| Verwersdijk 164 | www.achterdegevelsvandelft.nl | |||||
![]() |
||||||
| Verborgen Schat en stadsboerderij van de familie Van Witteloostuijn | Kort luisterverhaal op Omroep Delft Radiodoor Bram Klapwijk (13-12-2022) |
|||||
| Verwersdijk 164, een oud zestiende
of vroeg zeventiende-eeuws pandje met trapgevel, was de hele 19e
eeuw een melkhandel/boerderij van de familie Van Witteloostuijn.
Vanaf 1821 woonden hier de in Monster geboren melkboer Jacobus van
Witteloostuijn (1797-1844) en zijn vrouw Wijntje Mooiman. Hij was
toen 24 jaar en had het pand net gekocht. Het terrein liep achter
verschillende huizen aan de Verwersdijk door, rond het
achterliggende slop de Asput. Dat slop geeft nog steeds tevens
toegang tot het Hofje van Pauw. Zijn voorganger Hendrik Mulder betaalde in 1809 patent voor het beroep van tuinder. Vermoedelijk hield hij geen koeien, maar wel had hij in een voormalig huisje achter in de Asput een varkensschuur. Maar ook reeds in de tweede helft van de zeventiende eeuw was er achter dit huis een grote stal of pakhuis. Het huis (en een groot deel van de pandjes in de omgeving) was toen eigendom van slager Arent Corstiaensz Oversloot, die het huis de naam de “Grijze (Vette) Os” gaf. Het pand is bij de buskruitramp van 1654 zwaar beschadigd, maar daarna opnieuw opgebouwd.
|
NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.![]() De huidige gevel van Verwersdijk 164.
|
|||||
|
Eerste generatie Van Witteloostuijn |
![]() |
|||||
|
Verder bestond het boerengereedschap onder andere uit: een melkjuk, 48 melktesten (aardewerk kommen om de melk in te romen te zetten), boterteemsen, twee karntonnen met toebehoren voor het boter maken, twee botervlootjes, veertien botertonnen, koperen schalen en een ijzeren evenaar met koperen gewichten. Ook waren er attributen voor het kaasmaken, zoals een wringkuip, een wringtobbe, een kruimeltobbe, een kaasmes om de stremmende melk klein te snijden en een kaaspers en een weikuip waarin de wei die bij het kaasmaken overbleef op te vangen als varkensvoer. Tenslotte was er nog een spekbak. Zuivelproductie was ongetwijfeld hoofddoel van het bedrijf, maar men mag aannemen dat de meeste koeien melkend vetgemest werden voor de slacht en afdoende geregeld ingewisseld werden voor nieuw aangekochte oudere koeien. Het vrijwel ontbreken van kalveren en hokkelingen wijst er wel op dat het bedrijf niet erg gericht was op het opfokken en duurzaam grootbrengen van een eigen veestapel. Dat gold overigens voor de meeste stadsboerderijen. |
![]() Een stuk land dat Jacob van Witteloostuyn pachtte kwam in de verkoop. Delftsche Courant, 7 dec. 1858. |
|||||
|
Tweede generatie Zijn veestapel bestond op dat moment uit: 32 koeien (zeven op
land in de Plaspoelpolder dat hij huurde van zijn broer Dirk van
Witteloostuijn, boer op de Buitenwatersloot; twaalf op land dat
hij pachtte van baronesse Sirtema van Grovestins, vermoedelijk in
de Krakeelpolder; en dertien op zeven hectare eigen land in Klein
Vrijenban buiten de Haagpoort). Verder had hij twee paarden en
drie varkens en een partij kippen. De inventaris van het bedrijf bestond verder uit een
boerenwagen, een driewielige kar, drie kruiwagens, een melkwagen,
tien melkkannen; melktesten en een kaaspers; een spoelingkist en
spoelingpomp; een put met koemest en een mestwagen en nog wat
gereedschap. In huis was een partij spek, een partij boter en een
kleine voorraad melk. Van Witteloostuyn had vergunning om zijn
mest met een afgedekte mestkar af te voeren via het Kalverbos en
de Haagweg.
Derde generatie Logement ‘de Bijenkorf’
Voor het logement waren op zolder elf slaapkamertjes getimmerd, plus een grotere kamer aan de achterzijde. Van 1933 tot 1947 was journalist Arie Dijkxhoorn de eigenaar. Het pand kreeg in 1937 een bestemming als verenigingsgebouw voor RK Jongeren en de RK Democratische Partij en werd belangeloos opgeknapt door werkloze leden. Behalve aan verenigingsactiviteiten moest het ook onderdak bieden aan werkloze jongeren en alleenstaanden die zich geen kosthuis konden permitteren. Ze konden in het logement kost en inwoning krijgen naar draagkracht. Het goed bedoelde initiatief vond kennelijk maar weinig aftrek. Geregeld werd er voor de kamers geadverteerd en al snel werd het logement ook opengesteld voor ‘andere gezindten’. Na een jaar werden de kamers verhuurd tegen een vaste prijs van fl 2,50 per week, wasgoed en koffie inbegrepen.
Verborgen Schat Het pand werd in 1950 grondig "gerestaureerd'. Vergelijking van
een foto uit de tijd van Van Witteloostuyn en die van de huidige
situatie maakt duidelijk wat er is gebeurd: de onderpui is
radicaal gewijzigd; de entree verhuisde naar de zijkant, het oude
klassieke voorvertrek waar je zo binnenstapte verdween (evenals de
opkamer). Bij goede observatie blijkt ook dat de trapgevel een
treetje hoger werd gemaakt, omdat dat 'authentieker' werd geacht
en dat ook alle muurankers uit de gevel zijn verdwenen. Inmiddels
is de gevel vrij recent nogmaals opgepoetst. Boven de voordeur
werd in het bovenraam een embleem aangebracht van De Verborgen
Schat, ontleend aan een stempel van een 18e eeuws kerkelijk zegel.
Lees hier verder over de Grijze Os in de 17e en 18e eeuw. |
. |
|||||
| Kees van der Wiel | ||||||
| >> Nadere informatie over Verwersdijk 164
>> Zie voor de achtergronden van stadsboerderijen in Delft het artikel“Koeien melken aan de gracht” |
||||||
| Geplaatst: 1 november 2017 / Laatste wijziging: 21 april 2025 | ||||||
| www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft | ||||||