Voldersgracht 7 www.achterdegevelsvandelft.nl

De (Gulden) Olyfant, helaas zonder gevelsteen NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.
De geschiedenis van Voldersgracht 7 bevat nog een aantal raadsels. Het huis oogt aan de buitenzijde niet echt oud, maar dat kan schijn zijn. Vermoedelijk gaat het deels toch terug tot een vrij groot en voornaam huis dat hier in de zestiende en zeventiende eeuw stond, met de zijgevel aan de Papenstraat en de achtergevel in de Halsteeg, toen nog Zeepsteeg geheten. Het huis heette destijds ‘De Olyfant’. De naam en bijbehorende gevelsteen zijn later verhuisd naar een pand op de plek van het huidige Voldersgracht 13, dat in 1887 met gevelsteen gesloopt is. Mogelijk heeft een ingrijpende verbouwing aan het eind van de 18e eeuw Voldersgracht 7 in grote lijnen zijn huidige aanzicht gegeven.

De Gulden Olifant
Tussen 1560 en circa 1580 was het huis De Olyfant het onderkomen van Jan Aelbrechtsz. Hij was laeckenkoper, dus handelaar in geweven wollen stoffen. Zijn nering sloot aardig aan op de activiteiten die hier in de Middeleeuwen de gracht haar naam hebben gegeven. Toen Jan was overleden deed zijn weduwe, Geertje Claesdr, vervolgens goede zaken door te hertrouwen met Cornelis van Coolwijck. Deze Van Coolwijck was rentmeester over alle genaaste klooster- en kerkgoederen na de Reformatie, en tevens stadsbestuurder. Hij trok bij zijn nieuwe eega in. Er zal toen wel wat verbouwd zijn, want hij zat goed bij kas. Bij de heffing van het haardstedengeld in 1600 bewoonden zij een woning met maar liefst 10, en later 12, stookplaatsen. Ook het huis ernaast, ‘De  Pauw’, hadden ze toen bij hun woning getrokken. Dat grensde ook aan de achterliggende Zeepsteeg. In andere vermeldingen uit de 17e eeuw wordt de suggestie gewekt dat de hoofdgevel zich toen mogelijk in de Papenstraat bevond. Het huis werd in die tijd ook wel ´De Gulden Olifant` genoemd.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw vensterKlik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Links van het midden de Voldersgracht rond 1675. Op de hoek met de Papenstraat het huis. Er tegenaan in de Halsteeg een pand met een voorgevel in de Papenstraat.In 1832 is er geen eigendom meer in de Halsteeg.De situatie nu onveranderd.

Landhuis De Olifant
De Delftse binnenstad werd ondertussen wel een beetje krap voor deze Van Coolwijck. In 1591 zette een royaal landhuis neer op een van de landerijen die hij beheerde op het eiland Voorne dat hij eveneens ´De Olyfant´ noemde.
Het kasteeltje werd in 1975 min of meer verdrongen door een industrieterrein bij Heenvliet. Omdat het daar uitbreiding van de moderne economie ernstig in de weg stond liet de gemeente Rotterdam het toen steen voor steen afbreken en elders, in het Zuiderpark, weer in dezelfde staat opbouwen, inclusief een gevelsteen met olifant.
De verplaatsers suggereerden destijds dat het huis zijn naam De Olifant te danken zou hebben aan de lucratieve handel van Van Coolwijck in ivoor. Dat moet haast wel een fabel zijn, want de naam Olyfant was in Delft al als huisnaam in gebruik bij de lakenhandelaar die voor hem dat huis aan de Voldersgracht  bewoonde, en in die tijd werd er door Hollanders nog in het geheel geen handel met Afrika gedreven.Ondanks hun landhuis bij Heenvliet bleef de familie Van Coolwijck Delft nog enkele generaties trouw. Een kleinzoon van deze Van Coolwijck woonde halverwege de 17e eeuw als regent op het gouden rijtje aan de Oude Delft. Het huis op de hoek van de Papenstraat en de Voldersgracht hadden ze ondertussen overgedaan aan dr. Nicolaas Bogaerts, arts en chirurgijn. Diens nazaten zouden in 1670 het huis weer splitsen, waarbij ´De Pauw´ weer een eigen leven ging leiden.

Olifant op stap
In 1735 begon Adriaan Ruygrock hier een broodbakkerij. Het pand droeg toen nog steeds de naam De Olifant, al was het een stuk kleiner van omvang dan een eeuw daarvoor. Het bestond echter wel uit ´twee separate woningen´, waarvan Ruygrock er één verhuurde voor ƒ 200 per jaar. In 1749 woonde hier de gewezen postmeester Jan Blondijn.
Het pand is sinds 1735 bijna twee eeuwen lang een bakkerszaak gebleven, en ook vrijwel al die tijd dubbel bewoond. Een korte tijd, tussen 1904 en 1929 zijn de twee woningen ook in aparte eigendommen gesplitst geweest.
De naam van het huis en de gevelsteen met olifant verhuisde omstreeks 1800 naar een andere bakkerij verderop aan de Voldersgracht, ter hoogte van het huidige nummer 13. Daar werden aan het einde van de 18e eeuw een aantal panden door verbouwing samengevoegd. Waarschijnlijk is in diezelfde tijd ook dit huis destijds vrij ingrijpend verbouwd, waarbij de oude gevels en zolderkap werden vervangen door de huidige. Wanneer dat exact is gebeurd is helaas tot nu toe onbekend.Het grootste deel van de 19e eeuw waren Anthony Wolterbeek en zijn schoonzoon Johannes Beukers in het huidige Voldersgracht 7 de warme bakkers.

Drogisterijwaren
In oktober 1908 werd het pand door de plaatselijke Gezondheidscommissie onderzocht in het kader van een grootscheeps onderzoek naar de woontoestanden in de stad. Het huis was toen eigendom van winkelier H.J. te Hey op Markt nr 40. Hij verhuurde het sinds vijf jaar aan drogist Willem Mangert voor fl 10,50 in de week.
Het gezin van de drogist telde tien kinderen. Op die benedenverdieping bewoonde dat een kamer achter de winkel en een keukenruimte. Boven op zolder was slaapruimte onder een gedeeltelijk beschoten dak. De vliering was echter bergruimte voor de zaak.
Op de eerste verdieping waren een kamer en een alkoof die Mangert onderverhuurde aan koopman Willem Kant met vrouw en twee kinderen voor fl 1,50 per week. Zij hadden geen eigen toilet, waterleiding of keuken, maar moesten dat delen met dat van het gezin beneden. In totaal telde het huis 16 bewoners. Het pand had destijds nog een tuitgevel aan de zijkant in de Papenstraat. Die helde zodanig voorover dat de Commissie er ernstig op aandrong hem af te breken. (Zie hier de enquêteformulieren van het woningonderzoek van het pand.)
In 1918 werd zoon Pieter Mangert eigenaar van de zaak. Tot 1956 bleef het een drogisterij.

Snelle brommers
In 1956 kocht de rijwielhandelaar Dirk Wijtman het perceel en verplaatste zijn fietsenzaak van de Vrijenbanselaan naar het centrum. De brommer werd in die jaren een populair vervoermiddel bij de vrijgevochten jeugd en Wijtman ging ook voor de nieuwe tijd. In 1961 liet hij zijn nieuwe zaak grondig verbouwen tot een showroom voor bromfietsen en motoren. In die hoedanigheid ging het enkele decennia mee.
Uiteindelijk kwam hier aan het einde van de vorige eeuw een uitzendbureau voor medisch personeel Ardecco. Tegenwoordig is hier café Zondag gevestigd.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Voldersgracht 7, op de hoek van de Papenstraat.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Hier nog met het uitzendbureau.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Rond 1900. Er staat een paardenkar voor de deur.
(Ansicht www.delft-prentbriefkaarten.nl)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Eigenaar Van Coolwijck liet het landhuis De Olyfant
bouwen op het eiland Voorne.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Het landhuis heeft nog wel een tegeltableau
met een olifant in de gevel.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Hartje winter. Het begin van de Voldersgracht
in 1928 door Peter Odijk.
(Collectie Erfgoed Delft Gemeentearchief).

Kees van der Wiel

nadere informatie over Voldersgracht 7
Geplaatst: 2009 / Laatste wijziging: 2 maart 2020
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft