Choorstraat 7 (en Papenstraat 85)
www.achterdegevelsvandelft.nl

Voorheen De (Vergulde) Crabbe

NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Het huidige pand op de hoek van de Choorstraat en de Papenstraat is gebouwd in 1939. De eerste 25 jaar van haar bestaan was dit nieuwe pand een kruidenierswinkel van Van Kessel. Daarna heeft het allerhande wisselende bestemmingen gekend.
Vóór 1939 stond hier een kleiner pand dat vanouds de naam De (Vergulde) Crabbe droeg. Ook dat had al eeuwen lang een winkelfunctie, al oefenden af en toe enkele meubelmakers hier hun ambacht uit. Gedurende de 19e eeuw is het pand meer dan een eeuw lang een café, annex slijterij geweest.

Ketter
In de roerige zestiende eeuw is het huis een brandhaard van het nieuwe opstandige geloof. De eerst bekende eigenaar-bewoner van dat pand was de messenmaker Cornelis Jansz, die hier sinds 1553 woonde. Als zijn vrouw Katrina Thijssendr in 1558 overlijdt, stelt hij zijn huis de Crabbe bij de Weeskamer als borg om zijn vier kinderen later hun deel uit de erfenis van hun moeder te kunnen garanderen. In 1568 wordt Cornelis verbannen wegens ketterij. ‘Huys staende opt houckxken vande Coestrate genaempt de Crabbe’ en de ‘inden selve huijse bevonden soberen huijsrade’ worden in beslag genomen. Maritghen Jansdr, met wie hij hertrouwd is, huurt vervolgens het huis voor twaalf pond per jaar terug van de overheid.

Ouderling/diaken
In 1587 vestigt zich cramer (koopman) Francoijs Allaertsz uit het Vlaamse Yperen als poorter in Delft. Jan van der Heulen, die dan in de Crabbe woont, staat voor hem borg en verkoopt hem vervolgens het huis. Francoijs treedt datzelfde jaar nog in het huwelijk met Judith Govertsdr. van Beaumont, een dochter van zeer gegoede huize. Haar vader is dan regent bij het Weeshuis en het Gasthuis en was diaken en ouderling van het eerste uur bij de nieuwe Hervormde kerk van na de Opstand.Haar grootvader was brouwer en jarenlang achtenswaardig stadsbestuurder in roerige tijden van het begin van Tachtigjarige Oorlog. Ook Francoijs is een godvruchtig man. Sinds 1594 treedt hij meerdere malen als diaken en ouderling in de voetsporen van zijn schoonvader.
In 1614 verkoopt hij de Crabbe aan Willem Jorisz Roskam. Die betaalt daarvoor 2.600 gulden, inclusief 616 gulden voor de toonbanken, tafels etcetera. Francoijs blijft hij tot zijn dood in 1625 elders in de Coestraat (Choorstraat) wonen.

Schilderijen en boeken van stadsbestuurder
Willem Jorisz Roskam handelt in (dure) stoffen, zoals satijn, damast, fluweel, floers, armosijn en bombasijn. Voor zijn handel staat hij als borduurder ingeschreven in het St Lucas kunstenaarsgilde (en als koopman bij het Nicolaasgilde). Zijn vader is stadsbestuurder en hij zal hem in 1626 opvolgen in de Veertigraad. In datzelfde jaar koopt hij ook het naastgelegen pand, “de Laars” voor duizend gulden. Bij de koop is echter het uithangbord van de Laars niet inbegrepen. Blijkbaar zitten er gebrandschilderde wapens in de ramen, die door gewoon glas vervangen moeten worden. Het nieuw aangekochte huis gaat hij verhuren.
Behalve lid van de Veertigraad is Roskam ook regent van de Kamer van Charitate (armenzorg) en in 1630 ook korte tijd binnenhavenmeester, dat wil zeggen hoofd Openbare Werken.
In 1642 overlijdt zijn vrouw Maritgen van Hogerscheijt en aan het eind van het jaar hertrouwt hij met Hester Adriaens van Bleijswijck, weduwe van Gijsbrecht van Zuijlen. Twee maanden later al, in februari 1643, ligt hij zelf in zijn graf. Na zijn dood wordt een beschrijving gemaakt van de inboedel. In het huis hangen een flink aantal familieportretten en schilderijen van diverse bekende schilders zoals een stilleven met boeken van Jan Davidsz de Heem; een kwakzalver van Dick Hals; een keukentafereel van Cornelis Jacobsz Delff en een landschap met dieren van Roelant Savery. Verder onder meer een stilleven met fruit van Willem Heda, een landschap van Herman Saftleven, en doeken van Hans Jordaens en de Utrechtse schilder Terbrugge.


Keukentafereel door Cornelis Jacobsz Delff. (Geveild Sotheby 2009)

Ook Roskam was recht in de leer, gezien het grote aantal religieuze werken in zijn boekenkast, zoals: Protocol van Pieter van Ceulen, gehouden in Leeuwarden; de Sinode van Dordrecht; een boek over de Drie Evangelisten door Calvijn; de uitlegging over de openbaring van Johannes door Henricus Bulingerus; de uitlegging over de catechismus door Acronium Vrisum predikant tot Schiedam; en een Reijsbouck over de ganse Heilige Schrift. Maar daarnaast ook een werk van Tacitus en een ‘Verantwoordinge van de wettelijcke regeeringe van Hollandt ende Westvrieslandt’ door (de gevluchte) Hugo de Groot. (Zie hier de complete schilderijen- en boekenverzameling van Willem Roscam.)

Zijdehandel
Na de dood van Willem Roskam verkopen de voogden van zijn kinderen de twee huizen met inboedel voor 5.100 gulden (en 200 gulden voor losse goederen) aan Adriaen Gerritsz van Beijeren. Hij koopt ze voor zijn minderjarige zoon Abraham van Beijeren, die zich ook op de handel in zijdestoffen gaat storten en daarvoor een groot deel van de winkelvoorraad van Roskam overneemt.
Abraham trouwt met Agatha Joosten van Lodensteijn en krijgt met haar vijf kinderen. Abraham overlijdt in 1653. Agatha hertrouwt vervolgens met Gillis Gromme, met wie zij op de Hippolytusbuurt (nr 7) gaat wonen. De panden aan de Choorstraat verkoopt ze elk afzonderlijk.

Aan lager wal
De Crabbe komt nu in bezit van Sara Gerritsdr van Beijeren, weduwe van ijzercramer Gerrit Adriaensz van Noorden. Zij krijgt in 1655 tachtig gulden toegezegd voor de schade die het huis heeft opgelopen bij de explosie van buskruitmagazijn bij de latere Paardenmarkt. In 1673 overlijdt zij hier op de hoek van de Choorstraat en de Papestraat. (Vermoedelijk per vergissing wordt zij daarbij weduwe van Hendrik van Noorden genoemd.) Het huis is dan waarschijnlijk al enige tijd eigendom van haar zoon Adriaen van Noorden, die van beroep schrijnwerker (meubelmaker) is. Zijn zoon Gerrit van Noorden trouwt in 1675 met Jobke van der Maes en volgt hem op als bewoner van de Crabbe. Het echtpaar krijgt vier kinderen. Gerrit is kleermaker en dat blijkt geen vetpot. Na zeven jaar huwelijk sterft hij in 1684 onder vrij droevige omstandigheden. Zijn hele inboedel bestaat uit niet veel meer dan een bed, twee dekens, acht stoelen een ‘oud tafeltje’, ’12 ouwe stuckges schilderij’ en wat armzalig kookgerei. Na aftrek van alle schulden hebben zijn kinderen als ze volwassen zijn elk nog drie gulden te verwachten van de Weeskamer. Hun moeder moet de Crabbe verlaten en hertrouwt met een soldaat.
Het huis is waarschijnlijk nooit eigendom van Gerrit geweest. De Kamer van Charitate (armenzorg) verkoopt het in 1687 voor 970 gulden. Steffenia en Annetge van Noorden, zusters van Gerrits vader Adriaan,  waren inmiddels beland in het Oude Vrouwenhuis aan de Schoolstraat en hebben levenslang recht op inkomsten uit een legaat van hun broer. Daar maakt de Kamer nu aanspraak op. Die kan alleen verzilverd worden met de verkoop van het huis uit zijn nalatenschap. Gerrits kinderen doen later ook nog een poging daar wat van te krijgen.

