doet echter het pand na drie jaar alweer van de hand aan Arent Blovelt, die er lang zal verblijven. Hij noemt zich meester kleermaker.
Als zijn vrouw Annitge Labeecke in 1676 overlijdt, blijken zij samen een zaak te hebben met een flinke voorraad stoffen van allerlei aard en daarnaast ook meerdere tientallen rokken, broeken, borstrokken en lijfjes voor de verkoop. Ook verkopen ze beddengoed, zoals dekens, lakens en slopen.


Kleermaker, geschilderd door Quiringh van Brekelenkam ca.1660, Montreal Museum of Fine Arts.

De moeder laat zes kinderen achter. Ter bescherming van hun erfrechten neemt de Weeskamer de inventaris van de winkel nauwkeurig op. De waarde van de winkelvoorraad wordt getaxeerd op ongeveer 450 gulden. Daar staat echter een schuld tegenover van bijna 1.200 gulden bij een zestal leveranciers die de stoffen geleverd hebben. Dat ze niet failliet zijn, komt omdat ze naast hun woning en winkel (gewaardeerd op 2.000 gulden) sinds kort ook nog eigenaar zijn van een ander huis in de Choorstraat, dat ze verhuren. Dat wordt gewaardeerd op 700 gulden.
Curieus is dat het echtpaar jaren eerder (in 1659) een stevige veroordeling heeft opgelopen voor een vergrijp dat niet meer te achterhalen is. Ze zijn toen voor een half jaar met het hele gezin uit de stad verbannen, met het dreigement dat als zij zich opnieuw aan iets schuldig maken, ze voor goed de stad zullen worden uitgezet.

Ganzenveren op zolder
Blovert hertrouwt na de dood van zijn vrouw met Jannetje van Asten. Zes jaar later wordt hij zelf ook in een kist naar de Oude Kerk gedragen. Jannetje hertrouwt daarop met kleermaker Leendert van Waarden en zet met hem de winkel voort. Als zij in 1687 haar laatste adem uitblaast, heeft zij met haar tweede man een dochtertje van anderhalf jaar en komt de Weeskamer opnieuw de zaak opnemen. De winkelvoorraden zijn nu nog groter, en de zaak blijkt zelfs redelijk te floreren, maar moet na Jannetjes dood toch verkocht worden om alle kinderen hun erfdeel te kunnen geven.  (Zie hier de winkelvoorraad in 1687)
De winkel komt dan in handen van een dochter van Arent Blovert, Elisabet, en haar man Jan Caboor, die zich naast kleermaker ook ‘beddenaer’ noemt. Dat wil zeggen dat hij ook matrassen maakt. De zolder van het huis ligt in 1687 dan ook al vol met ganzenvederen en rollen tijk.
Dit echtpaar zet de zaak voort tot 1704, maar het lijkt daarbij langzaam bergafwaarts te gaan. Tenslotte moeten zij het huis voor slechts 300 gulden verkopen, terwijl ze er zelf ooit 1.100 voor hebben betaald. Voorafgaand aan de verkoop heeft koopman Van Os uit Gouda een zaak aangespannen omdat hij nu eindelijk wel eens geld wil zien voor de 700 gulden aan stoffen die hij heeft geleverd.

Wantsnijder
In 1706 komt het huis in handen wantsnijder Dirk Bos, een man die er verder zijn hele leven tot 1752 zal wonen. Een wantsnijder is van oorsprong iemand die wollen stoffen verkoopt aan kleermakers, maar in deze periode vaak iemand die zich gespecialiseerd heeft in het maken van zeemansuitrustingen. In deze jaren trokken vele Delftenaren en ook veel vreemdelingen via Delft op goed geluk met de VOC naar Indië.
Overigens lijkt het erop dat Bos de financiering van zijn huis niet zo makkelijk rond krijgt, want een half jaar na de koop begint de verkoper nog een procedure om zijn beloofde centen te krijgen. Maar uiteindelijk lijkt dat toch te zijn gelukt.
Na Dirks dood blijft het huis nog vrij lang in de familie, maar geen van zijn nazaten blijkt het te hebben bewoond. Aan wie het is verhuurd is echter onbekend.

Melkverkopers
In de 19e-eeuw zijn het opvallend veel melkverkopers die het pand bevolken, minstens een stuk of acht. Aan het einde van de eeuw noemt een van hen zijn zaak: ‘De Delftsche Boterton’. Sommige van die melkboeren kennen hier maar een heel kortstondig bestaan, maar Arnoldus Bak en zijn vrouw Maria van de Tuin houden het hier van 1821 tot 1868 vol. Zij het dat zij tussendoor rond 1840 negen jaar vlak over de brug op de Verwersdijk verblijven in een huis dat ze daar hebben gekocht en dit pand in de Choorstraat gedurende die tijd aan een ander verhuren.


Een melkslijter, prent van J. van Varelen, 1818.

In 1853 overlijdt Baks vrouw. Drie van hun zeven kinderen zijn dan nog minderjarig. Daarom komt de notaris hun bezittingen beschrijven. In de winkel beneden staan dan een toonbank met een weegschaal en voetenbank en ook een grote klok en drie vogelkooien. En verder zijn er in de winkel meerdere melkemmers en twee jukken om daarmee langs de deuren te gaan. Verder bestaat de inventaris uit diverse kannen, maatbekers en trechters, een boterstelling en een eierrek. Achter de winkel is een klein kantoortje met een tafel en drie stoelen.
Een belangrijk deel van de bedrijfsinventaris bevindt zich op de binnenplaats, waar onder andere een koperen melkketel staat en een paar karntonnen, een melktest en een botervloot om boter te maken. Daartussen huist een varken.
De opbrengsten van de zaak zijn onder meer verzilverd in een gouden ketting, gouden oorhangers, een gouden ring, een diamanten bootje en een zilveren beugeltas van de overledene.


Delftsche Courant, 14 mrt 1886.

Wisselende winkelneringen
In 1876 koopt Jacob Gibhart Mater het pand. Hij is veerschipper die tussen Delft en Rotterdam vaart. Zijn vrouw Johanna van Schraweg beheert het huishouden op de bovenverdieping (nr. 52). De winkel en benedenwoning verhuren ze tot 1883 aan Hendrik Wijkmans, die Geldersche Waren en Comestibles verkoopt.
Daarna baat Eduard J. Levi hier zes jaar lang met de nodige tam-tam in de plaatselijke pers zijn kledingzaak “de concurrent” uit.

Delftsche Boterton
In 1889 neemt de zoon van de veerschipper de winkel zelf in gebruik en keert terug naar het oude vertrouwde concept van een zuivelhandel, onder de eerder genoemde naam “de Delftsche Boterton”.
Vanaf 1900 zit hier tien jaar de “Delftsche koffiehandel” van Wilhelmina van den Berg.


Het achterste gedeelte van de Choorstraat in 1901. Foto Gerard Niestadt.

Schoenenbazar
Tussen 1910 en 1917 breekt een onrustige periode aan, waarin huisbaas Jacobus de Jong het pand aan de ene na de andere uitbater verhuurd, te beginnen met een “4-guldens Schoenenbazar”, vervolgens een koekbakker, een timmerman en een palingboer. Ondertussen heeft de eigenaar het huis in 1914 aan de achterzijde verbouwd om meer ruimte te krijgen ten koste van het binnenplaatsje.

Bloemenhandel
In 1917 strijkt bloemenkweker Johan Wilhelmus Horstmann hier neer. De winkel wordt een verkooppunt van bloemen en planten uit zijn kwekerij buiten de stad. Na zijn overlijden in 1926 neemt zijn zoon Johan Heinrich Christiaan Horstmann de zaak over. Hij overlijdt in 1938. Zijn vrouw Jacoba van der Boom zet de zaak nog even voort, maar in 1940 doet zij hem over aan een andere bloemist, De Roo’s Bloemen, die het vervolgens zeker dertig jaar volhoudt.

Repairshop
Vanaf 1916 wordt de bovenwoning nr. 52 min of meer levenslang bewoond door bankwerker Willem van Kan. Hij is een man met gouden handjes: in krantenadvertenties biedt hij geregeld zijn diensten aan voor het repareren van ‘spreekmachines, muziekdozen en mechanische werken’, een “repairshop” avant la lettre dus.

Toko Ketjil
In 1947 koopt de paardenslager Karel Lodewijk Vrijenhoek sr. van nr 54 het pand. Hij blijft de winkel beneden aan de bloemenzaak verhuren en later, rond 1970, aan de Indonesische modewinkel en Toko Ketjil van Charles Rahardjo.
In het bovenhuis nr 52 neemt in de jaren ’60, na Willem van Kan, Simon Vrijenhoek zijn intrek, als hij de slagerij van zijn vader in het pand ernaast overneemt.


Henk van der Stelt en Kees van der Wiel



Choorstraat 50 in 2025. Foto Achterdegevels.


Balkenplafonds op eerste verdieping bij avondlicht in 2016. Foto Achterdegevels.


De oudste kadaster-opmeting omstreeks 1825.


De koopprijzen van het huis van 1644 tot en met 1898 weerspiegelen de wisselende vraag op de plaatselijke woningmarkt, met de periode 1800-1815 als dieptepunt.


De bloemenwinkel omstreeks 1960. Foto Willem van der Poel.


Een matroos in de 18e eeuw. Prent van Jan Kobell, 1798.


Verkoopadvertentie in de Delftsche Courant van 7 maart 1868.


Delftsche Courant, 15 nov. 1872.


Delftsche Courant, 22 nov. 1876.


Delftsche Courant, 18 mei 1894.


Verkoopadvertentie in Delftsche Courant, 23 juli 1876.



Delftsche Koffiehandel op een foto die in ca 1905 genomen is om het pas gerestaureerde buurpand vast te leggen. (Uitsnede) Fotograaf onbekend.


Delftsche Courant, 13 apr 1911.


Delftsche Courant, 15 juli 1915.


Delftsche Courant, 10 nov 1917.


Delftsche Courant, 17 okt 1942.


Delftsche Courant, 13 mei 1922.
Zie hier voor meer informatie over bronnen, eigenaren en bewoners van Choorstraat 50-52

Geplaatst: 16 augustus 2026
 
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft