Schiekade 1-5
www.achterdegevelsvandelft.nl
Het Kruithuis moest buiten de stad verrijzen
Kort luisterverhaal op Omroep Delft Radio
door Aad van Tongeren (14-11-2023)

De Delftse Donderslag markeert het begin van de geschiedenis van het Kruithuis in de huidige vorm en op de huidige plaats aan de Schiekade. Op 11 oktober 1654 omstreeks half elf in de ochtend leidde Cornelis Soetens, de opzichter van het kruitmagazijn bij de Paardenmarkt in de stad een Haagse gast rond. Hij manoeuvreerde onhandig met zijn lantaarn, stak daardoor het kruit in brand, met een enorme explosie als gevolg. Deze verschrikkelijke gebeurtenis is de geschiedenis ingegaan als de Delftsche Donderslag. Volgens de verhalen moet de hevige knal tot op het eiland Texel te horen zijn geweest. Zie ook Oude Delft 36.
Het ongeluk vond plaats in het voormalige Clarissenklooster dat in het noordoosten van de stad stond, tegen de stadswal aan, ongeveer waar nu de Paardenmarkt is. Dit Clarissenklooster werd na de “veranderinghe van godtsdienst tot een magazijn voor salpeter en nadere materialen, noodig voor het maken van buskruit en andere oorlogsnoodwendigheeden gebezigd”. Zo luidt de omschrijving van Reinier Boitet, de 18e eeuwse stadsbeschrijver. Het voormalige kloostercomplex deed dus na de reformatie dienst als opslag voor springstoffen.
Na het ongeluk werd het nieuwe Kruithuis ”een kanonschoot ver van de stad afgelegt, ter voorkominge van alle onheilen en rampen, die by ongeluk hier uyt konnen ontstaan, en daar deze stad zulk een droevige ondervinding van gehad heeft”, aldus Boitet.

Pieter Post, de ontwerper
Het Kruithuis, zoals het nu nog steeds heet, was overigens niet de vervanger van het ”Secreet van Holland”, de in de lucht gevlogen opslagplaats in het Clarissenklooster. De gezamenlijke provincies wilden weer een opslagplaats in Delft vestigen, maar het stadsbestuur bepaalde dat deze ten minste anderhalve kilometer buiten de stad moest liggen. Toen de besprekingen over de vervanging van het opgeblazen magazijn zich bleven voortslepen en zelfs waren vastgelopen, werd besloten dat het kruit door de fabrikanten zelf zou worden opgeslagen. Die opslag kwam dus in een nieuw te bouwen complex aan de Schie in de Lage- of Abtswoudsepolder ten zuiden van Delft.
De architect en bouwmeester Pieter Post kreeg in januari 1659 van de Raad van State opdracht voor het ontwerpen van dit 'polvermagasijn'. Op 6 februari keurde de Raad het door Post gepresenteerde plan goed en droeg hem op de bestekken te maken. In 1661 werd het nieuwe complex opgeleverd.
Pieter Post was in zijn tijd een beroemde man. Hij werd geboren in Haarlem in 1608 en begraven in Den Haag in 1669. Hij was de zoon van een Leidse glazenmaker en werd opgeleid als kunstschilder. Alszodanig werkte hij een aantal jaren in Rome.
Terug in Nederland kwam bij in dienst bij bouwmeester Jacob van Campen, die hij assisteerde bij onder meer de bouw van het Mauritshuis.
Na het overlijden van Van Campen is hij doorgegaan als bouwmeester. In 1645 werd hij de hofarchitect van stadhouder Frederik Hendrik en diens echtgenote Amalia Van Solms. Hij vertegenwoordigt in bouwstijl het Hollandse classicisme en werd een zeer bekend man, die vele Hollandse stadsbesturen als opdrachtgever had.
Het Kruithuiscomplex bestaat uit een poortgebouw, een pak- en kuiphuis of waaggebouw, waarin tevens een granaathuis gelegen is, en twee torens. Uit veiligheidsoverwegingen bouwde men die twee kruittorens midden in het water, een grote rechthoekige vijver. Daar werd het kruit bewaard. Een kanaal verbindt nog steeds dit waterbassin met de Schie. In het poortgebouw zijn in feite een water- en landpoort gecombineerd. Daardoor wordt een dubbele afsluiting gevormd: voor de watergang onder de toren en voor de erboven gelegen ingang vanaf de weg.
De beide torens waren met elkaar en met de wal verbonden door middel van een dijk, twee valbruggen en een eilandje. Het eilandje, de dijk en de beide valbruggen zijn in de loop van de tijd verdwenen. De ingangen van de torens werden voorzien van twee dubbele deuren. De binnenste deuren waren bekleed met koperen platen. Al het hang- en sluitwerk was van koper om vonkvorming tegen te gaan.




Oude kaart van Delfland met een
stuk van de Schie. Het Kruithuis
was hier nog niet gebouwd. In de
buurt van de molens is eeuwen
later de Kruithuisweg aangelegd.
(Oud Archief Delfland).

Vroeger waren de twee kruittorens via een eilandje met elkaar en met het land verbonden. (Tekening Erfgoed Delft Gemeentearchief)
Hier geen explosie
In de torens kon men maximaal 400.000 pond kruit opslaan. Het pakhuis en het waaghuis werden gebruikt om het kruit te wegen en te verpakken. Beide torens en het pakhuis hebben een gemetseld boogvormig gewelf. De muren zijn aanzienlijk dikker dan het gewelf. Bij een eventuele ontploffing zou dan alleen het dak de lucht in gaan en zou de drukgolf naar boven gaan. Of deze theorie ook in de praktijk zou werken, bleef onbekend. Een dergelijke ontploffing is er nooit geweest.
Het granaathuis, heeft als functie het vullen en opslaan van de granaten. Daarnaast zijn er twee zogenoemde Corps de Garde (wachthuizen); een voor de officieren en een voor de soldaten. Daartussen was een proefkamer om de kwaliteit van het kruit te toetsen. Aan de achterzijde van dit gebouw is nog een deur met houtsnijwerk dat het oorspronkelijke gebruik van het pand uitbeeldt. De naam van deze proefkamer werd in de loop der eeuwen verbasterd tot Kortegaard.
Het gehele Kruithuiscomplex wordt door een muur gescheiden van de weg langs de Schie. De weg gaat over de stenen brug. Op die brug staat ook het poortgebouw. Schepen konden bij de kruittorens komen via het kanaal dat onder weg en poort door loopt naar de vijver.
Boven de ingang van de poort is het wapen van de Hoogmogende Heren der Staten Generaal aangebracht. We zien de Nederlandse Leeuw die zeven pijlen vasthoudt, symbool van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De gevel is verder versierd met kruitvaatjes en ander decoraties, die het gebruik van het pand symboliseren.
In het Poortgebouw is een opkamer, de Poortkamer, die uitzicht biedt op beide zijden van de Schie. De houten schouw uit 1662 is nog origineel en toont ook weer het wapen van de Republiek, de gouden leeuw met in zijn klauw zeven pijlen. Daaronder in een banier de wapenspreuk Concordia res parvae crescunt, wat vrij vertaald “eendracht maakt macht” betekent. Het beschilderde plafond, waarin de zeven pijlen steeds terugkomen, is nog van de originele kleuren en symbolen voorzien.
De bakstenen loods aan de zuidzijde van het complex, die achter het tegenwoordige pak- en kuiphuis is gebouwd, is door het Ministerie van Defensie in 1906 neergezet om meer opslagruimte te krijgen. Het woonhuis van de militaire beheerder aan de noordzijde van het complex werd rond 1910 gebouwd.

Laatste vijftig jaar
De Koninklijke Landmacht heeft het Kruithuis tot 1940 in gebruik gehad. Tijdens de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog is er door aanvallende Duitse parachutisten slag geleverd om het complex.
Voor zover nu bekend hebben er na de Tweede Wereldoorlog geen wapens en munitie meer in de gebouwen gelegen.
Het kwam in bezit van de Koninklijke Luchtmacht en werd het gebruikt om militaire goederen op te slaan.
In 1961 kwam het door ruiling met defensie in handen van de gemeente Delft. Defensie kreeg als tegenprestatie gronden aan de Westlandseweg ten behoeve van de indelingsraad, waar de militaire keuringen plaatsvonden.
In het Kruithuis hebben korte tijd een aantal kunstenaars de ruimtes gebruikt als atelier. Daarna is de padvinderij er in getrokken. Die heet nu Scouting Nederland. Men zit er samen met de studenten roeivereniging Proteus-Eretes.
Jaren lang hebben veel vrijwilligers gewerkt aan het geschikt maken van de ruimtes voor de verschillende groepen. Het benodigde geld kwam binnen door verhuur.
In 1994, na 35 jaar, besloot de gemeenteraad om het complex te privatiseren. Het moest een kunstcentrum worden.
De huurders van het eerste uur, Scouting en de roeivereniging, mochten vertrekken. Na veel actie en politiek gekrakeel werd in 1997 een eeuwigdurend pachtcontract getekend, waarin Scouting Delfland het gehele complex om niet, van de gemeente in pacht kreeg.
De gemeente nam in 1998 de restauratie op zich. In 2000 werd die afgerond. Het Kruithuis werd in september van dat jaar officieel geopend met een kanonslag - die waarschijnlijk niet op Texel te horen is geweest.
Sinds die tijd maken binnen en buitenlandse scoutinggroepen gebruik van dit prachtige historische complex.


 
Samenvatting Piet van der Eijk
Tekst ontleend aan een publicatie van scouting Delfland.

NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.


De fraaie ingang langs de Schiekade.


Op het binnenterrein met een van de kruittorens.


Van bovenaf is goed te zien hoe het complex is opgebouwd.


Archieffoto van de Schie richting Delft. Linksonder heel klein het Kruithuis.


Portret van vermoedelijk Pieter Post, de 17e eeuwse architect van het Kruithuis. (Particuliere collectie)


Deze 18e eeuwse tekening van het Kruithuis hoort als randplaat bij de Kaart Figuratief van Delft.


Het Kruithuis in 1917.


Een tekening voor de buitenmuur, nog zonder het poortgebouw. (Erfgoed Delft Gemeentearchief)


Ontwerp voor de schouw in het poortgebouw (Erfgoed Delft Gemeentearchief).


Oude luchtfoto. De Kruithuisweg is nog in geen velden of wegen te bekennen.


Het lijkt alsof de stad rondom dit complex niet bestaat.
Zie hier voor meer informatie
Geplaatst: 4 mei 2010 / Laatste wijziging: 13 juni 2024
 
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft