| Wallerstraat 3 (en 7) | www.achterdegevelsvandelft.nl | ||||
![]() |
|||||
| Onderduikadres van Joodse arts/schrijver Hans Keilson |
NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting. |
||||
| Wallerstraat 1-7 is een blokje wat
grotere huizen in de nieuwe uitleg van het Agneta-park uit de jaren
1920, bedoeld voor ingenieurs en beter betaalde beambten van de
Gistfabriek. Het Tweede Park is in 1927 in gebruik genomen en
gebouwd door de architect Jan Gratema in de stijl van de zogenoemde
Amsterdamse School. De huizen hebben onder andere typerende
groen-geel geschilderde voordeuren en raamvensters en zijn inmiddels
Rijksmonument. De straat is pas in 1938 tot Wallerstraat gedoopt. De eerste tien jaar heette dit adres nog Agnetapark 184. De Wallerstraat is vernoemd naar de in 1935 overleden directeur Frans Waller van de Gistfabriek, die het initiatief had genomen tot uitbreiding van het park. Tweede Park Op 27 mei 1927 werd het nieuwe deel van het Agnetapark officieel geopend met het plechtig onthullen van een gedenksteen. De belangstelling voor de nieuwe huizen was groot, selectie was derhalve noodzakelijk. De woningen Wallerstraat 1-7 zijn groter dan de andere woningen van het Tweede Park. Ze hebben beneden een kamer en suite, boven vier slaapkamers en een badkamer. Het dak van de huizen is een zogenoemd ‘mansardedak’, met een knik in de helling. Daardoor hebben ze veel loopruimte op de zolder. De woningen behoren tot het zogenoemde type C van het plan. Ze hebben ook een tuin en een schuurtje tot berging van brandstoffen enz. Het nieuwe park kent een vrij strakke geometrische aanleg rond een centrale rechthoekige vijver, in tegenstelling tot het oudere deel van het Agnetapark van architect L.D. Zocher dat een romantische park-aanleg heeft, in Engelse landschapsstijl.
Eerste Agnetapark Dat eerste park van 78 woningen is in 1882 gesticht door Jacques van Marken en zijn vrouw Agneta Matthes. Zij gingen er zelf ook wonen in hun villa ‘Rust Roest’. Het park is niet voor niets naar Agneta genoemd, want zij heeft zich persoonlijk sterk ingezet voor een betere huisvesting van het personeel van de fabriek van haar man. Voorafgaand aan de plannen deed zij een uitgebreid onderzoek naar de woonomstandigheden van de personeelsleden. Daarbij zocht ze veel personeelsleden thuis op in de stad, in vaak slechte woningen met veel gebreken. Daarvan deed ze verslag in de Fabrieksbode. Het doel van het park was om niet alleen goede woningen te verschaffen aan het personeel, maar ook om voor de werknemers van de fabriek een complete leefgemeenschap te realiseren, inclusief winkel, badhuis, een school en een leeszaal, om je te kunnen ontwikkelen en te recreëren. De bewoners werden geen eigenaar van hun huis, maar via de huur aandeelhouder in de gezamenlijke N.V. Agnetapark. De gedachte van een gemeenschappelijk eigendom was idealistisch. De praktijk was echter nog best wel lastig. Rond de eeuwwisseling stond de N.V. er financieel beroerd voor. Veel bewoners waren niet gewend verantwoordelijkheid te dragen voor hun woning. Optreden tegen verwaarlozing veroorzaakte nog meer leegstand. Bovendien waren er klachten over het gedrag van pubers die lak aan alles schenen te hebben. Het Agnetapark werd zelfs enige tijd gesloten voor mensen buiten de leefgemeenschap.
Fietsen voor Radio Oranje De eerste bewoners van Wallerstraat 3 waren in 1927 de beambte, later directie-secretaris, Andries Eterman met vrouw en twee kinderen. Zij woonden er vier jaar. Vervolgens werd het huis kortstondig verhuurd aan ingenieur Pieter Hengeveld, die gerepatrieerd was uit Semarang in Nederlands-Indië. In september 1932 kwamen in Wallerstraat 3 de pas getrouwde chemicus Leo Rientsma en zijn vrouw Susanna Warsen. Zijn daar tot na zijn pensioen in de jaren ’60 blijven wonen. Ze kregen twee dochtertjes, Lies en Hannie. Leo Rientsma was hoofd van het laboratorium van de Gistfabriek en ook lid van de ‘Kern’, de voorloper van een ondernemingsraad. Toen Nederland in mei 1940 door de Duitsers werd bezet, rolde Rientsma al vrij snel in het verzet. Daarbij werkte hij veel samen met Arie en Evy Bakker, die woonden in Tak van Poortvlietstraat 20. (Zie dat adres) Arie was ook een techneut. Samen maakten zij valse persoonsbewijzen. Leo had daarvoor op zijn werk technische mogelijkheden die de illegaliteit goed kon gebruiken, zoals een donkere kamer. Leo bleek bovendien een expert in het vinden van de juiste kleur inkt voor de valse persoonsbewijzen. Er kwamen geregeld voor kortere of langere tijd onderduikers in de Wallerstraat 3. Leo wist daarvoor voedsel en bonnen te regelen. In de achterkamer at het gezin samen met de onderduikers. De kinderen was duidelijk gemaakt dat ze nooit mochten praten over de mensen die bij hun thuis woonden. Ze waren ook al langer kamerbewoners in huis gewend. Onder de vloer was een radio verborgen. De elektriciteit daarvoor werd opgewekt met een fiets. Het fietsen voor Radio Oranje werd een huishoudelijke taak, ook voor de kinderen. Onderduiker Een van de onderduikers die er meer dan een jaar zou blijven, was schrijver en arts Hans Keilson (1909-2011). Hij was in de jaren ’30 student geneeskunde in Berlijn en toen reeds begonnen aan zijn eerste boek “Das Leben geht weiter”, dat twee maanden na de machtsovername van Hitler verscheen. Het is een roman met sterk autobiografische inslag, waarin hij zijn houding probeert te bepalen tegenover de groeiende Jodenhaat en de economische crisis die de winkel van zijn ouders te gronde had gericht. Onder Hitler werd het steeds moeilijker voor Joden om zich in Duitsland staande te houden. Keilson wilde eigenlijk in Duitsland blijven, maar zijn niet-joodse vriendin Gertrud Manz haalde hem over om een toekomst in Nederland te zoeken. Die vriendin was een gescheiden vrouw met een kind. Volgens de Duitse rassenwetten konden zij niet met elkaar trouwen, en zolang zij de Duitse nationaliteit hadden gold dat ook in Nederland. In 1941 kregen zij hier een dochtertje, Barbara. Eerder hadden zij al een zoontje gehad dat kort na de geboorte was overleden. Zij vestigden zich in Naarden. Daar vonden ze een netwerk dat hen aan werk en inkomen wist te helpen. Keilson gaf daar pedagogische adviezen. In Berlijn had hij na zijn studie als muzikant en gymnastiekleraar de kost verdiend, omdat hij als Jood een beroepsverbod kreeg om als arts te werken. Dankzij een netwerk Toen na twee jaar bezetting de deportaties begonnen en Keilson moest onderduiken, ging hij aanvankelijk naar de Rekken in de Achterhoek waar hij een pedagoog kende in een instelling voor moeilijk opvoedbare kinderen. Zijn ouders, die hij nog voor de oorlog naar Nederland had weten te halen, bleken mede door ziekte van zijn moeder niet in staat onder te duiken. Ze zijn via Westerbork naar Auschwitz afgevoerd en daar twee dagen later vermoord. Voor Keilson een groot trauma dat hij dat niet heeft kunnen verhinderen. Als de Duitsers in 1943 bepalen dat noordoost Nederland voor alle mannen die er niet vandaan komen verboden gebied werd, ontstaat er voor Keilson een probleem. In het valse persoonsbewijs van Keilson stond vermoedelijk een geboorteplaats in Zuid-Holland. Daarom zocht hij een nieuw onderkomen in Zuid-Holland. Zo kwam hij in Delft terecht. Als onderduiker kreeg hij een plekje bij Leo en Suus Rientsma in Wallerstraat 3. Keilson had hen leren kennen via hun dochter Hannie, die een tijdje bij haar tante in Bussum heeft gewoond en daar naar een Montessori-school ging, waarvoor Keilson werkte. Hij had de familie toen opvoedingsadviezen gegeven. Beter persoonsbewijs In de ogen van Leo Reitsma en Arie Bakker was het persoonsbewijs van Hans Keilson van belabberde kwaliteit. Daarom besloten ze voor hem een nieuw persoonsbewijs te maken. Hans Keilson kreeg de naam Johannes Gerrit van der Linden, geboren in Semarang met als woonplaats Den Haag. Ook zou hij in Duitsland gestudeerd hebben. Een bevriende politie-inspecteur bekeek het persoonsbewijs met een professionele blik en kon niet zien dat het vals was. Er werd via contacten ook geregeld dat Johannes Gerrit van der Linden met dezelfde gegevens opgenomen werd in het bevolkingsregister van Den Haag. Die schaduw-identiteit betekende dat hij ook eigen distributiebonnen kreeg. Het nieuwe persoonsbewijs gaf Keilson de grote vrijheid om zich zonder Jodenster op straat en in het openbaar vervoer te begeven, omdat hij verder geen opvallend joods uiterlijk had. Zo kon hij ook een steentje bijdragen aan het verzet, bijvoorbeeld door het regelen van onderduikadressen, het rondbrengen van voedselbonnen en medicijnen. Keilson was geboren optimist en een goede verbinder. Dus werd hij veel te hulp geroepen om onderduikers die in de put zaten op te beuren en om conflicten te bespreken tussen de onderduikers of onderduikers en hun gastgezinnen. Ook zette hij zich in om ondergedoken kinderen te begeleiden, door ze echt te horen en pedagogisch te benaderen. Muziek maken Tijdens zijn onderduik in de Wallerstraat zocht Hans Keilson geregeld contact met de buren, Jan en Cora van der Lek van nummer 5, de ouders van de latere PSP-politicus Bram van der Lek. Via een luik op zolder kon hij van Wallerstraat 3 naar Wallerstraat 5 komen, een vluchtroute voor als er een huiszoeking zou zijn. Hans Keilson, die een goed violist was, gebruikte deze route om ’s avonds naar Wallerstraat 5 te gaan en daar met de buren muziek te maken. Cora van der Lek was pianiste met conservatoriumopleiding. Haar man speelde dwarsfluit. De familie had evacués uit Den Haag in huis, die ook muzikaal waren. Als ’s avonds de boel verduisterd moest zijn, werd er vaak volop muziek gespeeld. Ook voerde Keilson graag intellectuele gesprekken met de buren. Lijk in de vijver Tijdens zijn onderduik begon Keilson aan zijn later uitgegeven roman “Komedie in mineur”. Daarin schrijft hij over een onderduiker die door ziekte komt te overlijden en de bewoners voor het probleem stelt hoe zij van het lijk af moeten komen van iemand die niet mag bestaan. Ze besluiten het ’s nachts in het donker neer te leggen onder een bank bij een vijver in het park en zitten dan in spanning hoe dat afloopt. Dan realiseren ze zich ineens dat er merkjes in zijn kleding zitten waardoor ze tegen de lamp kunnen lopen. Ze komen daardoor in dezelfde positie als onderduikers. Het kost weinig moeite om in de plek waar het lijk is gedumpt het Agneta-park voor de deur van de Wallerstraat te herkennen. Keilson moet ongetwijfeld bekend zijn geweest met het verhaal dat zich kort voor zijn onderduik in de buurt heeft afgespeeld. Op 22 augustus 1941 werd in de vijver van het Agneta-park een lijk aangetroffen. Het betrof Hugo de Man, die door leden van het verzet om het leven is gebracht omdat hij verdacht werd van verraad. (Of dat echt het geval was, blijft overigens nog tot lang na de oorlog een onopgehelderde kwestie.) De Man was voor de afrekening gelokt naar Wallerstraat 7, waar een student uit het verzet tijdelijk onderdak had gevonden in het huis van ingenieur R.C. Koumans. Koumans zelf wist van niets. Hij was op het moment van de moord met zijn gezin op vakantie in Bergen. Hij werd op zijn vakantie-adres gearresteerd omdat hij een onderduiker in huis had en belandde in het Oranjehotel in Scheveningen. Op 14 maart 1942 overlijdt hij in het kamp Oranienburg. Ook bij de weduwe van Koumans kwam Keilson geregeld over de vloer. Zij had een vleugel (piano) in huis. Na de oorlog wordt het naar de architect vernoemde plein in het Agnetapark omgedoopt in het Robert Koumansplein vanwege de openlijk nationaal-socialistische sympathieën van Gratema gedurende de Bezetting. Liefdesdilemma Tijdens zijn onderduik in de Wallerstraat krijgt Keilson een liefdesrelatie met de jonge Hanna Sanders die ondergedoken zat op het eerder genoemde adres in de Tak van Poortvlietstraat. Dat was een lastige situatie. Keilson was weliswaar niet formeel getrouwd, maar had wel een relatie met Gertrud en een dochter Barbara met wie hij door de oorlogssituatie niet kon samenwonen. Hanna wist daarvan, maar Gertrud wist niet van Hans’ relatie met Hanna. Die tweestrijd brengt hem tot het schrijven van een dagboek om zijn gevoelens te ordenen. Uiteindelijk kiest hij toch voor Gertrud en Barbara. Om Hanna helemaal los te laten had hij veel gedichten nodig, gedichten waarin Hanna toch ook een grote liefde voor hem blijkt te zijn. Razzia In december 1944 wordt het echt onderduiken voor Keilson als in Delft een razzia gaande is om mannen op te pakken voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Ook het Agnetapark wordt door de Duitsers uitgekamd. Keilson verstopt zich op zolder, liggend onder een schuin deel van het dak, achter een schot in de kamer van de kinderen, terwijl beneden de huiszoeking plaatsvindt. Hannie herinnert zich dat nog. In 2017 vertelt zij aan Jos Versteegen, de biograaf van Keilson: “Ze willen beneden overal kijken; kamer, keuken, tuin. In de tuin hebben ze een half uur met de cavia’s gespeeld, het kunnen ook konijnen zijn geweest. Die zaten in een hok maar mochten vrij loslopen.” Haar vader houdt de Duitsers daar aan de praat. Ze blijken geen behoefte meer te hebben om boven te gaan kijken. Waarom niet? Hadden ze al te veel tijd verspeeld op dit adres? Wist Leo ze af te leiden of was het medemenselijkheid? Uiteindelijk worden wel zes jongens uit de wijk opgepakt. Ook in de Tak van Poortvlietstraat is er die dag huiszoeking, maar de schuilruimte voor de onderduikers weten ze niet te vinden. Eind december 1944 vertrekt Keilson uit de Wallerstraat 3 en ziet kans om terug te gaan naar het Gooi, naar Gertrud en zijn dochter Barbara. Op 5 juli 1945 is hij met Gertrud getrouwd. Kinderpsychiater Na de oorlog ging Keilson zich bezig gehouden met het lot van Joodse weeskinderen die de oorlog hadden overleefd. Zijn Duitse diploma’s werden in Nederland niet erkend. Daarom zou hij opnieuw een artsopleiding in Nederland moeten volgen. Tijdens de oorlog zag hij al wel kans in het Bethel-ziekenhuis een soort stage te lopen. Het is bijzonder, bijna onrealistisch, om in zijn dagboek te lezen hoe hij als onderduiker via de Oude Delft naar het ziekenhuis wandelt. In 1947 behaalde hij zijn Nederlandse artsexamen. Uiteindelijk specialiseerde hij zich na de oorlog tot kinderarts en psychiater. Hij zocht naar een therapie om kinderen die door oorlogservaringen getraumatiseerd waren te helpen zich na de oorlog in de wereld staande houden. Hij maakte een onderscheid van de verschillende fasen van oorlogstrauma’s. Hij reisde over de hele wereld om lezingen te geven over dit thema. Hij vond dat we een mens nooit moesten loslaten, want elk mens kan tot nieuwe inzichten komen en veranderen. Gevierd auteur Keilson is meer dan honderd jaar oud geworden. Vooral in de laatste jaren van zijn leven heeft hij nog mogen meemaken hoe hij brede internationale erkenning als schrijver kreeg. Mede doordat zijn boeken kort na zijn honderdste verjaardag de hemel in werden geprezen in een recensie in de New York Times. Zijn eerder geschreven boeken beleefden vervolgens in vele talen de ene herdruk na de andere. Frans van der Sman Bronnen:
|
|
![]() Wallerstraat 3 in 1984. Foto Ton Kerklaan, Stadsarchief. ![]() Het Tweede Agneta-Park, na gereedkomen opgemeten door het Kadaster, met daarin Wallerstraat 3 gemarkeerd. ![]() De Wallerstraat, direct bij de ingang van het Park. Foto Ton Kerklaan, Stadsarchief, 1984. ![]() Bedank-advertentie van Leo Rientsma en Suus Warsen in de Delftsche Courant.br /> ![]() Leo Rientsma (op latere leeftijd) (Foto ontleend aan de biografie van Hans Keilson) ![]() Suus Warsen (op latere leeftijd) (Foto ontleend aan de biografie van Hans Keilson) ![]() Het vervalste persoonsbewijs voor J.G. van der Linden. (uit documentaire Bis zur Umkehrbank) ![]() De eerste druk van “Comedie in mineur” in 1947, later “Komedie in mineur”. ![]() Het in 2014 uitgegeven oorlogsdagboek van Hans Keilson.
![]() Foto van 97-jarige Hans Keilson die werd geplaatst op de voorpagina van het blad Die Welt vanwege het winnen van de Welt-literatuurprijs in 2008. (Foto Duco de Vries, ontleend aan de biografie van Hans Keilson) |
|||
| Geplaatst: 27 april 2026 | |||||
| www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft | |||||