IJzerwinkel
Koper van het huis is knopenmaker Cornelis Sas. Hij woont aan de overzijde van de Choorstraat in het huis De Vliegende Kat (vermoedelijk nr 10) en gaat de Crabbe 24 jaar lang verhuren. Als hij in 1721 het huis aan boekdrukker Jacob Kloeting verkoopt, blijkt diens zuster Geertruid daar al geruime tijd de huurster. Zij is weduwe van Johannes Mensert en drijft er een ijzerwinkel, die zij als huurster van haar broer voortzet. Jacob drukt zijn boeken in het Gulden ABC op de Markt. Als hij in 1731 sterft, erft zijn zuster de Crabbe.
Na de dood van Geertruid Kloeting in 1740 wordt de boedel verdeeld tussen haar vier kinderen. Haar zoon Joris Mensert erft alle boekschulden van de ‘ijzerkramerswinkel’ van de overledene en koopt zijn broers en zussen uit om het huis over te nemen. Maar lang zet hij de ijzerhandel niet voort. Als in 1743 verkoopt hij het huis dat de inmiddels ‘Vergulde’ Crabbe heet voor 900 gulden aan Willem Verhoeven uit Maassluis.


Choorstraat in 1901, met op de hoek van de Papenstraat de halsgevel van De Crab. (Foto Gerard B.H. Niestadt)

Meubelmakerij
Van Verhoeven weten we alleen dat hij uit Maassluis komt, maar hij is slechts vier jaar eigenaar. In 1747 doet hij het huis alweer met verlies voor 750 gulden over aan Benjamin van den Velden, die er als cabinetwerker opnieuw een meubelmakerij vestigt en dat twintig jaar volhoudt. Zijn vrouw overlijdt in 1766, hij hertrouwt met Frederica Nieuwenhuijzen. Als deze twee jaar later weduwe wordt, verkoopt zij het pand aan de bejaarde ongehuwde Maria van den Boogaard.

Pension met vurig patriot
Vier jaar later krijgt het pand alweer een nieuwe eigenaar: brouwersknecht Frederik Steenmeijer, die hier samen met zijn vrouw Catharina Koek een soort pension gaat runnen. Als haar man in 1784 sterft, zet zij de nering voort tot zij in 1786 met een van haar commensalen hertrouwt en vervolgens het pand verkoopt. In het pension strijken veel migranten neer die zich in de stad willen vestigen vanuit plaatsen als Zwolle en Kleef. Een van hen is in 1780 cabinetwerker Joost Vrijdag. Hij zal zich al snel ontpoppen als een van de voorlieden van de patriottenbeweging in Delft, een politieke beweging die zich afzette tegen het Oranjehuis en de gesloten regentenkaste die de maatschappij domineerde. Op straat uitten zij dat vooral met manifestaties van hun in 1783 nieuw opgericht Schutterlijk Genootschap van Wapenoefening “ Tot herstel der Delftsche Schutterij voor Vrijheid en Vaderland” als tegenhanger van de oude schutterij, die in hun ogen was verworden tot een slap borrelnetwerk van de elite. Vrijdag speelt in dat genootschap een voortrekkersrol. In augustus 1787 weet de plaatselijke patriottenbeweging mede onder zijn leiding elf leden van de Veertigraad (het zichzelf coöpterend stadsbestuur) te dwingen hun raadszetels af te staan aan patriottisch gezinde burgers. Deze stadhuisrevolute in Delft blijkt echter van zeer korte duur. Het Oranjehuis doet een beroep op Pruisische troepen om al na enkele weken de ‘orde’ te herstellen. Vervolgens vieren opgetrommelde Oranje-aanhangers uit Den Haag in Delft een bijltjesdag. Bij bekende patriotten worden de ruiten ingegooid en huizen geplunderd. Joost Vrijdag is daarbij een van degenen die het het zwaarst te verduren krijgt. Hij was inmiddels op de hoek van de Schoolstraat en de Oude Delft een nieuwe zaak begonnen. Daar wordt nu alles grondig kort en klein geslagen. Volgens de verhalen wordt daarbij ook zijn pas geboren kind mishandelt. Samen met andere voorlieden van de patriottenbeweging wordt Joost voor altijd uit de stad verbannen. Hij gaat in ballingschap, eerst in Antwerpen en na de Franse Revolutie in 1789 in Duinkerken. In 1795 keert hij met het Bataafs Legioen met steun van de Fransen weer in de stad terug.

Leerhandel annex tapperij
In 1786 is ondertussen pension De Vergulde Crabbe voor het relatief hoge bedrag van 1200 gulden verkocht aan Alida op de Kleijnenool, een bemiddelde weduwe die enkele weken daarvoor is hertrouwd met Guilliame Deuninck.  Ze beginnen een ‘leerkopers affaire’ in het pand, maar schenken er ook sterke drank. Het echtpaar werkt en woont op de benedenverdieping, de bovenwoning verhuren ze. Deze functiescheiding bestond wellicht al langer, maar blijft in elk geval sindsdien intact. De redelijk hoge verkoopprijs in 1786 in een tijd dat elders de huizenprijzen doorgaans daalden vanwege de slechte woningmarkt, zou er op kunnen wijzen dat het huis in de tweede helft van de 18e eeuw stevig vernieuwd is. De halsgevel die in 1939 gesloopt is, zou daar ook wel bij passen.
Als Deuninck in 1805 voor de tweede maal weduwnaar wordt, gaat hij enige tijd drank tappen op de Hippolytusbuurt. Zijn stiefzoon, kleermaker Arend Huussen bewoont dan enige tijd De Crabbe, maar al snel komt Deuninck met een nieuwe echtgenote weer op zijn vertrouwde stek terug. Het bovenhuis is ondertussen een duiventil waar niemand langer dan een paar jaar lijkt te wonen, voor zover althans huurders uit die tijd zijn te achterhalen.
Op 12 juni 1849 overlijdt Deuninck hier op 86-jarige leeftijd. Hij is inmiddels driemaal getrouwd geweest. Zijn zoon en erfgenaam Leendert Willem Deuninck (boekhouder) sterft twee weken later. Diens weduwe verkoopt de “Vergulde Krabbe” daarop aan timmerman-aannemer Lucas Bartholomeus Denie, een huisjesmelker die meerdere panden in Delft verhuurt, zo ook deze kroeg. 


Cafévertier, aquarel van Isaac Israëls (1875-1934). (Collectie Rijksmuseum)

Café en slijterij
In 1871 verkoopt Lucas Denie de Vergulde Krabbe aan Theodorus Post. Die heeft dan, naast zijn werk als smidsknecht , al ruim twintig jaar als huurder met zijn vrouw Johanna Bruinhout de tapperij van Deuninck voortgezet. Na een paar jaar doet hij het café over aan zijn zoon Leendert Post, die het na de dood van zijn vader in 1877 van zijn moeder koopt. Naast bier per glas probeert hij ook Noord-Brabantsch dubbel-gerstbier van een brouwerij uit Oudenbosch per fust of fles aan de man te brengen.
In 1880 verkoopt hij het café annex slijterij aan Johannes Wessel van Kan, die vervolgens meer dan dertig jaar de kroeg bestiert. In 1911 verhuist hij zijn zaak naar ‘Café Amsterdam’ even verder op in de Papestraat (nr 13). Het café op de hoek van de Choorstraat komt dan in handen van bierhandelaar Johannes Post. Die vindt een nieuwe uitbater voor het café in Johann Wilhelm Kormann, van huis uit glasblazer, geboren in Rusland. Deze overlijdt in 1919. Het café sterft vervolgens een zachte dood. Zijn weduwe Elsa Nitschelm verkoopt er naast de tap nog vijf jaar wat kruidenierswaren.

Magazijn het Lichtpunt
In 1924 vestigt Adriaan van der Reijken hier een electronicawinkel en fietsenhandel “Magazijn ’t Lichtpunt”,  een baken van de nieuwe tijd. Vier jaar later neemt hij ook het pand over van de bierhandelaar. Radio’s, stofzuigers en lampen verkopen goed in de jaren ’ 20. In de daarop volgende crisis gaat de zaak in 1934 toch failliet. Van der Reijken weet echter als huurder toch nog vijf jaar een doorstart te maken. Het pand is dan inmiddels uit het faillissement verkocht aan Petrus Paulus Osendarp, de uitbater van de nabijgelegen visbank. In 1939 gaat definitief het licht uit in Magazijn het Lichtpunt.


Bouwtekening van het nieuwe pand in 1939, dat vooral meer woongelegenheid bood.

Nieuw pand met kruidenierswinkel
Eigenaar Osendarp besluit het pand met haar 18e eeuwse halsgevel te slopen en te vervangen door een strak nieuw pand met een forse gevel en ingang in de Papestraat (nr 85) die meer woonruimte biedt boven de winkel. Na de verbouwing verhuurt Osendarp de winkelruimte aan het levensmiddelenbedrijf Van Kessel, die er circa 25 jaar kruidenierswaren verkoopt.

Tot slot nog van alles wat
In 1974 komt het pand in handen van een vastgoed eigenaar, die de winkelruimte aan allerhande wisselende winkeliers verhuurt, om te beginnen aan de naastgelegen muziekhandel Hees, die er onder andere concertkaartjes verkoopt. Vanaf 1984 tot na 2000 zit hier lange tijd Uitzendburo Manpower.  In 2013 wordt hier dameskleding verkocht, drie jaar later koffers en plastic afwasteiltjes en sinds 2018 worden er sapjes geschonken.


Home-Mixture bazar in 2016. (Foto Rein Koster)

George Buzing, Henk van der Stelt en Kees van der Wiel


Het hoekpand Choorstraat 7/ Papenstraat 85 in 2025. (Foto Henk van der Stelt)


Het oude hoekpand ‘De Crab’ van voor 1939 met 18-eeuwse halsgevel in 1934. (Fotograaf onbekend)


Familieapen van Willem Jorisz Roscam, als lid van de Veertigraad, circa 1780 getekend door Willem van der Lely in zijn wapenboek van Hollandse bestuurders.
(SAD 176-5, folio 9)


Stilleven met fruit en glaswerk door Willem Claesz Heda. (Geveild Sotheby 1997)


Landschap met vogels (waaronder een dodo) door Roelant Saverij. (Kunsthistorisch Museum Wenen)


Stilleven met ‘oude bouckgens’ van Jan Davidsz de Heem, 1628. (Collectie Mauritshuis)


Landschap door Herman Saftleven. (Collectie Museum Boijmans-Van Beuningen)


Portret van de Zwitserse theoloog Henricus Bulingerus (1504-1575).


De Crab vlak voor de sloop in 1939, destijds het onderkomen van Magazijn ’t Lichtpunt. (Foto Openbare Werken)


Haagse Oranjegezinden plunderen huizen van Delftse patriotten. (Tekening Jacobus Buijs, 1787)


Plattegrond van De Crab op de oudste kadasterkaart van omstreeks 1825. De bebouwing liep aan de achterzijde door achter het buurpand. Vermoedelijk had dat zijn oorsprong in de 17e eeuw, toen beide panden geruime tijd in handen van dezelfde eigenaar waren.


Cafébaas Leendert Post had wat nevenverdiensten. Delftsche Courant, 17 april 1878.


Delftsche Courant, 22 april 1911.


Glasscherven. Delftsche Courant, 1 mei 1920.


Delftsche Courant, 22 aug. 1924.


Delftsche Courant, 25 april 1930.


Delftsche Courant, 31 aug. 1934.


Kruidenier Van Kessel in 1960. (Foto Willem van der Poel)


Delftsche Courant, 24 jan. 1940.


Eerste steen van net nieuwe pand.
(Foto Henk van der Stelt)





Muziekinstrumenten-handel Versteege in 1982. (Foto Openbare Werken)


Uitzendbureau Manpower in 2001. (Foto Kees Spiero)


Zie hier voor meer informatie over bronnen, eigenaren en bewoners van Choorstraat 7

Geplaatst: 3 oktober 2025
 
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft